Zygmunt Bauman (1925-2017) was de Freud van onze tijd – Een voorbeeld van kritisch gebruik van zijn werk

Zygmunt Bauman

Op 9 januari jongstleden overleed Zygmunt Bauman in de leeftijd van 91 jaar. Volgens Hans Boutellier vervulde Bauman de rol van Freud. Hij stelde pijnlijke diagnoses over de psychologie van onze samenleving, maar zijn kritiek was, anders dan die van Freud, nogal eenzijdig en massief. In zijn denken over criminaliteit maakt Boutellier kritisch gebruik van het werk van Bauman.

Zygmunt Bauman was als de psychoanalyticus die geen genade kent met de neuroticus, met dat verschil dat hij zich niet hield aan de regel van abstinentie. Hij ging er zelf in mee. Bauman lezen geeft met andere woorden de pijn van het inzicht zonder therapeutische doek voor het bloeden. En daarin schuilt ook de weerstand die Bauman oproept. Met name zijn analyses over ‘de vloeibaarheid’ van onze samenleving zijn groots en meeslepend, maar zij bieden weinig ruimte voor tegenwerpingen of dialoog.

Bauman heeft ons veel geleerd over de centrale betekenis van veiligheid in onze tijd. Hij geeft aanleiding om te spreken van een protocriminele samenleving, dat wil zeggen dat zij condities genereert voor normoverschrijding enerzijds en voor een grote angst daarvoor anderzijds. Deze effecten beschouw ik niet als neurotische symptomen van deze tijd, maar eerder als noodzakelijke gevolgen van de omstandigheden. Het is op dit punt dat ik afstand neem van Baumans duiding van de toestand van de samenleving. In plaats van de wens tot ontmaskering van deze condities, beschouw ik een pragmatische analyse van onveiligheid – actie en reactie – wenselijk en noodzakelijk.

Van postmodern naar vloeibaar

De relatie tussen Freud en Bauman is op een evidente manier zichtbaar in zijn boek Postmodernity and its Discontents (1997). Deze titel verwijst direct naar Das Unbehagen in der Kultur van Freud . In dit essay formuleert Freud het ‘verbazingwekkende’ inzicht dat cultuur – als noodzakelijke conditie van menszijn – per definitie en permanent leidt tot onbehagen. Freud stelt “dat onze ellende voor een groot deel te wijten is aan wat wij onze cultuur noemen; wij zouden veel gelukkiger zijn als wij deze zouden opgeven en naar primitiever toestanden zouden terugkeren. Ik noem deze bewering daarom verbazingwekkend, omdat […] toch vaststaat dat alles waarmee wij ons tegen de bedreiging uit de bronnen van het lijden pogen te beschermen, deel uitmaakt van diezelfde cultuur” (Freud vert. 1984, 108-109).

Bauman draait in Postmodernity and its Discontents de redenering van Freud om. In de huidige fase van de moderniteit vloeit het onbehagen niet voort uit de disciplinering, maar uit het gebrek daaraan. De hedendaagse cultuur is dusdanig ontregeld dat zij angst en onzekerheid teweegbrengt. Het postmoderne onbehagen vloeit voort uit de vrijheidsbeleving die enerzijds in het teken van het genieten staat, maar anderzijds weinig individuele veiligheid biedt (1997, 3) Het is dus een verraderlijk soort vrijheid die domineert. Het is de vrijheid van het consumentisme dat uiteindelijk leidt tot het inruilen van individuele vrijheid voor individuele zekerheid. “Vrijheid is het meest luisterrijk wanneer ze wordt geofferd op het altaar van de zekerheid” (Bauman 1997, 3). Met dank aan dit inzicht van Bauman schreef ik De veiligheidsutopie (2002), over het onbehagen en verlangen waarmee misdaad en straf tegenwoordig zijn omgeven.

Vloeibaar

Bauman schreef in relatief korte tijd vijf boeken rond het woord ‘vloeibaar’: Liquid Modernity (2000), Liquid Love (2003), Liquid Life (2005), Liquid Fear (2006), Liquid Times (2007). (Tussen 2000 en 2012 publiceerde hij maar liefst achttien boeken.) In deze boeken geeft hij zijn gedachtegoed een wending die aansluit bij de inzichten over de netwerkmaatschappij (Castells). Een samenleving noemt hij vloeibaar modern wanneer de omstandigheden waaronder mensen handelen zo snel veranderen dat ze geen tot gewoontes of routines kunnen worden. De levens in zo een samenleving tenderen naar een vloeibare levensstijl, die niet lang stand kan houden.

