Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
De utopie is dodelijk en nog lang niet verdwenen PDF Print Email
Written by   

Wat hebben communisten, nazi’s, islamisten en neoconservatieven gemeen? Het geloof in een utopie. En de oorzaak daarvan is het christendom. Zonder de christelijke eschatologie hadden deze politieke religies van de moderne tijd niet kunnen bestaan. Een artikel naar aanleiding van John Grays recentste boek Zwarte Mis over het examenonderwerp voor het havo: de utopie.

Het is bijzonder prikkelend wat John Gray betoogt. Hij analyseert onze tijd als een gevaarlijke ideologische cocktail van apocalyptische religie en op de Verlichting geïnspireerde utopieën. De analyse gaat als vanzelf over in een pleidooi voor terughoudendheid en bescheidenheid of in zijn eigen woorden: de dystopie.

Het boek zet zich vooral af tegen de neoconservatieve droom van Amerika onder leiding van Bush en de zijnen. Je zou dus kunnen zeggen dat het boek een beetje te laat wordt besproken. De neoconservatieven vonden immers hun Waterloo in de meest recente verkiezingen en de kritiek op de neoconservatieven van Amerika is niet van de lucht – ook niet in Amerika zelf. Maar er zijn meer redenen om dit boek te bespreken. Het leest als een ideeëngeschiedenis waarin verbanden worden gelegd die evidente tegenstellingen ondermijnen (bijvoorbeeld tussen het Westen en het islamisme) en waar een sterke waarschuwing van uitgaat: onder mainstream ideologieën gaat maar al te vaak een obscuur religieus motief schuil. (Overigens niet te verwarren met het religieuze grondmotief van de wijsbegeerte der wetsidee.)

Dat klinkt nogal pompeus. Maar laten we Gray het voordeel van de twijfel geven. Ik wil in dit artikel inzoomen op zijn verklaring van politiek geweld die hij vindt in het christendom. Op welke manier is juist de christelijke religie aan te wijzen als de leverancier van die gevaarlijke cocktail?

Een begin, en een einde

Het eerste en belangrijkste argument is de westerse geschiedopvatting die we danken aan het christendom. In de meeste religies wordt de geschiedenis niet beschouwd als een verhaal met een begin en een einde. Hindoes en boeddhisten zien haar als een cyclus. Plato’s wereldbeeld sluit daar grotendeels bij aan. Het jodendom bevat weinig ideeën die verwijzen naar een – op korte termijn – eindigende wereld. Het christendom is in die zin uniek dat het een doel en een einde (woorden die samenkomen in het Engelse begrip ‘end’) in de wereldgeschiedenis legt. Marx en Fukuyama zijn beiden erfgenaam van deze teleologie. En daarmee zijn ze, hoe seculier ook, schatplichtig aan het christendom.

Gray beargumenteert zijn lezing van het christendom door erop te wijzen dat Jezus’ oproep kernachtig neerkomt op de verkondiging van een nieuw koninkrijk. Dat dit koninkrijk van een andere orde is (niet van deze wereld), doet er niet toe. Het nieuwe rijk kwam niet (Jezus werd door de Romeinen gekruisigd) en de geschiedenis van het christendom bestaat uit een reeks pogingen die eschatologische teleurstelling te verwerken. Pogingen die al beginnen met de gehelleniseerde jood Paulus, die er een universele draai aan geeft.

Wie een beetje thuis is in de Nederlandse politieke geschiedenis moet wellicht denken: maar hoe zit het dan met de antirevolutionaire beweging? Dat is toch ook een duidelijk product van het christendom? Een product dat bovendien door de verbinding met de idee van de erfzonde een rem is op iedere vorm van utopisch denken. De erfzonde is immers een ontkenning van de mogelijkheid door de menselijke wil een nieuwe en betere wereld te scheppen? Daar is Gray niet blind voor. En hij wijst op Augustinus waar de wortels van de leer over de erfzonde liggen. Dankzij Augustinus krijgt het christendom een anti-utopische inslag: het kwaad kan niet verslagen worden. De terugkerende uitbarstingen van chiliasme (waarmee Gray de utopische oplevingen typeert) zijn dan ook in zijn ogen een ketterse terugkeer naar de oorsprong van het christendom.

