Filosofie tussen Gods stem en de verplichtingen. In gesprek met Victor Kal over de aard van joodse filosofie

Victor Kal door Maarten Kal

In ‘Mensbeeld’ wordt een spraakmakende denker geïnterviewd. Deze keer Victor Kal, emeritus hoofddocent wijsbegeerte aan de UvA. Er zijn vele bekende joodse filosofen – Maimonides, Buber, Rosenzweig, Benjamin, Levinas – maar is die benaming ‘joods’ bij ieder van hen op zijn plaats? Wat typeert ‘joodse filosofie’? En hoe verhouden zich religie en ethiek? Volgens Kal is een positieve oriëntatie op de Torah essentieel, gaat de religie aan de ethiek vooraf en is in Nietzsches denken meer invloed van de Bijbel te vinden dan bij Levinas. We spreken met deze belezen, bezielde en markante denker in zijn woonkamer met uitzicht op het Oosterpark.

Wat heeft u precies met joodse filosofie?
Mijn relatie met joodse filosofie is wel veranderd in de loop der jaren. Om met de actualiteit te beginnen: ik ben nu elke ochtend in de synagoge voor het ochtendgebed. Dan houdt de rabbijn na afloop een praatje, dikwijls over het stukje Torah van de week. Wat ik daar zie, is dat de rabbijnen aan filosofie doen, zonder dat ze daarvoor opgeleid zijn. Ze verwijzen ook niet naar filosofen. Maar omdat ik filosoof ben herken ik dat: ze denken eigenlijk filosofisch, omdat ze nadenken over betekenis. In het jodendom heb je een wetstraditie en een betekenistraditie en in die tweede traditie is voortdurend sprake van filosofie. Typerend voor filosofie is dat er geen autoriteit is. Filosofie is vrij denken. De rabbijnen zijn vrij waar het gaat om de betekenis van de Torah. Natuurlijk wel binnen de referentiepunten die de tekst van de Torah aanreikt.

U filosofeert zelf ook in die lijn?
Ik filosofeer niet heel anders dan de rabbijnen, behalve dan dat ik een pakket filosofie bij me heb. Wat ik nu het meest urgent vind, is het verhaal van Torah opnieuw wijsgerig te vertolken. En ik voel dat daar een heleboel te doen is.

Wat ik nu het meest urgent vind, is het verhaal van Torah opnieuw wijsgerig te vertolken

Welke joodse denkers hebben u geïnspireerd?
Mijn meest recente favoriet is Walter Benjamin. Hij wordt vaak Marxist genoemd, maar er zit flink wat joods denken in hem, vooral aan het begin en aan het eind van zijn oeuvre. Verder is Bubers Ik en Gij een lieveling van me geworden. Dat is voor een deel door studenten gekomen. Ik gaf er een keer college over en ik merkte dat ze er enthousiast van werden. Buber spreekt mensen aan, ook degenen die niks met het jodendom te maken hebben. Buber biedt een joodse filosofie minus de voorschriften. Daar had hij niks mee. In mijn periode voor Buber, maar dat is dus lang geleden inmiddels, ben ik uitvoerig met Rosenzweig bezig geweest. Maar daar hadden studenten niet zoveel mee. Ik heb veel van hem geleerd, maar zijn jodendom is niet mijn jodendom. Dat geldt ook voor een middeleeuwse denker als Maimonides. Dat was ook niet echt iets voor mij. Ik ben nooit van Maimonides gaan houden.

Is dat belangrijk voor u, het kunnen houden van het onderwerp van studie?
Ja natuurlijk, anders kan je er niet enthousiast over lesgeven. Ik heb ook wel lesgegeven over Spinoza, maar dat is een vijand. Spinoza is interessant en slim, en goed uit te leggen. Dus als docent had ik daar een zeker genoegen aan, maar na een tijdje was ik blij dat ik weer klaar was met Spinoza. Zijn denken is ergens zo negatief en beperkt. Niks voor mij.

