God wil geen bloed zien maar liefde

Boekbespreking, God wil geen bloed zien maar liefde

De uitvoeringen van de passies van Bach zijn weer achter de rug. Christenen belijden de verzoening door het offer van Christus aan het kruis, maar hoe moeten we dat precies interpreteren? De Anglicaanse theologen Tom Wright en Rowan Williams keren zich tegen een God die ‘bloed wil zien’ en stellen dat het in het christendom ten diepste gaat om de opofferende kracht van de liefde.

In het boek Goede Vrijdag. De dag dat de revolutie begon betoogt Wright, nieuwtestamenticus aan de Universiteit van St. Andrews, dat de christelijke boodschap van verzoening in de geschiedenis te vaak is uitgelegd als ‘gered worden om in de hemel te komen’ in plaats van – en dat is zijn opvatting – ‘een plaats krijgen in een vernieuwde schepping’. Wright keert zich tegen het ‘grote hemel- en helschema’ van de westerse eschatologie. Het visioen van een niet-lichamelijke ‘hemel’ als einddoel is volgens hem een directe erfenis van Plato. De keuze voor een onthecht soort spiritualiteit en een ‘escapistische’ eschatologie is middeleeuws en is gericht op mijn zonde en mijn verlossing, wat haaks staat op de opvatting dat het doel van Gods reddingsplan de nieuwe hemel én de nieuwe aarde is.

De boodschap van de revolutie van het kruis is volgens Wright dat Gods reddende liefde de eindoverwinning over al de machten van de duisternis heeft behaald. Volgens de Bijbel wordt het ware mens-zijn niet alleen verhinderd door de zonde, maar door de achterliggende afgoderij. De mensen hebben de macht die zij van God hebben ontvangen ten behoeve van de schepping, aan de afgoden overgedragen. In plaats van dat zij hun gezag binnen en over de schepping hebben uitgeoefend, hebben zij hun roeping ondersteboven gekeerd door hun aanbidding en aanhankelijkheid aan krachten en machten binnen de schepping zelf te geven. Zonde is niet dat mensen zich misdragen en daarom ‘straf’ verdienen, maar afgoderij, die geresulteerd heeft in slavernij van de mens en de hele schepping.

Misleidend

Het fundamentele hemel-en-heldualisme waart volgens Wright nog steeds rond in de westerse theologie. Het beeld van een ziel die aan het lichaam ontsnapt en naar een niet-lichamelijke hemel gaat, is hoogst misleidend. Het gaat in de Bijbel niet om de hemel, maar om een vernieuwde roeping binnen Gods vernieuwde schepping. Wat de Bijbel biedt is geen werkcontract (de mens zondigt, Jezus ‘herstelt’ de fout), dus geen abstracte, op werken gebaseerde verzoeningstheologie, maar een roepingsverbond, de roeping om werkelijk mens te zijn. Mensen zijn niet maar geroepen om aan bepaalde morele maatstaven in het heden te voldoen, maar worden opgewekt tot viering, aanbidding, voortplanting en verantwoordelijkheid binnen het rijke leven van de schepping. Ze zijn geschapen om de eer van heel de schepping naar de Schepper terug te kaatsen.

Doel van Gods reddingsoperatie, volbracht door Jezus, was de directe vervulling van de oude hoop van Israël. De hoop van Israël betrof geen reddingsoperatie waarbij Israël uit de wereld gered zou worden, maar een reddingsoperatie voor de wereld, een operatie waardoor verloste mensen weer een rol zouden spelen in een vernieuwde wereld. De kern van de revolutie op Goede Vrijdag was dat Gods koninkrijk zich zou vestigen “op aarde zoals in de hemel”. Dat staat tegenover een alleen maar aardse hoop of een alleen maar geestelijke werkelijkheid. De vergeving van zonden heeft een kosmisch karakter, wat haaks staat op een geplatoniseerde visie op de verlossing. Wright keert zich tegen het populaire christelijke denken dat een drieledige vergissing maakte waarbij de ene schakel te nauw samenhangt met de andere: een platonisering van de eschatologie (‘zielen in de hemel’ in plaats van de beloofde nieuwe schepping) heeft geleid tot moralisering van onze antropologie (toelatingsexamen in morele bekwaamheid in plaats van de Bijbelse notie van menselijke roeping) en een paganisering van onze heilsleer (“God doodt Jezus om zijn toorn te stillen”).

Jezus zag zichzelf als de vervulling van het Pesachfeest, teken van een hernieuwde uittocht. We zien hier volgens Wright geen toornende God die bloed wil zien, maar de verbondsgetrouwe God die de zonde in volle kracht op zichzelf laat komen. Jezus is de ware Messias, wiens ingeluide heerschappij een einde zal maken aan die van de machten van de wereld. Jezus laadt het gewicht van Israëls zonden en daarmee die van de wereld op zich zodat nu eindelijk het koninkrijk in volle omvang kan komen. Israël heeft het lot van de wereld gedragen; de Messias heeft het lot van Israël gedragen.

