Vertalen en hermeneutiek zijn tweelingzusters

Tweehonderdvijftig jaar geleden werd Friedrich Schleiermacher geboren, de eerste theoloog die systematisch nadacht over vertalen en begrijpen. We kunnen volgens Hans Ester niet om hem heen.

 

De hermeneutiek, de hermêneutikê technê, is de wetenschappelijke methode om een tekst, in het bijzonder de Bijbel, uit te leggen of te verklaren. Het zou een verarming van ons geloven en denken zijn, wanneer de hermeneutiek in een kwaad daglicht zou komen te staan. De hermeneutiek probeert het proces van begrijpen van datgene wat vreemd is, zo te verduidelijken dat de rol van degene die begrijpt hierbij helder wordt. Wanneer een moeder of vader aan een kind uitlegt wat we bedoelen wanneer we tot God bidden, kan het kind de handeling van het bidden alleen maar begrijpen wanneer de nieuwe kennis (van het gebed) met vertrouwde woorden wordt verbonden. In wezen vertalen we in dit geval het volledig nieuwe naar iets wat aansluit bij het vertrouwde. Wanneer Christus aan de discipelen een gelijkenis vertelt, beoogt Hij de discipelen te laten nadenken over de waarheid van de gelijkenis in relatie tot hun gedachten over de juiste manier van handelen. Hoe diep dat proces van doorgronden en toepassen gaat, blijkt wel uit de moeite die we nog altijd hebben om de gelijkenis van de verloren zoon te begrijpen. Die moeite heeft te maken met de onrechtvaardige behandeling door de vader van de oudste zoon.

Niemand minder dan Maarten Luther heeft het verband tussen vertalen en verstaan prachtig gedemonstreerd. Twee dagen voor zijn overlijden deed Luther de volgende uitspraak: “Niemand kan de Romeinse schrijver Vergilius met zijn pastorale gedichten en zijn boerengezangen verstaan als hij niet herder of boer is. Niemand kan Cicero verstaan, wanneer hij niet twintig jaar is ondergedompeld in de grote politiek. Niemand heeft de Heilige Schrift voldoende geproefd, wanneer hij niet honderd jaar lang samen met de profeten de gemeente heeft geleid.”

 

Luthers testament

Deze uitspraak is hermeneutisch te noemen, omdat het daarbij gaat om de voorwaarden van het verstaan. De uitspraak wordt wel ‘het hermeneutische testament van Luther’ genoemd. Maar, wat gebeurt er wanneer een kenner van Vergilius aan de toehoorders-zonder-die-kennis moet verduidelijken wat Vergilius met zijn herdersgedichten wilde zeggen? Dan is een bezinning nodig op de wijze waarop de oorspronkelijke tekst die onbekend is en vreemd, moet worden weergegeven in woorden die juist wel bekend zijn.

 

In zijn Sendbrief vom Dolmetschen (Rondzendbrief over het vertolken) uit 1530 gaat Luther nader op dit vraagstuk in. In deze open brief over het vertalen geeft Luther een onvergetelijk voorbeeld van hoe dat vertalen in zijn ogen zou moeten. In Matteüs 12 vers 34 zegt Christus in de door Luther gebruikte Latijnse vertaling: “Ex abundantia cordis os loquitur”. De Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap geeft: “Uit de overvloed des harten spreekt de mond”. In zijn open brief verwerpt Luther

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.