Het voordeel van de twijfel

Illustratie, Het voordeel van de twijfel

Herman van Praag die veel over het thema geloof en wetenschap publiceerde koos voor de romanvorm bij het thema geloofstwijfel. In dit artikel geeft hij aan hoe zijn ideeënroman ´Slecht zicht´ is opgebouwd en met welke tradities hoofdpersoon Amos in dialoog is.

Aan een schilderij laten zich twee componenten onderscheiden: het doek waarop een voorstelling staat afgebeeld, en de lijst die het geheel samenbindt.

Een beschouwelijk boek heeft een vergelijkbare structuur. De grondidee die aan het werk ten grondslag ligt staat voor de lijst, de tekst voor het doek.

De lijst van mijn boek Slecht zicht is een huldebetoon aan de twijfel. Twijfel niet in de zin van onvermogen tot het nemen van beslissingen, maar twijfel als pantser tegen zelfgenoegzaam zeker-weten, twijfel als een kostbaar bijproduct van ons vermogen tot relativeren, twijfel als notie dat een ingenomen standpunt het jouwe is en mogelijk niet door anderen wordt gedeeld. Twijfel ook aan religieuze ‘waarheden’, aan stellige, definitieve uitspraken over een veronderstelde wereld aan gene zijde van de horizon, een metafysische wereld die het menselijk kenvermogen overstijgt.

Twijfel acht ik een groot goed. Het houdt de geest in beweging, voorkomt intellectuele stagnatie en geestelijke immobiliteit, terwijl intellectuele stagnatie kan leiden tot naargeestig nihilisme en geestelijke immobiliteit tot aanmatigende dogmatiek.

Omslag

Op het omslag van mijn boek Slecht zicht prijkt een portret van een nog jeugdige, dromende koning Salomo. Waarom? Wat heeft die figuur van doen met twijfel, met de hang tot relativeren, met huiver voor dogmatiek? Was Salomo een onzeker mens, een twijfelaar? Zijn levensgeschiedenis, voor zover bekend, geeft daar geen blijk van. Waarom dan tóch een portret van hem op de voorkant van een boek dat onzekerheid tot matrix heeft? Vanwege de inhoud van zijn droom. Hij was gode welgevallig. Salomo mocht een wens doen die zou worden vervuld. Hij vroeg niet om macht, om grondgebied, niet om geld. Hij vroeg om wijsheid. Die werd hem in ruime mate geschonken. Een treffende getuigenis hiervan is het prachtige Bijbelboek Kohelet (Prediker), waarvan hij volgens de overlevering, de schrijver is.

Twijfel

Zoals ik Prediker lees, is het doortrokken van twijfel. Zekerheden, zo meent de prediker, zijn de mens niet gegeven. Hij benadrukt de ontoereikendheid van menselijk begripsvermogen om Gods intenties en beweegredenen te begrijpen, om de zin van het bestaan te vatten. De zoektocht daarnaar kent geen einde.

“Ik zocht met heel mijn hart naar wijsheid. Alles wat de mens op aarde onderneemt wilde ik doorgronden. Hij (de mens) tobt zich af en zoekt ernaar, maar is niet in staat de zin ervan te vinden.” De befaamde beginwoorden van het geschrift zijn typerend:

“IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden! Het is al ijdelheid.” Het begrip ijdel wordt hier gebruikt in de zin van zinloos, vergankelijk, futiel, niet in die van zelfingenomenheid. Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord hèbèl dat ademtocht betekent.

Begrippen als futiel, vergankelijk, voorbijgaand, zinloos gaan voorbij aan wat Prediker, mijns inziens, in essentie wil overbrengen: niet de futiliteit, maar de betrekkelijkheid van alle menselijk streven. De beroemde beginwoorden laat hij volgen door de verzuchting: “Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?” En hij concludeert: “Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon.”

En toch, zegt Prediker, blijven “de ogen van de mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen.”

