Wederzijds commentaar kunst en filosofie

Boekbespreking 'Wederzijds commentaar kunst en filosofie'

De bij ArtEZ in Zwolle werkzame docenten Wendy Janssen en Onno Zijlstra hebben met hun boek Reflecties iets moois op de wereld gezet. De ondertitel van hun boek luidt: 25 Kunstwerken 24 Filosofen. Het uitgangspunt van de hier gebundelde beschouwingen zijn kunstwerken (beelden, objecten, schilderijen, installaties) uit de twintigste en eenentwintigste eeuw. Om deze kunstwerken te begrijpen of het aanvankelijke begrijpen te verdiepen, komen filosofen in beeld die een bepaalde opvatting van kunst en schoonheid, kortom: van esthetica hebben.

Aan Piet Mondriaan en Louise Bourgeois zijn de eerste twee hoofdstukken gewijd. Ze handelen over de esthetische begrippen ‘harmonie’ en ‘nabootsing’. Plato en Aristoteles nemen de filosofische reflectie voor hun rekening. Met het samengaan van waarheid, goedheid en schoonheid bij Plato is de discussie meteen begonnen. Zijn Plato’s ideeën op Mondriaan van toepassing? Is de befaamde ‘catharsis’ van Aristoteles, de zuivering van de menselijke gevoelens van vrees en medelijden, verhelderend voor de waarneming van het werk van Bourgeois? De enorme spin van Bourgeois die bij het Guggenheim Museum in Bilbao staat, boezemt inderdaad vrees in, maar is deze vrees voor het insect gelijk aan de vrees voor de goden bij Aristoteles?

Het aardige van Reflecties is dat het gericht is op gesprek en discussie. De kunstzinnige analyses zijn ontwerpen die de lezer van commentaar kan en moet voorzien. Zeer intrigerend en provocerend zijn de hoofdstukken over Kokoschka en Hegel, over Christo en Marx, over Dijkstra en Schopenhauer. Ook de combinaties Abramović/Nietzsche, Farocki/ Benjamin, Dumas/Lyotard en Beuys/Dewey zijn zeer verrassend en dwingen de lezer tot nadenken.

De gekozen kunstwerken volgen de lijn van de chronologie. Bij de filosofen is deze chronologie minder duidelijk zichtbaar. Het kunstwerk en de esthetische theorie sluiten beter op elkaar aan naarmate onze eigen tijd nader komt: het modernisme, het postmodernisme en het post-postmodernisme. Daar is een duidelijke reden voor: filosofie en kunst zijn in onze tijd elkaars inspiratiebronnen. Het is daarentegen veel lastiger om Karl Marx (die de kunst tot de aan de productieverhoudingen en productietoestanden gekoppelde bovenbouw rekende) in verband te brengen met de opvatting die Christo van vervreemding heeft. De Reflecties lopen ook het risico om de filosofische opvattingen van bepaalde kunstenaars zoals Joseph Beuys in de analyse te verwerken. In het hoofdstuk over Beuys is het overrompelende en tot tegenspraak van de beschouwer leidende karakter van zijn werk naar de zijlijn geschoven. De auteurs van Reflecties verdienen een groot compliment voor de wijze waarop zij de filosofie toegankelijk hebben gemaakt. Hun grondige kennis van de wijsbegeerte dient als hulpmiddel om kunstwerken die op het eerste gezicht belachelijk of ondoorgrondelijk lijken, betekenis te geven. Tezelfdertijd kloppen de kunstwerken met allerlei vragen bij de filosofen aan. Kunnen de begrippen als ‘ascese’ en ‘Weltverneinung’ van Arthur Schopenhauer weergeven wat de beschouwer ervaart bij het zien van de foto van het meisje op het strand van Rineke Dijkstra? Aldus daagt het kunstwerk de pretentie van de filosofie uit.

Dit is geen koffietafelboek. Of misschien wel, mits iemand uit het gezelschap de moeite wil nemen om een hoofdstuk hardop voor te lezen. Discussie verzekerd!

Naar aanleiding van

Onno Zijlstra / Wendy Janssen, Reflecties. 25 Kunstwerken 24 Filosofen, Budel, 2016

Sophie 08e jaargang nr. 1 - februari 2018