Pagina’s tellen

Veel broodschrijvers zijn tobbers. Ze tellen niet hun zegeningen, maar hun pagina’s. En die oogst valt altijd tegen. Jessica Durlacher bijvoorbeeld lamenteerde (alweer jaren geleden trouwens, dus ik kan er naast zitten) dat ze op een dag maar twee pagina’s deed. Drie, als ze een heel goede dag had. Hád ze dan eenmaal een goede dag, dan zul je net zien – ja, nee, écht – dat haar man, Leon de Winter, er vijf had (ongeveer net zo veel als Joost Zwagerman). En haar man had er dan ook nog iets nuttigs naast gedaan. Het huishouden bijvoorbeeld. Vanwaar die suffe aantalligheid van pagina’s? Waarom tellen schrijvers geen betekenisvolle zinnen of treffende metaforen? Als ik schrijver was en mijn uitgever zou

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.