Melancholie neemt de afgrondelijkheid van het bestaan serieus

Awee Prins

Awee Prins is een filosoof die zijn leven denkt en zijn denken leeft. Met het boek Uit verveling is hij zelfs op zijn eigen leven gepromoveerd. Het risico is, ook in dit interview over melancholie, dat hij te persoonlijk wordt, te kwetsbaar, terwijl hij niet zijn persoon maar het persoonlijke in ieder mens aan de orde wil stellen. Want iedereen is melancholisch. Melancholie getuigt van de afgrondelijke kant van ons bestaan, die we in onze maatschappij voortdurend ontwijken en verdringen.

Dit themanummer handelt over melancholie. Wat is dat, melancholie?

Laten we er geen doekjes om winden; melancholie is het tegendeel van alles wat er van de moderne mens verwacht wordt: vitaliteit, kracht, enthousiasme, energie, controle. Als je een melancholicus vraagt hoe het gaat, zal hij zeggen: het gaat niet! Het lukt niet! Deze onmachtige droefgeestigheid van de melancholie past niet in ons mensbeeld. Toch heeft melancholie ons iets te zeggen. De melancholicus is als de blinde in het gelijknamige gedicht van Rilke: ‘Zie, hij gaat, en onderbreekt de stad’. Ons drukke leven wordt zo nu en dan onderbroken door degenen die zich moeizamer en meer behoedzaam dan de meesten van ons in de wereld moeten zien te oriënteren; degenen die brozer zijn, en met die broosheid om moeten gaan. Toen ik jong was, studeerde ik vaak in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Naast de KB lag de Blindenbibliotheek. En ik weet nog zo pijnlijk goed dat ik een keer in het gemeenschappelijke restaurant tijdens mijn lunch wat in boeken en folders zat te bladeren en een blinde jongen van mijn leeftijd naast me ging zitten. De zorgvuldigheid waarmee hij met zijn gerechten, bestek, peper- en zoutvaatje omging, riep me tot de orde; beter gezegd: tot een andere orde. Hoe gemakzuchtig vertoefde ik in mijn nonchalance! (Terzijde: ‘nonchalance’, komt dat van ‘een gebrek aan uitdagingen’?) Ik ben dat moment nooit vergeten. Kijk, wij moeten in het leven nooit vergelijken, maar wel veel indachtig durven zijn. Wij associëren blindheid met een handicap en wij associëren melancholie met droevige figuren die zwelgen in hun eigen onmacht, maar daaronder ligt het besef van de fundamentele kwetsbaarheid en broosheid van ieder mens. Wij hebben – in alle opzichten – nog veel lessen te leren.

Welke?

Wij leven krampachtig in een mooiweersamenleving. Ons adagium luidt: ‘Het gaat goed, totdat het slecht gaat’. Je moet, zolang het kan, de indruk wekken dat het goed met je gaat; altijd je vrolijke kant laten zien. Onze wereld is gericht op succes, op maakbaarheid en utopische vergezichten. Daarmee leven wij nog steeds in het schema van Plato. In de vermaarde ‘Allegorie van de grot’ beschrijft Plato hoe wij uit het rijk van de schaduwen naar het licht moeten en kunnen gaan. Alles draait om het licht. Rage, rage against the dying of the light, schreef de dichter Dylan Thomas. Wij zijn nog steeds kinderen van Plato en van de Verlichting: wij willen geen ellende of tegenslag, geen duisternis, geen zwakte, geen onmacht. Maar dat krampachtige verzet tegen de donkere kanten van het bestaan is ook een verzet tegen het bestaan zelf. Met gepast respect waag ik een correctie op Dylan Thomas voor te leggen. Want dit is wat we ook moeten doen: rage, rage against the denying of the night. Wij moeten de duisternis in de wereld en in ons leven niet verzaken of ontvluchten. De melancholicus, zo zou ik willen betogen, ziet bij uitstek die donkere kanten, ziet de broosheid. Dat maakt van de melancholicus geen louter droeve, onmachtige of zelfs belachelijke figuur, maar iemand die ons iets te zeggen heeft. Opmerkelijk genoeg vraagt Aristoteles zich in het opstel ‘Over melancholie’ af, waarom mensen die uitzonderlijk zijn geweest in wijsbegeerte, politiek, literatuur of kunst melancholici blijken te zijn. Dat is een veelzeggende constatering. Hier wordt al beweerd dat melancholie een aspect van het menselijk bestaan is, zo niet van een uitzonderlijk menselijk bestaan. Melancholie betekent iets, ze ‘telt’; ze is geen ziekelijke toestand van uitzichtloze droefenis en machteloosheid.

Melancholie is dus geen afwijking.

Nee. Melancholie maakt integraal deel uit van het menselijk bestaan. We hebben allemaal iets melancholisch. Dat wij melancholie niet langer als een modus van de existentie willen zien, komt in belangrijke mate door Freud.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.