Radicale oppervlakkigheid – Hannah Arendt versus Bettina Stangneth

Foto bij artikel Radicale oppervlakkigheid

Het radicale kwaad van het nazisme was oppervlakkig, stelt Hannah Arendt. De ernst ervan kon slechts gerealiseerd worden door niet na te denken. Daarvan is Eichmann het voorbeeld. Bettina Stangneth is het hier niet mee eens. Als het kwaad niet intentioneel is, maar voortkomt uit onnadenkendheid is Eichmann het verkeerde voorbeeld. Bovendien is de relatie tussen denken en kwaad volgens haar veel complexer. Een terechte conclusie, vindt Jan Hoogland. Maar doet zij werkelijk zo veel afbreuk aan Arendts zienswijze dat het kwaad wezenlijk oppervlakkig is? En is dat niet wat mensen zo kwetsbaar maakt voor het kwaad?

Dinsdag 29 november jl. was in het nieuws dat Andreas Hollstein, burgemeester van het Duitse Altena, met een mes was aangevallen in een plaatselijke shoarmazaak. Daarbij zou de dader gezegd hebben: “U laat mij verrotten en haalt wel tweehonderd vluchtelingen hierheen.” Omdat de ontmoeting tussen de dader en de burgemeester toevallig was, sprak de politie van een spontane (niet geplande) actie. De burgemeester weet de actie aan het verziekte klimaat rond vluchtelingen: “Iedereen die zich voor vluchtelingen inzet krijgt via sociale media haat en ook dreigementen. Deze man is niet de dader, het vergiftigde klimaat is de dader.” Binnen de filosofie mag het kwaad zich verheugen in een sterk herlevende aandacht. Spilfiguur in deze herleving is Hannah Arendt en haar boek Eichmann in Jeruzalem dat recent weer is herdrukt in een Nederlandse vertaling. Dit boek draagt als ondertitel De banaliteit van het kwaad en precies om dat concept is het te doen. Velen gaan op deze discussie in, zoals bijvoorbeeld Susan Neiman, Bettina Stangneth en Hans Achterhuis.

Denken over het kwaad

Hoe is deze herlevende belangstelling te verklaren? Een van de redenen zou kunnen zijn dat het kwaad het moderne, seculiere denken van na de Verlichting ook werkelijk voor grote problemen stelt. Neiman noemt haar boek over dit onderwerp Het kwaad denken. Daarmee formuleert zij een uitdaging: hoe kunnen wij, als rationele en verlichte mensen, het kwaad denken? Het kwaad stelt het verlichtingsdenken op de proef. Vanuit het christelijk geloof zou je wellicht ook de vraag kunnen stellen of je het kwaad überhaupt wel kunt denken als er geen perspectief is op de verlossing ervan? Nu is de vraag naar het kwaad lange tijd naar de achtergrond verdrongen. De wederopbouw van het naoorlogse Europa liep zo voorspoedig en de verzorgingsstaat was zo succesvol, dat de dreiging van het kwaad uit de eerste helft van de twintigste eeuw uit het collectieve geheugen verdween. De snel toegenomen welvaart stelde ons voor andere problemen, zoals de vragen rond duurzaamheid en milieu. Toen ook het communisme de genadeklap kreeg, leken we definitief afgerekend te hebben met verblindende ideologieën die tot concentratiekampen, massaslachtingen en genocide hadden geleid.

Maar sinds het begin van deze eeuw staat de dreiging weer op de agenda van diepgaande maatschappelijke tegenstellingen en van sterk nationalistische bewegingen. De wereldwijde hegemonie van het neoliberalisme, de opkomst van het populisme en de Brexit zijn allemaal ontwikkelingen die ons langzaamaan weer doen rekenen met de mogelijkheid van de ondermijning van democratie en rechtstaat. Het concept van de ‘banaliteit van het kwaad’ levert een belangrijke bijdrage in deze herlevende wijsgerige aandacht voor het kwaad. Met behulp van dit concept probeert Arendt iets beter de verschrikkingen van het nazisme en van totalitaire systemen te doorgronden.

Radicaal kwaad

Hoe kwam Arendt tot haar these? Zij had al veel nagedacht over het totalitarisme gezien haar uitgebreide studie daarover in Origins of Totalitarianism. In deze studie vergelijkt zij het totalitarisme met andere autoritaire systemen zoals de dictatuur. Wat het totalitarisme onderscheidt is dat de ontmenselijking van de mens daarin tot het einde wordt doorgevoerd. In dat verband introduceert zij de notie van het radicale kwaad. Zij constateert dat het ons niet lukt het ‘radicale kwaad’ dat wij hebben aanschouwd in met name het totalitaire systeem van het nazisme te denken: “Zo hebben we in feite niets om op terug te vallen, om een fenomeen te begrijpen dat ons met zijn overweldigende werkelijkheid overvalt en alle ons bekende normen doet instorten. Er is slechts één ding dat lijkt vast te staan: we kunnen zeggen dat het radicale kwaad zijn opwachting heeft gemaakt in verbinding met een systeem waarin alle mensen in gelijke mate overbodig geworden zijn. De manipulatoren van dit systeem geloven even sterk in hun eigen overbodigheid als in die van alle anderen, en de totalitaire moordenaars zijn des te gevaarlijker, in de mate het hen niets uitmaakt of ze levend of dood zijn, of ze ooit geleefd zouden hebben dan wel nooit geboren zouden zijn” (Arendt 2017b, 291-292).

Met de aanduiding van ‘het radicale kwaad’ verwijst Arendt naar de door haar bewonderde filosoof Kant. Kant die enerzijds een systeembouwer was, maar anderzijds tegelijk een uiterst eerlijk en zorgvuldig denker met groot gevoel voor nuance. In zijn moraalfilosofie houdt Kant zich onder andere bezig met de vraag hoe het kan dat mensen, ondanks het feit dat zij weten wat het is om het goede te doen, toch kwaad handelen. En dan komt Kant met een voor traditionele calvinisten nogal herkenbaar antwoord. Tegen de optimistische verlichtingsgeest van zijn tijd in zegt Kant dat de mens van nature geneigd is tot het kwade. De mens is kwaad tot in de wortel, radicaal. Mensen zijn dus in staat om tegen beter weten in kwaad te handelen. Volgens Kant hebben zij daar in het algemeen drie soorten rechtvaardiging voor: 1) we wilden wel het goede doen, maar waren op het moment waarop het aankwam te zwak (onvolkomenheid, fragilitas); 2) we vinden het kwade handelen eigenlijk niet zo heel erg kwaad: ‘iedereen doet het toch?’ (onzuiverheid, impuritas); 3) we zijn sowieso niet zo geneigd ons iets van de moraal aan te trekken want we hebben op dat moment andere prioriteiten (kwaadaardigheid, corruptio of perversitas). Maar welke van deze drie het ook is, het gaat elke keer om een manier van handelen die tegen beter weten ingaat (Stangneth 2017, 52-54).

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.