Zin

Ik lees dit als een oproep te zoeken en te blijven zoeken naar antwoorden op kernvragen die het leven oproept, zoals: Waarom en waarvoor leef ik? “Ben ik – om met Multatuli te spreken – geschapen met een doel, of slechts bij toeval daar”, en in het eerste geval wat is dan de bestemming en wie heeft die bepaald? Ikzelf, en zo niet, wie dan wel? Verwacht geen definitieve antwoorden, zo lijkt Prediker te zeggen, maar blijf zoeken.

Tot zover over de ‘lijst’, het grondmotief van dit boek: een hommage aan de twijfel en de reden waarom het, bij wijze van spreken, werd opgedragen aan Prediker.

Het doek

Wat staat er binnen de lijst op het canvas? Hoe wordt aan het thema vorm gegeven?

Er wordt een Judeeër opgevoerd, Amos genaamd, leerlingzilversmid bij zijn vader. Een nog jonge man die worstelt met zijn identiteit. Wie is hij, wie wil hij worden, wie wil hij ten slotte zijn?

Formeel gezien is hij een Jood: geboren uit een Joodse moeder en besneden op zijn achtste levensdag. Hij beseft dat die kenmerken de buitenkant betreffen. Hij vraagt zich af hoe het ‘binnenwerk’ van een Jood eruitziet. Wat is diens levensovertuiging, hoe moet hij zich gedragen, waar moet hij in geloven, hoe stelt hij zich op jegens de burgerlijke overheid? Amos twijfelt.

Omstandigheden

Het wordt Amos wat dat betreft niet gemakkelijk gemaakt. Amos leeft in de eerste decennia van de eerste eeuw. Juda, zijn vaderland, was toentertijd tot op het bot verdeeld. Er heersten spanningen op politiek terrein. Sinds het jaar 6 van de gangbare jaartelling stond Juda onder direct gezag van Rome. Dat betekende belastingheffing voor de keizer en in verband hiermee een volkstelling. De Jood betaalde belasting voor de tempel in Jeruzalem, wenste geen geld te geven voor de bouw van heidense tempels in Rome. De volkstelling riep eveneens afschuw op. Die procedure symboliseerde dat het volk de keizer toebehoorde, terwijl het Joodse volk meende het volk van de Eeuwige te zijn.

Er brak opstand uit. Die werd door Varus, de Romeinse gouverneur van Syrië, genadeloos neergeslagen. Duizenden opstandelingen werden gekruisigd, velen als slaaf weggevoerd. Het Joodse volk reageerde verdeeld. Felle nationalisten stonden tegenover de meer gematigden. Haviken tegenover duiven. Zij die zich met geweld tegen de Romeinse overheersers wilden keren, tegenover hen die aandrongen op compromissen. Er bestonden spanningen op religieus gebied. wetgeleerden/Farizeeën hadden leerscholen opgericht waar de Thora werd uitgelegd en besproken werd hoe de wet, praktisch gesproken, moest worden toegepast.

Geleidelijk aan ontwikkelden de leerhuizen zich tot gebedshuizen, tot proto-synagogen. De priesterkaste zag er een concurrent in van de tempeldienst. Een bron van spanning.

Onderling waren de Farizeeën allerminst gelijkgestemd. Rechtzinnigen en meer liberaal gezinden wisselden gedachten uit, maar lagen veel vaker met elkaar overhoop. Een bron van spanning.

Er had zich een groep ultravromen afgescheiden – Essenen – die zich tegen het normatieve Jodendom keerde. Zij meenden dat God met hen een nieuw convenant had gesloten, dat zij het Nieuwe Israël vormden.

Zij hadden zich teruggetrokken in Qumram aan de Westoever van de Dode Zee.

Er is veel van hun opvattingen bekend geworden dankzij de vondst van de Dode Zeerollen. Zij vormden een bron van spanning.

In de diaspora, met name in Alexandrië, had zich een mengvorm ontwikkeld van het Joodse en Griekse gedachtengoed, het Hellenistische Judaïsme. Dit tot groot chagrijn van de religieuze gezagsdragers in Jeruzalem. Een bron van spanning. Er heersten ten slotte spanningen op sociaal terrein. Er was een rijke bovenklasse van grootgrondbezitters ontstaan, die zich weinig aantrok van de verarmde en minder geletterde plattelanders.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.