Integrale kennis

Kennis van objecten en kennis van vaardigheden noemt Peter Blokhuis integrale kennis. Om deze kennis gaat het in het beroepsonderwijs. Theorie en praktijk moeten daarin gelijk opgaan. Leerlingen in het beroepsonderwijs hebben weinig aan abstracte kennis. Toch is het leren kennen los van een praktische betekenis eveneens van belang, om tot waardering van het gekende te kunnen komen.

 

Mensen leven niet zonder kennis. In hun kennen zijn ze verbonden met de wereld om hen heen. Om te kunnen handelen hebben we kennis en vaardigheden nodig. Maar niet alle kennis is direct van betekenis voor ons handelen. Er zijn veel dingen die mensen graag willen weten zonder dat er een directe relatie is met de levenspraktijk. Kennis van het China van voor het jaar 1000 lijkt geen directe betekenis te hebben voor ons handelen. Mensen die kennis vooral zien als iets wat je kunt gebruiken in de praktijk, zullen dat soort kennis nutteloos en overbodig vinden. De vraag die ik in dit artikel aan de orde stel is op welke wijze kennis van belang is voor ons handelen en wat het karakter is van die kennis. Is het een ander soort kennis dan kennis die we niet direct nodig hebben voor het handelen?

Ik ga op deze vragen in tegen de achtergrond van de praktijk van het beroepsonderwijs. In het beroepsonderwijs zijn zowel vaardigheden als kennis belangrijk maar het is van belang die twee in het leerproces dicht bij elkaar te houden om te voorkomen dat het onderwijs te ver afstaat van de praktijk van het beroep.

 

Bewustzijn

Het menselijk bewustzijn is zelden leeg, zeker als we wakker zijn. Ook al wordt er voor het oog niets gedaan, er wordt heel wat gezien en gedacht. Soms is het te veel en willen mensen hun hoofd leeg maken. Ze hebben te veel aan hun hoofd en kunnen geen afstand meer nemen. Wie in vakantietijd of rusttijd zijn hoofd wil leegmaken moet zich afzonderen en uit de buurt blijven van prikkelbronnen. Maar juist dan komt er ruimte voor allerlei andere storende gedachten. Leeg worden kost moeite. En dan hebben we het alleen nog maar over datgene waarop ons bewustzijn gericht kan zijn: waar we aan denken, waar we bij stilstaan of wat we opmerken. Echt leeg is ons bewustzijn namelijk nooit. We dragen op de achtergrond van ons bewustzijn van alles mee, een neerslag van wat ooit binnengekomen of gedacht is. We zijn daar niet mee bezig maar het speelt wel mee als we denken en de werkelijkheid buiten ons ervaren. We kunnen er iets van opdiepen en daar bewust mee bezig zijn, bijvoorbeeld een herinnering. Vaak dringt zich ook iets aan ons op zonder dat we het willen. Daarom is het zo moeilijk om leeg te zijn, er komt altijd wel iets bovendrijven. Dat kun je positief opvatten. Vakantie wordt dan een tijd om na te denken over dingen waar anders geen tijd voor is.

 

Aangeboren ideeën?

Dat wat op de achtergrond in ons bewustzijn aanwezig is, begint al vroeg te ontstaan. Een baby wordt niet met een leeg bewustzijn geboren. Of we dat ‘aangeboren ideeën’ kunnen noemen, laat ik in het midden, maar het is wel zeker dat een kind bij de geboorte een zekere vertrouwdheid toont met zaken als ruimte, tijd en voedsel en in elk geval het vermogen heeft om die vertrouwdheid te ontwikkelen. Pascal noemt dat kennis van het hart: “Want de kennis van de eerste beginselen, zoals het bestaan van ruimte, tijd, beweging en getal is even vast als welke kennis die onze redeneringen ons verschaffen” (Pensées, B282). Elders in hetzelfde boek schrijft Pascal dat het hart “van nature het universele wezen liefheeft” (Pensées, B277), wat we kunnen opvatten als een aangeboren godsbesef. Waar Pascal op wijst zijn mogelijkheden. Een kind wordt niet geboren met kennis van getallen of liefde voor God maar met het vermogen om getallen en God te kennen.

Wat in beginsel aanwezig is, kan ontwikkeld worden door

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.