Vooruitgang

Het tweede belangrijke argument van Gray is het idee van progressie dat we in het Westen danken aan het christendom. Ondanks de idee dat de wereld hopeloos slecht is, kenmerkt het christendom zich eveneens door een latent vooruitgangsidee. Kijk maar naar Openbaring, zegt Gray. Daarin wordt stapje voor stapje het kwaad overwonnen. Daar wordt dus voor het eerst iets van een vooruitgangsidee gevonden. Of je nu gelooft dat de wereld ten verderve is bestemd of niet, verlossing is een progressief proces dat zich in de geschiedenis ontvouwt.

Het idee dat de eindtijd nabij was, stak zijn kop op na de Reformatie en was wijdverbreid in allerlei radicale protestantse groeperingen. Bijvoorbeeld in de beweging van Thomas Müntzer, die met honderdduizenden boeren en landarbeiders kloosters aanviel en een verandering van het maatschappelijk bestel eiste.

In academische kringen werden die oplevingen beschouwd als ‘nuttig’ voor sociale en politieke bewegingen, zij konden het gebruiken om hun invloed uit te breiden. Gray draait dat om. ‘Het zijn juist de dragers van apocalyptische mythen.’

De politieke bewegingen maakten er niet enkel gebruik van, ze zijn een product van die mythen. En die mythen hebben we niet met de roerige tijd van godsdienstoorlogen achter ons gelaten. Verlichtingsdenkers hadden eigenlijk geen keus. De door het christendom gewekte hoop moest op de een of andere manier worden ingelost. ‘De bewegingen die door dergelijke mythen worden voortgedreven zijn in de moderne tijd niet langzaam weggekwijnd en al evenmin geëvolueerd naar rationelere vormen, maar hebben in nieuwe gedaanten weer de kop op gestoken.’ 1

Hoe herken je een utopie?

Maar hoe herken je een utopie? Die vraag dringt zich op aan de lezer die in sneltreinvaart utopisten van Rousseau tot Jan van Leiden ziet langskomen. Waarom is het streven naar de afschaffing van slavernij bijvoorbeeld geen utopie gebleken – ondanks het feit dat slavernij voor die tijd nog nooit afwezig leek te zijn geweest? Gray gebruikt de volgende omschrijving: ,,Een project is utopisch als er geen omstandigheden zijn waaronder het te verwezenlijken is. Alle dromen, marxistisch, anarchistisch, liberaal of technocratisch, van een samenleving waaruit dwang en macht voor altijd zijn geëlimineerd, zijn utopisch, en wel in die zin dat ze nooit bereikt kunnen worden omdat ze zullen vastlopen op blijvende strijdigheden tussen de verschillende menselijke behoeften.’’

Twee voorbeelden

Na 11 september begint Amerika, en Groot-Brittannië in iets mindere mate, utopische trekken te vertonen. Amerika werd bedreigd door de macht van het kwaad en begon de oorlog tegen terreur. Enkele dagen na de aanslag op de Twin Towers zei Bush: ‘Onze verantwoordelijkheid jegens de geschiedenis is duidelijk: we moeten deze aanvallen beantwoorden en de wereld verlossen van het kwaad.’2 Niet lang daarna probeerde Amerika de democratie van Amerikaanse snit naar het Midden-Oosten te transporteren. Beide projecten hebben gefaald. Gray schrijft er het volgende over: ,,Dergelijke ontwikkelingen leiden tot een soort non-liberale democratie, waarin verkiezingen plaatsvinden tegen een achtergrond van ingeperkte vrijheden. Net als bij eerdere uitbraken van utopisme loopt datgene wat in het verleden is bereikt averij op, terwijl een denkbeeldige toekomst wordt nagestreefd.’’3

Het boek van Gray kwam in 2007 uit. Het lijkt daarmee een beetje mosterd na de maaltijd. Bush heeft immers het veld moeten ruimen. Maar dat oordeel moet niet te snel worden getrokken. Er is nog steeds geen uitweg uit Irak en Obama stuurt extra troepen naar Afghanistan. Anderen pleiten voor een VN-mandaat om de toekomst en wederopbouw van Irak in goede banen te leiden. Niet doen, schreef Gray al jaren geleden in een artikel in The New Statesman: ‘Het zou een nieuw voorbeeld worden van ineffectief liberaal imperialisme.’ Het lijken inderdaad voorbeelden van een groot vertrouwen de wereld te kunnen transformeren op basis van onze wil. Een gedachte ontleend aan de christelijke belofte van universele verlossing en geërfd door haar seculiere opvolgers.