Is Spinoza een joodse denker?
Hij was van joodse afkomst en had joodse kennis. Hij kon alles in het Hebreeuws lezen en hij kende de traditie goed. Maar hij plaatste zichzelf heel expliciet buiten het jodendom door de God van Torah te verwerpen. Hij wilde het jodendom door middel van wijsgerige argumentatie afbreken.

Wat is volgens u typerend voor joods denken?
Dat kan je op meerdere dimensies bekijken. De eerste, die heb ik al genoemd, is dat er een verbinding met Torah is. Daarmee bedoel ik niet alleen dat iemand het erover heeft, maar dat er echt een positieve verbinding is. Dat Torah als een referentiepunt fungeert. Dat is voor mij uiteindelijk een noodzakelijke voorwaarde voor joodse filosofie. Dan is er vervolgens nog heel veel discussie mogelijk natuurlijk. Om een concreet voorbeeld te geven: Buber en Rosenzweig waren zeer nauw met elkaar verbonden, maar Buber plaatst zich met zijn positie van ‘verwerping van de wet’ volgens Rosenzweig buiten het jodendom. Rosenzweig wilde echt in de wereld van de verplichtingen leven, Buber niet. Dat thema was voor hen allebei een halszaak.
Een tweede dimensie voor mij is of het lukt om de joodse religie te conceptualiseren op een manier die je joods kunt noemen. Nou daar barst de discussie meteen los natuurlijk, want dat wordt echt op 100 manieren gedaan. Denk aan thema’s als de voorzienigheid, het kwaad, de relatie van de religieuze mens tot zijn God, noem maar op. Dat wordt heel verschillend gezien door joden. En een derde dimensie is opnieuw de verplichtingen. Weet je je, juist als de filosoof die je bent, raad met de verplichtingen?

De inmiddels overleden Britse opperrabbijn Jonathan Sacks vindt onder meer vrijheid en verantwoordelijkheid typerend voor joods denken. Wat vindt u daarvan?
Normatief gezien kan ik daar zeker mee instemmen, maar als je kijkt naar de traditie dan zijn woorden als ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ er niet prominent aanwezig. Het zijn moderne woorden. Inhoudelijk zijn ze er wel, maar als termen zijn ze niet opvallend aanwezig. Natuurlijk weet iedereen van de vrijheid die begint als je niet meer slaaf bent in Egypte. Maar het is niet de invalshoek; die vrijheid met daaraan gekoppeld verantwoordelijkheid is iets moderns. Uiteraard is verantwoordelijkheid iets vanzelfsprekends in het jodendom, want een joodse verplichting is je voortdurende verantwoordelijkheid. Maar als begrip heeft men het niet nodig. Je bent de drager van die verplichting en je bent de drager van de wet. Dus de taal is anders, terwijl de verantwoordelijkheid er wel degelijk is. Een en ander heeft veel te maken met het wonderlijk informele karakter van de moderne vrijheid – dat uit het christendom komt. Dat is een vrijheid die niet a priori gedefinieerd is en alles omvat. En met een verantwoordelijkheid die ook allesomvattend is. Dat is anders in de joodse traditie. Daar krijgt vrijheid een plekje in de schaduw van de formele verplichtingen. Die staan voorop. Dat je koosjer moet eten, sjabbat moet houden, enzovoort.

Vrijheid met daaraan gekoppeld verantwoordelijkheid is iets moderns

Op een bepaalde manier werkt dat dus juist bevrijdend, dat die vrijheid meer ingevuld is?
Ja, het creëert een soort afstand tot het concrete leven. Maar het kan er ook toe leiden dat vergeten wordt waar het eigenlijk om gaat: om een grotere verantwoordelijkheid. Dat kun je koppelen aan het Hebreeuwse woord ha-kol, ‘de stem’ van God. Die is niet gekwalificeerd. Die is eigenlijk allesomvattend. Alleen, je moet luisteren naar die stem. Naast dat je ook verplichtingen hebt die zijn opgeschreven. Tussen die twee – de stem en de verplichtingen – zit een dynamiek. Soms verdwijnt die stem helemaal naar de achtergrond en soms komt hij helemaal op de voorgrond, zoals bij Buber, waar de verplichtingen wegvallen.

