Warning: Memcache::addserver() expects parameter 2 to be long, string given in /home/httpd/vhosts/sophieonline.nl/httpdocs/libraries/joomla/cache/storage/memcache.php on line 84
De spagaat van de dominee volgens Immanuel Kant en Dieter Wellershof
Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
De spagaat van de dominee volgens Immanuel Kant en Dieter Wellershof PDF Print Email
Written by   

Immanuel Kant uit Koningsbergen in Oost-Pruisen schreef in 1783 het artikel ‘Beantwoording van de vraag: wat is Verlichting?’ De bekende openingszin luidt: ,,Verlichting is de bevrijding van de mens uit zijn door hemzelf veroorzaakte onmondigheid’’. Te hopen is dat iedere lezer naar aanleiding van de woorden ‘bevrijding’ en ‘onmondigheid’ nieuwsgierig wordt naar het vervolg. Dat vervolg is heel prikkelend, vooral wanneer Kant het gaat hebben over de beide identiteiten van de geestelijke. Een dominee is volgens Kant enerzijds verplicht om zijn catechisanten en zijn gemeente te onderwijzen op grond van de geloofsbelijdenis van de kerk. Want, zo beweert de filosoof, ,,op grond van deze voorwaarde heeft de dominee zijn ambt ontvangen’’. En dan volgt de tweede identiteit, die van zelfstandig, onafhankelijk denker: ,,Maar als geleerde heeft de dominee de volledige vrijheid, ja, zelfs de roeping en verplichting daartoe, om al zijn zorgvuldig getoetste en oprechte gedachten over het onjuiste en onware in die geloofsbelijdenis aan het publiek mee te delen en voorstellen te doen om de religieuze en kerkelijke instituties te verbeteren.’’ Kant moet zelf hebben aangevoeld dat dit wel een bijzonder vreemde constructie is. Hij vervolgt namelijk met een soort vergoelijking. Samenvattend stelt hij dat er dan toch wel enige waarheid in die geloofsbelijdenis aanwezig moet zijn, of in ieder geval ,,niets dat de innerlijke religie tegenspreekt’’. Anders zou de geestelijke zijn ambt niet met een zuiver geweten kunnen uitoefenen. Hij zou het ambt dan moeten neerleggen.

 
Sophie