Het tweede voorbeeld ligt minder voor de hand. Aanhangers van de politieke islam zullen het met haar tegenstanders eens zijn op ten minste één punt, nl. de afwijzing van het Westen. Niets is minder waar, denkt Gray. (Dit komt ook ter sprake in de examenbundel voor het vwo, zie kader.)

Allereerst geloven de islamistische bewegingen dat ze met geweld een nieuwe wereld kunnen scheppen. Dat is niet middeleeuws zoals deze beweging vaak wordt getypeerd. De middeleeuwers situeerden Utopia nog in een andere wereld. Het is een gedachte uit de moderniteit: toen bleek Utopia ineens in de nabije toekomst te liggen. Het islamisme deelt die gedachte bijvoorbeeld met Marx. Islamo-leninisme zou een gerechtvaardigde term zijn, zegt Gray. Evenals islamo-jakobinisme.

En ook hier gaan de op de Verlichting geïnspireerde ideeën gepaard met apocalyptische mythen. De Mahdi, een messiasfiguur uit de islam die vaak terugkeert in het denken van de Iraanse president Ahmadinejad, verleent de geschiedenis een progressief karakter. Hoewel de politieke ideologie van Iran sterkt verschilt van bijvoorbeeld Al Qaida, een onderscheid dat Gray niet maakt, delen ze een visie op de geschiedenis waarin goed en kwaad, licht en donker met elkaar in strijd zijn. Deze dialectiek met een progressief karakter vinden we terug bij Marx en Hegel en zij ontlenen die op hun beurt weer aan het christendom.

Veel van de ideologen van de politieke islam zijn dan ook beïnvloed door het westerse denken. Maududi, mentor van Qutb, de oprichter van de Moslimbroederschap en geestelijk vader van de politieke islam, citeert veelvuldig uit Hegel en Marx. Qutb zelf heeft een tijd in Amerika gewoond.

Hoewel deze denkers pleiten voor een terugkeer naar de pure beginselen van de eerste gelovigen, zijn zij reformistische denkers. Ze wijzen traditionele culturen – westers of niet, denk aan de taliban die hun eigen bevolking willen ‘verlichten’ – af. Het verklaart wellicht voor een deel waarom juist veel moslimjongeren uit een westerse omgeving zich aangetrokken voelen tot deze ideologie.

Zwarte mis

Met dit boek heeft Gray een aantal prikkelende gedachten weten te formuleren. De grondtoon van het boek is beangstigend, schrijft Banville, recensent van The Guardian. Het boek biedt inderdaad een weinig hoopgevend perspectief op de toekomst. Gray realiseert zich dat utopische erupties ontstaan in samenspel met toevallige factoren als crisis en conflict, maar voorspelt niettemin dat religie het aanzien van de komende eeuw op een niet plezierige manier zal tekenen. Religie die uitdrukking is van de hoop de werkelijkheid te doorgronden – in plaats van een middel ermee om te leren gaan – zal samen met de strijd om natuurlijke hulpbronnen leiden tot toenemend geloofsgeweld.

De titel van het boek Zwarte Mis verwijst naar een achterstevoren opgedragen mis – een ritueel dat satanisten soms gebruiken. Daarmee lijkt hij al te willen zeggen: de religieuze idee van een nieuwe volmaakte en bereikbare samenleving kan heel goed in haar tegendeel ontaarden.

Gray laat in het slot van zijn boek uitgebreid zien dat Irak daarvan een erg goed voorbeeld is. Maar hoe dan om te gaan met de spanning die we voelen wanneer we vanuit het comfortabele en welvarende deel van de wereld zien dat elders meisjes niet naar school mogen en terroristen de dienst uitmaken of etnische minderheden worden vervolgd?

In elk geval niet het leger erop af sturen, zal Gray aanraden. Democratie en mensenrechten kunnen niet met geweld worden opgelegd. Wie dat toch probeert, zal een chaos ontketenen die de wereld alleen maar gevaarlijker maakt.

Die conclusie lijkt hij voldoende te onderbouwen. En toch. Welk handelingsperspectief blijft er dan over? Is een beetje utopische energie – noem het hoop – niet in veel gevallen ook juist behulpzaam, omdat het fatalisme voorkomt? Een goede vraag voor wie ook de examenbundel voor het havo heeft gelezen. Dat boekje – geschreven door Hans Achterhuis – is minder negatief over de impact van de utopie.