 


U leest dit artikel gratis. Geïnteresseerd geraakt?

Neem nu een jaarabonnement op Sophie of probeer eerst een proefabonnement!


 

U heeft het veel over Rosenzweig en Buber. Misschien wel de beroemdste joodse denker buiten joodse kringen is momenteel Emmanuel Levinas. Wat heeft u met hem? Wordt hem wel voldoende recht gedaan als joods denker in onze geseculariseerde westerse samenleving?
Ik heb begin jaren zeventig van Theo de Boer – een filosoof van protestantse huize – les gehad over Levinas. Levinas was toen echt nieuw. Aan de UvA was er destijds een soort normatieve seculariteit. Wij lazen Levinas, maar lieten zijn hele Godsidee gewoon weg. Terwijl Levinas daar best opvallend mee bezig is, net als met religie. Wij lazen Levinas eigenlijk als ethisch en niet als religieus denker. Op dat punt is er veel onrecht gedaan aan Levinas.
Van oorsprong wilde Levinas helemaal geen joods denker zijn. In het Frankrijk waarin hij was opgegroeid, wilde je niet geafficheerd worden als joods denker, want dat betekende dat je niet bij de academische filosofie hoorde. En dat wilde Levinas juist wel. Hij wilde filosoof zijn en benadrukte daarom ook altijd de universele strekking van zijn denken, terwijl het jodendom een particularistische strekking heeft. Levinas moet niet zozeer gezien worden als een joods denker, maar als een Frans denker. Dat wilde hij zijn. Levinas was heel lang dé Heideggeriaan in Frankrijk. Heidegger, moet je nagaan! Sartre bedankt Levinas dat hij van Levinas Heidegger heeft geleerd. Levinas heeft samen met Blanchot Heidegger gelezen. En hij was enthousiast over Heidegger, tot de oorlog. Maar hij is zijn leven lang van Heidegger blijven houden, dat zie je in interviews.

Dus Levinas was geen joodse denker, althans niet allereerst. Inderdaad, Levinas neerzetten als joodse denker laat iets weg. Het ging hem om de westerse filosofie. Hij was een Frans denker in de Duitse traditie, van Heidegger en Husserl. En hij was een Rus. Dat zie je ook terug: Dostojevski, altijd weer Dostojevski, op belangrijke punten in zijn denken. En hij sprak Russisch met zijn vrouw tot het eind van zijn leven. Het als joodse denker neergezet worden heeft Levinas zich wat laten aanleunen. Hij vond dat wel fijn ergens, denk ik, maar het doet niet helemaal recht aan zijn geschiedenis.
Ik heb in 1979, toen ik in Parijs woonde, college gelopen bij Levinas. Toen was hij nog niet beroemd in Frankrijk, in Nederland al wel. Wij zaten daar met uitsluitend buitenlanders op het college van Levinas. En Levinas moest lesgeven over Husserl, want aan de Sorbonne in Parijs mag je niet lesgeven over jezelf. Hij gaf les over Husserl met het grootste plezier van de wereld. Niets joods aan, gewoon kennistheorie, metafysica. Dat was Levinas, helemaal in zijn element.

Later heeft hij wel zijn Talmoedische lezingen gehouden. Hij heeft inderdaad werk gemaakt van zijn joodse identiteit, na de oorlog. Dus hij doet dan iets joods en hij doet dat ook omdat hij jood is. Maar hij doet dat niet specifiek voor een joods publiek. Het is toch intellectueel bedoeld, en benadrukt het universalisme in de Talmoed. Het gaat om een universele ethiek. Dat staat voor hem op het spel. En ook hier kan je eigenlijk zien dat de religie niet apart en prominent naar voren komt.
Hier zit nog steeds die grote kwestie: religie en ethiek, zijn die nou hetzelfde of niet? Daarom heeft Buber de opmerking gemaakt richting Levinas dat hij ethiek doet, maar dat dat nog niet het begin is! Want Buber was een man van de religie, van de offerbeweging. Levinas heeft die offerbeweging nooit gezien en gedeeld.

