Waarheid en vriendschap

Plato mag dan een vriend zijn, de waarheid is een grotere vriend. Dat is volgens overlevering een wijsheid van Aristoteles. In naam van die waarheid zijn echter veel vriendschappen gebroken, families gespleten en kerken gescheurd. Wat is vriendschap met de waarheid dan eigenlijk voor een vriendschap?

Kun je alleen bevriend zijn met gelijkgestemden, of is er ook vriendschap mogelijk met andersvoelenden? Kan een pacifist alleen maar bevriend zijn met een pacifist? Geldt met andere woorden: soort zoekt soort? Of zou een transgender ook uit de voeten kunnen met iemand die de Nashvilleverklaring heeft ondertekend? Gaan een protestant en een katholiek beiden tezamen, of wringt zich op dit ene kussen er toch altijd weer de duivel tussen? (En doet die duivel dat dan niet in het geval van één geloof op één kussen?) Kun je zeggen wanneer je als vrienden een dispuut krijgt over iets wat voor jou heel belangrijk is: oké, we worden het niet eens, maar hé, kom op, laat het niet tussen ons in staan – we zijn vrienden! Dit zijn vragen die u ongetwijfeld heel goed zelf kunt beantwoorden vanuit uw levenservaring, zelfs veel beter dan filosofen het doen. Toch schuilt er een probleem dat filosofen maar blijft bezighouden, wat is eigenlijk vriendschap en waar houd je precies van in een vriendschap? Laten we eerst onze eigen geschiedenis induiken. (Ik doe dit overigens vanuit absolute quarantaine. Ik heb een kleine tas met boeken bij me voor de artikelen in dit nummer, maar het meeste moet ik uit mijn hoofd doen, dus zullen er onjuistheden, om niet te zeggen onwaarheden, in mijn verhaal staan.)

 

Holwerda

Het was 1948. De Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte vergaderde ergens bovenin Friesland. Die vereniging was als vernieuwingsbeweging ontstaan. In de eerste helft van de 20e eeuw domineerden theologen van de VU de gereformeerde wereld, in de persoon of in de geest van de grote Bram Kuyper. Theologen uit Kampen werden door de Amsterdamse ‘seigneurs’ niet echt serieus genomen. Op hen werd neergezien als tweederangs amateurs uit de provincie. Sommige van die provinciaaltjes, zoals Schilder en later Holwerda, vonden vrienden in de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte. Hoewel de calvinistische wijsbegeerte belangrijke gedachten aan de grote Bram ontleende (bijvoorbeeld over pluriformiteit en  soevereiniteit in eigen kring), waren zijn theologische opvolgers, zoals H.H. Kuyper en V. Hepp, niet tevreden over het kuyperiaanse gehalte van het gebruik hiervan. Die irritatie zal ook zijn voortgekomen uit de wijsgerige kritiek op de theologie als wetenschap. Wie was het alfamannetje op de apenrots? Wie was nu de koningin der wetenschappen, de filosofie of de theologie? Het huis van de VU raakte tegen zichzelf verdeeld. De elite-theologen beschuldigden Dirk Vollenhoven, één van de oprichters van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, bij het curatorium van ‘opvattingen die tegen Schrift en belijdenis ingingen’. En dan weet je wel hoe laat het is in de gereformeerde wereld: tijd voor haarkloverijen. Haarkloverijen komen niet voort uit een verlangen naar waarheid, maar uit een verlangen de ander te slim af te zijn en de wacht te betrekken bij het eigen gelijk. Dezelfde kinnesinne speelde al decennialang over en weer in de sofistische polemieken met Klaas Schilder. Waren er in de gereformeerde wereld dus scheidslijnen te zien tussen stad en ommeland en tussen theologie en filosofie, rond de Tweede Wereldoorlog tekende zich een derde breuklijn af: aan de ene kant de pro-Duitse H.H. Kuyper (wiens zoon zich meldde bij de S.S. en aan het Russische front sneuvelde), en aan de andere kant K. Schilder die zijn stem verhief tegen het nationaalsocialisme en de Duitse bezetting, op grond waarvan hij eerst door de Duitsers gevangen werd gezet en daarna een publicatieverbod kreeg. Een bijzondere tussenpositie nam A. Janse in, schoolmeester uit Biggekerke, die de ingewikkelde boeken van Herman Dooyeweerd in eenvoudiger Nederlands ontsloot voor de kleine luyden. Hij beschouwde de Duitse bezetter als de wettige overheid, terwijl hij tegelijk het fascisme veroordeelde. Moesten de Joden immers volgens Jezus ook geen belasting betalen aan de Romeinse keizer, die Palestina bezet hield?

Het kon niet anders of de bom moest een keer barsten. Dat gebeurde in 1944. Terwijl Schilder ondergedoken zat, werden op de synode van 1943 in Utrecht allerlei leerstelligheden doorgevoerd tot ver achter de komma over indifferente aangelegenheden waarover al jaren was gedebatteerd. Daardoor zag Schilder zich genoodzaakt zijn schuilkelder even te verlaten om zich met zijn volgelingen vrij te maken van het synodale juk. Vollenhoven en Dooyeweerd hadden nog een poging gedaan de synode te weerhouden van de rigide opstelling in de leergeschillen, maar die poging mislukte. Tegelijk vonden ze daarin te weinig aanleiding om zelf met de kerk te breken. Dat was niet hun stijl.

Op de genoemde vergadering nu in 1948 van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, kwam deze recente geschiedenis ter sprake, maar niet naar de zin van de vrijgemaakte Benne Holwerda, inmiddels hoogleraar Oude Testament in Kampen. Hij verliet de vergadering uit onvrede of om het laatste boemeltje naar huis te kunnen halen (dat vermeldt de historie niet). De voorzitter riep hem na: “Geef mij dan tenminste nog de hand!”, waarop Holwerda reageerde met: “Eerst in de kerk!”. Dat was het begin van het ‘ethisch conflict’. Terwijl ‘de doorbraak’ direct na de oorlog zorgde voor het begin van een afbraak van hervormde, socialistische, gereformeerde en katholieke zuilen die leidde tot nieuwe samenwerking, bijvoorbeeld door de oprichting van de Partij van de Arbeid, (‘Nu de oorlog voorbij is – nu corona voorbij is – gaan we alles anders doen!’), konden de vrijgemaakten niet anders dan met hun geweten in de knoop raken als zij Trouw lazen of ARP stemden. Hun rol in kerk, staat en maatschappij was alleen te vervullen met andere

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.