Slagen met soφie

Essay en opdrachten over het eindexamenonderwerp filosofie 2020 – 2021

Land waar het leven goed is

 

Het eindexamenthema voor het vak filosofie op het vwo is ‘het goede leven en de vrije markt’. Henk de Vries schreef lange tijd geleden een tekst die naadloos in onze tijd past. Waarlijk een profeet.

 

Tien jaar geleden kreeg ik de volgende vraag voorgelegd: “De maatschappij verandert en jij mag een speech schrijven voor iemand die je beschouwt als de leider van de toekomst. Of als je zelf wilt spreken: welke gelegenheid zou je kiezen en over welke idealen voor de toekomst ga je het dan hebben?”. Ik koos ervoor de speech te schrijven die de leider van het CDA-ND (CDA Na Doorstart) en beoogde nieuwe minister-president zou houden voor het Nederlandse volk, via de televisie, na de enorme verkiezingsoverwinning. [i]  Na 10 jaar is de inhoud van die speech alleen maar actueler geworden…

Het leven is goed in Nederland. Zeker vergeleken met andere landen in de wereld. Maar dit goede leven wordt bedreigd. De financiële crisis heeft geleid tot een economische crisis en die tot een politieke crisis. Vooral zwakken zijn de dupe: kinderen, ouderen, gehandicapten en zieken, en ook: milieu, natuur en cultuur en – op wereldschaal – de armen.

Liberalisme en socialisme

Het liberalisme dacht dat dat de vrije markt problemen zou oplossen. Maar bedrijven op die wereldmarkt zijn uit op financieel gewin, niet op ons welzijn of duurzaamheid. Geld flitst naar plaatsen waar ‘t het hoogste rendement oplevert. Bovendien, we denken dat we vrije keuzes maken, maar we worden in feite gemanipuleerd door geraffineerde marketingmethoden. Hier liggen oorzaken van problemen, geen oplossingen.

Het socialisme wilde solidariteit. Mooi, maar het verwachtte te veel van de overheid. Die werd te groot en gaf te veel uit. En nu zou de Europese overheid uitkomst moeten bieden. De grauwsluier van het Europese gemiddelde, daar worden we alleen maar minder van. En concentratie van macht leidt tot misbruik van die macht. Ook geen oplossing dus.

 

 

Abraham Kuyper

Wie heeft een antwoord? Abraham Kuyper! Hij ontwikkelde een maatschappijmodel waarin er naast overheden en bedrijven een verscheidenheid aan andere verbanden is, zoals zorginstellingen, scholen en woningbouwverenigingen. Deze staan niet boven elkaar, maar naast elkaar. Elk met een eigen verantwoordelijkheid. Elk kan een organisatievorm kiezen die past bij haar karakter. Elk is beperkt, ook de overheid. Zij zorgt primair voor een rechtsstaat, waarbinnen al die verbanden gezond kunnen functioneren en niet over elkaar gaan heersen. Zo wordt macht gespreid en is er ook minder kans op misbruik van macht. Dit model is nationaal bruikbaar, maar ook Europees.

 

 

Wordt zo dan een heilstaat bereikt? Die illusie had Kuyper niet. Hij zag de macht van het kwaad, in onszelf en in de maatschappij. Die bestaat ten diepste uit het niet erkennen van God als de Schepper. Onze verantwoordelijkheid is in de eerste plaats om antwoord te geven aan Hem die juist verlangt naar een aarde waar het leven goed is. Waar dat besef ontbreekt worden ook minder vruchtbare wegen ingeslagen, tot grof machtsmisbruik aan toe. Zelfs in de kerk. Betere organisatiestructuren bieden dus geen garanties op succes, maar nodigen wel uit tot verantwoord handelen en verkleinen zo de kans dat het misgaat. Wat betekent dit dan voor de organisaties die ons goede leven nu juist bedreigen – op winst beluste ondernemingen en de Europese Unie?

 

 

Consequenties voor bedrijfsleven en Europese Unie

De essentie van een bedrijf is niet het maken van winst, maar het leveren van producten en diensten aan een klant die daarmee wordt geholpen en het verschaffen van werk en inkomen aan werknemers. Er zijn organisatievormen die dit stimuleren en waarin dus de zeggenschap en het eigendom voor een belangrijk deel liggen bij klanten en/of medewerkers. Dan staan continuïteit en goede dienstverlening voorop. Op dat laatste zullen de bedrijven dan moeten concurreren. Geldhandel zonder verantwoordelijkheid heeft afgedaan, dus de beurs van Amsterdam gaat dicht.

De Europese Unie is opgericht om oorlog te voorkomen door economisch van elkaar afhankelijk te worden. Dat is gelukt. Iets om dankbaar voor te zijn. Echter: zij is naar Frans model gevormd en daardoor heeft haar macht zich uitgestrekt naar steeds meer geledingen van de maatschappij. Dat houdt niet op, de eenheidsmunt vereist nu ook centraal fiscaal, sociaaleconomisch en industriebeleid. Dat roept weerstand op tegen de EU en spanning tussen lidstaten. Het oorspronkelijke EU-doel loopt dus gevaar. De EU van binnenuit hervormen lukt niet. Juist omwille van de Europese vrede moeten we er daarom uitstappen. De terugkeer naar de gulden wordt een pijnlijke en kostbare stap, maar de toekomst van Europa is belangrijker.  En als we lid worden van de Europese Vrijhandelsassociatie kunnen we mee blijven doen met de Europese vrije markt, maar houden we de vrijheid om een andere koers te varen. Dan kunnen we onze maatschappij beter inrichten dan binnen de EU mogelijk is. Bijvoorbeeld door pensioengeld te investeren in duurzame oplossingen in eigen land zodat we in 2020 klimaatneutraal zijn en ons pensioen verzekerd blijft.  We gaan innoveren gericht op welzijn. Dat zal in het buitenland niet onopgemerkt blijven. Dan exporteren we producten, diensten en concepten die ook in andere landen het leven beter maken. 