Wat bedoelt u met de offerbeweging?
De offerbeweging is wat Kierkegaard doet in Vrees en beven onder verwijzing naar Abraham. Hij gaat op weg om zijn zoon Izaäk op het altaar te binden. Ethisch gezien is dit uiteraard uiterst problematisch. Ethisch gezien wil je dit helemaal niet. Maar dit is religie. Kierkegaard onderscheidt religie en ethiek scherp. Religieus gezien moet het gebeuren. Kierkegaard heeft daar iets gezien en heeft daar iets mee gedaan. Buber heeft dat heeft overgenomen en gezien dat er iets is dat vooraf gaat aan de ethiek. Dat religie vooraf gaat aan de ethiek heeft Levinas echter nooit gedeeld. Dat bleef een fundamentele controverse tussen beiden. Ik vind dat Levinas ten onrechte de religie laat verdwijnen, en daardoor sta ik aan de kant van Buber.

Buber lijkt wat op de achtergrond te zijn geraakt tegenwoordig, terwijl Levinas juist aan populariteit heeft gewonnen.
Ik vind het jammer dat Levinas Buber een beetje van het toneel heeft doen verdwijnen in Nederland. Buber was in heel Europa zeer veel gelezen, toen kwam Levinas en die heeft Buber een beetje weggezet. Hij was natuurlijk later, en lijkt dan actueler. Bubers klassieke boek Ik en Gij blijft echter belangrijk. Het is niet gemakkelijk, nogal mystiek. Je hebt een gids nodig om het op de goede manier door te komen en die goede gids heeft Buber nog niet gekregen. Dus heeft Levinas het gewonnen. Maar ik betreur het echt. Vooral vanwege de religie. De ethiek is wel belangrijker dan religie in mijn ogen, maar religie is als voorwaarde voor ethiek zeer wezenlijk. Ethiek heeft religie nodig, zou ik menen.

Waarom is dat zo?
Religie probeert mensen in een bepaalde houding te brengen. Een houding van ontvankelijkheid voor wat moet. En wat moet is ethiek. Door de religie word je aanspreekbaar. Levinas neemt de aanspreekbaarheid van de mens als a priori aan. Dat is hem in een interview ook wel gevraagd: Stel dat mensen nou niet aanspreekbaar zijn, wat dan? Levinas zegt dan doodleuk: Ja, dan heb je geen ethiek. Dan is hij klaar met het onderwerp. Terwijl ik vind: religie is nodig, want ze dwingt jou ertoe om aanspreekbaar te zijn.

Religie is nodig, want ze kan je ertoe brengen om aanspreekbaar te zijn

Is dat per se een godsdienstige, formele religie?
Het kan in een formele religie, maar je hebt ook informele religie. En het kan ook seculier, in de zin van de ernst – zoals onder meer gebruikt door Kierkegaard, Nietzsche en Heidegger – van de moderne mens. De kern van de religie zit daar nog in. Weliswaar erg informeel, en het individu beschouwt het niet eens als iets religieus, maar ernst is een soort houding die voorafgaat aan luisteren, aan vragen als: Wat moet ik eigenlijk? Wat wordt er van mij gevraagd? En die ernst zit in de seculiere mens dikwijls niet minder dan in de religieuze mensen, vind ik. Maar hier ben ik misschien een beetje optimistisch.
Ik heb het gevoel dat religie momenteel urgent is en mijn optimisme zit hierin dat er een aanknopingspunt zit voor religie in de seculiere mens, als die ernst er is. De seculiere mens kan, in de ernst, herkennen wat je doet met de religie. Daar heb ik ook ervaring mee in colleges. In Amsterdam geef je les aan in meerderheid seculiere studenten. En ze hebben geen van allen moeite met religie. Het zijn wel keuzevakken hoor, dus dat maakt natuurlijk uit. Maar de studenten die daar zijn die laten zich toch wel brengen tot iets wat een religieuze positie is. En je ziet bij sommige dan wel de gevolgen. Dat ze aan het einde van een serie colleges een religieus mens zijn geworden, weliswaar nog steeds zonder religie, maar er is toch iets gebeurd met hun identiteit. Dat heb ik ook wel gevraagd aan studenten, of ze zich als religieus beschouwen. En dan zeggen ze gewoon ‘Ja’.