In zijn boek Liquid modernity overstijgt Bauman de wat vruchteloze discussie over de juiste typering van het huidige tijdperk. Begrippen als postmodern, laatmodern, hypermodern hebben met elkaar gemeen dat ze een nieuwe fase in de ontwikkeling van de moderniteit willen aanduiden. Het bezwaar van deze begrippen is dat ze zich blijven verhouden tot de moderniteit als maat der dingen. Het begrip postmodern duidt op een voorbije toestand, die (nog) niet in nieuwe termen is te duiden. Dit geldt zeker voor de betekenis die Bauman daaraan heeft gegeven: moderniteit zonder illusies. Hypermodern en laatmodern wijzen op een intensivering van de moderniteit en blijven als zodanig gevangen in de premissen van de moderniteit – meer in het bijzonder emancipatie en vooruitgang.

Met het begrip liquid slaagt Bauman erin een nieuwe toestand onder woorden te brengen die radicaal verschilt van elk moderniteitsdenken. Bauman gebruikt het woord vloeibaar in contrast met het begrip solide. ‘Liquid’ beschrijft een toestand die radicaal verschilt van het solide moderniteitsdenken. Het is een metafoor voor een nieuwe fase in de geschiedenis. Om deze nieuwe fase te kenschetsen moet men een beroep doen op zware begrippen als individualisering, globalisering en technologisering. Zij staan voor historische ontwikkelingen die een grote impact hebben op de wijze waarop westerse samenlevingen en hun inwoners vormgeven aan hun leven. In dit hoofdstuk betrek ik de stelling dat deze ontwikkelingen aan criminaliteit, onveiligheid en de reacties daarop een nieuwe betekenis geven. In een periode van ongeveer veertig jaar is niet alleen de criminaliteit in omvang sterk toegenomen, maar veranderde ook het karakter ervan. Wie realiseert zich dat de eerste bankoverval in Nederland plaatsvond in 1962? En wat te denken van het voetbalvandalisme, de wapenhandel, het uitgaansgeweld, de drugscriminaliteit, het witwassen, de wietplantages, islamitische terreurdaden, mensensmokkel, intimiderende overlast, verschillende vormen van fraude, zinloos geweld? Stuk voor stuk criminele daden die het domein van misdaad en straf een volstrekt ander aanzien gaven. Criminaliteit is van alle tijden, maar zij veranderde, en de bestrijding ervan veranderde navenant. Een vloeibare samenleving kan omschreven worden als een protocriminele samenleving.

Vloeibare identiteiten

Voor een goed begrip van het vloeibare karakter van de huidige westerse samenleving, verwijst Bauman met enige regelmaat naar de solide structuren van weleer. De periode van solide moderniteit, na de Verlichting, kenmerkte zich door patronen, codes en regels waaraan men zich al dan niet kon conformeren, maar die hoe dan ook een stabiel oriëntatiepunt vormden. Dergelijke vaste oriëntatiepunten zijn in toenemende mate schaars. Het weven van sociale patronen is thans in belangrijke mate een zaak van individuen zelf geworden. De sociale context is minder gestructureerd, minder hiërarchisch en minder vanzelfsprekend. Deze nieuwe toestand heeft verstrekkende gevolgen voor een aantal trekken van modern samenleven: de relatie tussen tijd en ruimte, de plaats van arbeid, de emancipatie van burgers en de rol van de gemeenschap. In tegenstelling tot de solide moderne samenleving is niet de plaats, maar de tijd de beslissende factor: in de strijd om ruimte is tijd het belangrijkste wapen geworden. Zo ook veranderde de verhouding tussen kapitaal en arbeid; beide maakten zich los van specifieke plaatsen en levenslange verplichtingen. En waar de emancipatie van de burger centraal stond, is in een vloeibare samenleving het individu de bepalende eenheid.