Eenheid in verscheidenheid

Abraham Kuyper had een stellige geloofsovertuiging. Hij zag radicale verschillen met andere overtuigingen.  Maar hij sprak ook over ‘algemene genade’: Gods goedheid waar iedereen deel aan heeft. Zo had hij oog voor iedereen – als individu of als groep. En werd premier voor alle Nederlanders, met respect voor alle verscheidenheid: integratie zonder verscheidenheid te ontkennen. Onze strijd tegen het water heeft ons geleerd om samen te werken. Laten we nu samenwerken aan een wereld waar het leven goed is. Om te beginnen in Nederland.

Zo waarlijk helpe ons God almachtig. 

Prof. Dr. Ir. Henk J. de Vries is werkzaam aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.

Verwerkingsvragen bij ‘Land waar het leven goed is’

  1. De auteur begint met het noemen van een aantal maatschappelijke problemen. Zijn die problemen de afgelopen tien jaar geheel of gedeeltelijk opgelost of is de situatie juist verslechterd? Probeer statistieken te vinden die dit laten zien.
  2. De auteur stelt dat socialisme en liberalisme geen goed antwoord hebben op de problemen. Waarom niet? Deel je zijn mening?
  3. Zowel socialisme als liberalisme wortelen in het humanisme. Deze levensbeschouwing vertrouwt op het vermogen van de mens om zelf zijn leven zin te geven. Zij beroept zich niet op een goddelijke openbaring, maar op universele waarden zoals menselijke waardigheid, mondigheid, vrijheid, tolerantie en verantwoordelijkheid. Er lijkt een spanning te zitten tussen deze waarden en wat er in de praktijk van terecht komt. Is dit een inherente spanning in het humanisme zelf? Of is er iets anders aan de hand? Is het tekortschieten van de politieke stromingen hieruit te verklaren?
  4. Probeer te beschrijven welke ordening van de maatschappij Abraham Kuyper voorstaat. Wat is bij hem de rol van het individu? Wat is de rol van de overheid?
  5. De auteur stelt een andere rol voor bedrijven voor. Welke? Hoe is dit te combineren met een vrijemarkteconomie?
  6. Probeer uit te zoeken of de macht van de Europese Unie de afgelopen tien jaar is afgenomen of juist toegenomen. De auteur is beducht voor machtsconcentratie – ben je het daarmee eens? Hij is niet tegen Europese samenwerking, integendeel. Wat is zijn alternatief?
  7. “Integratie” betekent in de praktijk soms dat minderheidsgroepen (of zelfs de meerderheid van de bevolking!) zich moeten aanpassen aan wat de politiek-culturele elite normaal vindt. Welk alternatief biedt Abraham Kuyper?
  8. Kun je een politieke partij aanwijzen die een beter perspectief biedt op ‘een land waar het leven goed is’? Zo ja, welke? Wat is de mensvisie van deze partij? Wat is de visie op de rol van het bedrijfsleven? Wat is de visie op de rol van de overheid? Waarop is dit alles gebaseerd? Waarom is de visie van deze partij beter?
  9. Ter overweging: schrijf een vergelijkbare speech voor de leider van jouw partij – een van de bestaande politieke partijen, al dan niet ‘na doorstart’, of een totaal nieuwe partij.

Essays en opdrachten over het eindexamenonderwerp 2019 – 2020.

Extra vragen

  1. In een eerder artikel getiteld ‘Brak de Reformatie met een gedeelde opvatting van ‘het goede leven’?’ in Sophie bekritiseerde Pieter Vos de stelling dat de Reformatie brak met een teleologische opvatting en de ethiek van het goede leven. Welke argumenten geeft hij daarvoor? Vind je deze argumenten overtuigend? Waarom?
  2. In hoofdstuk 7 § 5 van Het goede leven en de vrije markt bespreken de auteurs de visie van Alasdair MacIntyre. MacIntyre verbindt deugdethiek met praktijken, narrativiteit en traditie. Leg op basis van de beschrijving in H 7 § 5 uit wat MacIntyre met elk van deze begrippen bedoelt.
  3. Lees de tekst van Kierkegaard die in de bijlage bij hoofdstuk 4 van Het goede leven en de vrije markt is opgenomen. Wat bedoelt Kierkegaard / Johannes de Silentio met de ‘teleologische suspensie van het ethische’? Betekent ‘telos’ hier hetzelfde als in de aristotelische deugethiek?
  4. Hoe leg je zelf deze tekst uit? Ben je het meer eens met de auteurs van het examenboek of meer met Pieter Vos (of met geen van hen)? Beargumenteer je uitleg.
  5. Pieter Vos plaatst de tekst van Vrees en beven in het bredere verband van Kierkegaards denken over ethiek in zijn oeuvre als geheel. Waarom is dit belangrijk? Verandert dit je uitleg van Kierkegaards visie?

Examen onderwerp 2018 – 2019