Dit betekent uiteraard nog niet religie met traditie en gemeenschap – en die horen bij elkaar. En een religie is altijd een traditie. Dat is natuurlijk weer een hele andere stap dan de stap naar religiositeit. Hier kan je ook Buber noemen, want wat Buber doet in Ik en Gij is heel individueel. Maar Buber beschouwde dit wel als de basis van gemeenschap, iets waarin hij ook heel erg geïnteresseerd was. Tegelijk zie je dat in dat boek niet wat voor gemeenschap daar tevoorschijn gaat komen, omdat hij eigenlijk de traditionele joodse gemeenschap niet wil. En een soort nieuwe gemeenschap sticht hij niet. Heeft hij ook in zijn leven niet gedaan.

Binnenkort verschijnt van u het boek Nietzsches ogenblik (februari 2025), met daarin een hoofdstuk getiteld ‘De joodse Nietzsche’. Prikkelende titel… Hoe ziet u dit?
Er zijn veel mensen gehecht aan hun beeld van Nietzsche als de atheïst, met “God is dood” als zijn kernboodschap. Ik presenteer Nietzsche uitdrukkelijk als religieus denker. Dat is spannend, maar heel goed te bewijzen. Hij maakt meerdere keren, en soms best uitvoerig, opmerkingen over het Oude Testament. Het ‘joodse Oude Testament’, zo schrijft hij, is eigenlijk het grootste boek allertijden. Groter nog dan wat er in India en bij de Grieken geschreven is. Dat betekent ook dat hij daar kennelijk in las. Hij gebruikt ook vaak wendingen die je herkent als Torah-lezer. En hij schrijft bijvoorbeeld geregeld over ‘een toekomstig land’, een land waar we ooit zullen aankomen. Voor hem is dat Europa, zeker niet Duitsland – dat haatte hij. De manier waarop hij over Europa praat, loopt parallel met de manier waarop in Torah over het Land gepraat wordt. Dat neemt hij over. Ook de hele kwestie van de uitverkiezing neemt hij gewoon over. Hij zegt: het gaat om uitverkoren zijn. Hij zegt dan wel dat we door onszelf uitverkoren zijn, want door God uitverkoren kan hij niet zeggen, maar dus wel: uitverkoren. Wat helemaal parallel loopt aan Torah. Uitverkoren worden ziet hij als een ervaring, als een gebeuren. Niet als een daad. Iedereen kan zichzelf wel uitverkiezen. Dat is onzin, ook voor Nietzsche.

Ik presenteer Nietzsche uitdrukkelijk als religieus denker

Tot slot. Wat zou u onze lezers willen aanraden te lezen als ze willen beginnen met joodse filosofie. Torah of Buber?
Lees Torah en Buber naast elkaar, met andere woorden lees Genesis en Ik en jij in combinatie, het één als toelichting bij het ander.

Personalia: Victor Kal (1951) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Université de Paris (La Sorbonne). Van 1994 tot 2022 was hij hoofddocent wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Recent verschenen van zijn hand De list van Spinoza: de grote gelijkschakeling (Prometheus, 2020), Poetins filosoof: Alexander Doegin (Prometheus, 2023) en Nietzsches ogenblik (Prometheus, 2025).