Gehele wereld

Zo komt Wright tot een vaak eerder uitgesproken mening dat God al in Abraham één groot nageslacht heeft beloofd waarin gelovige Joden en gelovige heidenen samen één lichaam vormen. De vloek is gedragen, de zegen kan nu tot de heidenen komen. Het probleem is niet het algemene probleem van de menselijke zonde of zelfs niet van de dood die we ons ermee op de hals halen. Het probleem is dat God beloftes deed niet alleen aan Abraham, maar door Abraham aan de wereld. Het doel van de redding is het herstel van de ware bestemming van mensen, van het roepingsverbond waarbij mensen worden geroepen tot het koninklijk priesterschap. “Het Adamproject, mensen als deelgenoot in Gods regering van de schepping, staat weer op de rails.”

Het goddelijke plan voor de gehele schepping – het verbondsplan via Israël voor de wereld – is in werking getreden. God koos Abraham uit om de zonde van Adam terug te draaien; God gaf Israël de taak om licht in de wereld te brengen. Het verbond was altijd gericht op het afrekenen met de zonde. God is in de Messias trouw aan het verbond door Israël voor de wereld. Jezus, als Israëls Messias, is de plaats waar en het middel waardoor Gods verbondsbedoelingen en Israëls verbondstrouw samenkomen en hun oorspronkelijke doel bereiken.

Wat nu verloren gaat is het gepaganiseerde beeld van een boze God die boven de wereld opdoemt en die bloed wil zien, zo benadrukt Wright. In plaats hiervan biedt Paulus het Joodse visioen van een liefhebbende vrijgevige SchepperGod, die zichzelf geeft voor het leven van de wereld. Het gaat in de vergeving van de zonden om een compleet nieuwe manier van mens-zijn in de wereld en voor de wereld. Dankzij het kruis is de wereld als geheel vrij om trouw te bewijzen aan de God die haar geschapen heeft. Toen Jezus stierf, verloren de ‘machten’ hun macht. De macht van de vergeving, van de liefde, is openbaar gekomen. Maar de aardse machten zijn nog even levend, Wright verwijst onder meer naar de afgodische stelsels van geld, seks en macht.

Kwetsbare liefde

Rowan Williams, van 2002 tot 2012 aartsbisschop van Canterbury, typeert het kruis als een teken van de transcendente vrijheid van Gods liefde. De liefde van God is vrij en daarom zowel oppermachtig als volledig kwetsbaar. Zij vereenzelvigt zich met de machtelozen en verandert en schokt de wereld. Evenals Wright denkt Williams niet juridisch over de dood van Jezus, maar zijn de tempel en het offer voor hem het zwaarwegende Bijbelse beeld. De dood van Jezus is een offer omdat deze een reddingsoperatie is, met als doel om lijden en straf af te wenden en de keten tussen kwade handelingen en kwade gevolgen te verbreken. De echte kern van het offer is niet om God te kalmeren, maar gehoorzaamheid. Gods wil uitvoeren, dát is God het geschenk geven dat hem het meest behaagt. “God vindt het fijn dat zijn onbaatzuchtige liefde wordt weerspiegeld.” De absolute creatieve liefde van God heeft de wereld en de mens een totaal nieuwe start gegeven. En dat is een verandering in de menselijke natuur die niet afhankelijk is van mijn prestaties.

Het kruis is een overwinning omdat op een bepaalde manier de overwinning al in het leven van Jezus is behaald. Hij heeft zich in oprechte liefde en toewijding aan God en aan de noden van de wereld gegeven. Het kruis is de bezegeling van een bepaald soort leven: een leven dat zich heeft afgekeerd van geweld, manipulatie en overheersing. Het kruis is een overwinning, maar een overwinning in de zin van een nederlaag van de wereld. Het kruis is géén gebeurtenis aan het eind van Jezus’ leven, maar het tot vervulling komen van waar dat leven om ging.

Zo toont de opstanding wat altijd waar is geweest, namelijk de integriteit, de onverwoestbaarheid, van de liefde die steeds aan het werk is geweest. Geloven in de opstanding is geloven dat het nieuwe tijdperk is ingeleid, de nieuwe wereld is begonnen. De laatste, beslissende fase van Gods interactie met Israël is begonnen, en door Israël met de hele wereld. Hoe? Er is volgens Williams bij de opstanding geen verborgen camera geweest om te registreren wat echt is gebeurd, maar we zien om ons heen wel de impact van een gebeurtenis die mensen deed geloven dat de wereld voor altijd is veranderd. Jezus behoort niet meer tot het verleden, maar is vanaf nu verbonden met hoe we spreken over God. Als wij sterven, brengt God ons tot leven terwijl hij onze relatie met hem herstelt.

Beide theologen tonen in eigentijdse taal dat bij de kruisdood en de opstanding er fundamenteel in de wereld iets is veranderd, ja, alles. Door het offer van Jezus is een nieuwe wereld ontstaan die niet alleen als een idee in het denken van mensen (voort)leeft, maar een historische werkelijkheid is. Dat geeft de christen hoop om vanuit dat perspectief de moderne afgoden te bestrijden en te ontmaskeren. Het enige antwoord op hen is de machteloze en kwetsbare liefde, zoals Jezus die liet zien en waaruit ook zijn volgelingen leven. Deze kern is niet te manipuleren en zal eens de gehele wereld omvatten.

Naar aanleiding van

Tom Wright, Goede Vrijdag. De dag dat de Revolutie begon, Franeker, 2018
Rowan Williams, God met ons. De betekenis van het kruis en de opstanding – toen en nu; Berne Media

Sophie 08e jaargang nr. 3 - juni 2018