 

Verder lezen:

  • John Gray: Strohonden & Al Qaida en de moderne tijd
  • Norman Cohn: The pursuit of the millennium
  • Hans Achterhuis: De erfenis van de utopie


1P. 40.

2Bush tijdens een speech 14 september 2001 (drie dagen na 9/11).

3Gray, p. 48.

 

Michiel Leezenberg

Ook het examenonderwerp voor het vak filosofie op het vwo handelt (deels) over de samenhang tussen de moderniteit en religieus geweld. Hier is de schrijver van die examenbundel (Michiel Leezenberg) aan het woord in een eerdere versie van Beweging:

Het extremisme van de politieke islam is eigenlijk een vrij nieuw verschijnsel van religieus geweld. Er is in de islamitische wereld sprake geweest van godsdienstoorlogen tussen staten en groeperingen, maar vrij recent is het idee dat je als individuele gelovige een staat mag bestrijden wanneer deze niet islamitisch is. Dit idee is pas na de Tweede Wereldoorlog systematisch uitgewerkt, en niet door religieuze geleerden maar door een leek, de beroemde Sayyid Qutb. Zijn redenering is dat geen enkele mens het recht heeft om over een ander mens te heersen; soevereiniteit komt alleen aan God toe. Wanneer een overheid het dan een individuele gelovige onmogelijk maakt om een moreel leven te leiden, heeft die gelovige het recht om tegen de overheid geweld te gebruiken. Opmerkelijk genoeg heeft nog niemand de relevantie van deze auteur voor het Nederlandse debat opgemerkt. Maar het boekje Milestones van Qutb lag wel op het nachtkastje van Mohammed B.!

De radicale islam is dus geen ‘achterlijk’ verschijnsel, iets van vóór de verlichting, maar hangt eerder met haar samen.

In deze politieke islam is sprake van een verlichting waarin rechten en emancipatie van het individu sterk worden benadrukt. Hoewel het een vorm van verlichting kan worden genoemd, is deze revolutionaire politieke islam duidelijk geen liberale maar eerder een marxistisch-leninistische beweging, waarin de zuiverheid van leer en leven wordt afgedwongen. Wat ik fascinerend en beangstigend aan de redenering van Qutb vind, is dat hij zich inderdaad niet zozeer direct beroept op de Koran maar op een aantal liberaal aandoende uitgangspunten, waarin de vrijheid van de individuele gelovige zo heilig is dat hij geweld mag gebruiken als de individuele vrijheid in verdrukking komt. Latere volgelingen van Qutb hebben dit versterkt door zich niet slechts te richten op de staat, maar ook over individuele afvalligen het doodsoordeel uit te spreken.

 

Havo-examen over ‘De Utopie’

Hans Achterhuis (1942) is een van de meeste toonaangevende hedendaagse Nederlandse filosofen. Hij schreef onder andere De markt van welzijn en geluk, De maat van de techniek en Het rijk van de schaarste, De erfenis van de utopie en Met alle geweld. Sinds 2007 is zijn boekje Utopie onderwerp van het havo-examen filosofie.

De meeste mensen associëren het begrip ‘utopie’ met het ontwerp van een betere wereld dan de onze, een wereld waarin bijvoorbeeld iedereen gelijkwaardig is of waarin geen hongersnood, oorlog of mishandeling meer voorkomen. Critici gebruiken het woord ‘utopie’ als een scheldwoord. Zij beschouwen het begrip als een niet altijd ongevaarlijk droombeeld van een volmaakte toestand, dat nooit echt kan worden. Wat is een utopie precies? Waar komt het begrip vandaan en welke rol speelt het in onze tijd?

In dit boek wordt gezocht naar de oorsprong, de betekenis en het belang van het utopisch denken. Aan de hand van verschillende denkbeelden van filosofen en schrijvers en van voorbeelden uit de geschiedenis, concludeert de auteur dat geen enkele maatschappij het zonder utopische denkbeelden stellen kan. Utopieën waar we werkelijk iets aan hebben, moeten echter altijd gezien worden in het licht van de dagelijkse werkelijkheid.

(Felix-en-Sofie.nl)

 
Sophie