We zijn volgens Bauman aldus getuige van een ongekende vrijheid om te experimenteren. Niet omdat we het leuk vinden, en niet omdat machthebbers dat zouden willen, maar omdat we niet anders kunnen onder vloeibare condities: individualisatie heeft de intentie om te blijven. De radicale individualisering leidt tot een andere beleving van de publieke sfeer. Deze vormt voor het individu een reusachtig scherm waarop het individu zijn persoonlijke beleving projecteert. De publieke ruimte wordt in toenemende mate bezet door 1|2017 44 Cultuur en maatschappij private motieven. Dit geldt ook voor de politiek waarin het individuele motief domineert boven het politieke argument. Maar het geldt ook voor de publieke ruimte, waarin de individuele beleving centraal staat (Bauman geeft het voorbeeld van belgedrag met mobiele telefoons, in 2000!). Het is een eerste reden om te spreken van een protocriminele samenleving. Daarin domineert het individu boven de burger. Er groeit volgens Bauman een kloof tussen het individu de jure (de staatsburger) en het individu de facto (de levende mens). De empirische individualiteit is als het ware uit de jas van het juridische burgerschap gegroeid. Tegen deze achtergrond is sprake van een totaal andere beleving van privacy. Het private is publiek geworden, zowel in de controlesfeer (camera’s, preventief fouilleren en dergelijke) als in de persoonlijke beleving (intieme telefoontjes in een volle treincoupé). Dit verklaart waarom de bescherming van privacy een enigszins onmodieuze vorm van engagement is geworden. Individuele motieven, behoeften en verlangens krijgen alle ruimte en je hoeft steeds minder brutaal te zijn om die ook te nemen. Een vloeibare samenleving geeft ruim baan aan uitingen en verlangens die buiten de traditionele normconformiteit vallen. Deze kunnen creatieve vormen aannemen, maar ook gewelddadige, wrede of antisociale vormen die op zichzelf het gemeenschapsgevoel weer verder ondermijnen.

Explosieve gemeenschappen

Bauman schetst in zijn liquid-boeken een wereld op zijn kop, waarin de verhoudingen tussen publiek en privaat, ruimte en tijd, kapitaal en arbeid, burger en individu flink door elkaar gehusseld zijn. Meer in het bijzonder staat hij stil bij de plaats van de gemeenschap. De solide moderniteit was een tijdperk van wederzijdse betrokkenheid, terwijl de vloeibare samenleving eerder leidt tot onthechting, ontwijking, vluchtgedrag en een hopeloze jacht op identiteit. Eenheid of gemeenschap zijn in zo een wereld niet vanzelfsprekend, maar moeten gecreëerd worden, en dat gebeurt dan vooral als een daad van zelfbescherming. Deze zelfgecreëerde gemeenschappen zijn veelal gekoppeld aan vormen van geweld; Bauman spreekt hier van explosieve gemeenschappen die geweld nodig hebben om geboren te worden en te blijven bestaan.

Bauman ontleent aan René Girard het inzicht dat gemeenschappen slachtoffers nodig hebben – outsiders, die dienst moeten doen om de grenzen te markeren (en dus niet te ver verwijderd moeten zijn van de gemeenschap). Dergelijke explosieve gemeenschappen passen bij een vloeibare samenleving en hebben vaak een tijdelijk en volatiel karakter. Zij hoeven niet per se gewelddadige vormen aan te nemen, maar hebben wel een uitgesproken beschermende functie. Bauman gebruikt hier afwisselend woorden als ‘carnavalgemeenschappen’ en ‘garderobegemeenschappen’ – zij imiteren ‘echte’ gemeenschappen die veelomvattend en duurzaam zijn. Deze tijdelijke gemeenschapsvormen zijn vaak niet een oplossing voor de kloof tussen de jure- en de facto-individualiteit, maar de symptomen en soms zelfs oorzaken van de sociale wanorde die eigen is aan de vloeibare samenleving.

Vandaar dat Bauman als centrale emotionele toestand in een vloeibare samenleving spreekt van Unsicherheit, een begrip waarin hij een samensmelting ziet van de Engelse woorden insecurity, uncertainty en unsafety. “Als Unsicherheit permanent wordt, voelt het in-de-wereld-zijn steeds minder als een wetsgebonden, gezagsgetrouwe, logische en consistente keten van handelingen, maar meer als een spel waarin de boze buitenwereld een van de spelers is, die net als alle andere spelers de kaarten angstvallig tegen de borst houdt” (2000, 137). De quasi-gemeenschappen van de vloeibare samenleving bieden onderdak aan individuen, die meer dan ooit snakken naar zekerheid en identiteit.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.