Ironie in het verschijnsel profetie

Illustratie, Ironie in het verschijnsel profetie

Profetie is meer dan alleen voorspelling. Ze heeft ook een pedagogische of morele functie (bekeer je). Op het moment dat je de boodschap ter harte neemt, en je bekeert, wordt de aangekondigde sanctie niet opgelegd. Maar dan klopt de voorspelling niet. Twee ironische voorbeelden: Jona en Micha.

Niets is menselijker dan de wens om af en toe eens in de toekomst kijken: Als ik deze opleiding kies, wat zijn dan mijn kansen op een baan? Als ik met deze partner in zee ga, word ik dan gelukkig? Hoe oud word ik? Al onze keuzes en handelingen hebben gevolgen in de toekomst, en soms willen we graag even in die glazen bol kijken om te kijken hoe een en ander uitpakt. Sedert mensenheugenis voorzien waarzeggers in deze menselijke behoefte. Er kleven nogal wat ironische aspecten aan dit kijken in de toekomst. Want wat zie je dan precies? Laten we van een concreet voorbeeld uitgaan (waarzeggers hullen zich al genoeg in nevelen). Stel, dat een waarzegger zou zeggen: ik zie dat u vandaag een auto-ongeluk krijgt. Dan zou ik kunnen besluiten om niet in een auto te stappen. Het krijgen van een auto-ongeluk is daarmee uitgesloten, waarmee ik een belangrijke ingreep heb gepleegd in de loop der dingen. Heeft de waarzegger dan on-waargezegd? Heeft hij iets gezien wat er niet is? Zou ik een ongeluk hebben gekregen als ik wel in de auto was gestapt? Of moet je zeggen: er is met de voorspelling een belangrijk doel bereikt: ik heb geen auto-ongeluk gehad vandaag? In het Oude Testament was waarzeggerij verboden, maar een belangrijke functie daarvan, het kijken in de toekomst, was ondergebracht bij de profeten. Zoals het commentaar in het boek Samuël is: “Vroeger zei men als men God wilde raadplegen: ‘Kom , laten we naar een ziener gaan!’ Wat nu een profeet heet, werd vroeger een ziener genoemd.” (1 Sam. 9,9)1 Koning Achab van Israël spande de kroon. Hij had minstens vierhonderd profeten in dienst aan het hof. Hoewel hun beroep totaal geen status had, deden ze meer dan elkaar mopjes vertellen. “Hoi. Met jou gaat het goed. Hoe gaat het met mij?” Achab kon hen bij belangrijke beslissingen raadplegen. ‘Moet ik optrekken naar Ramot in Gilead?’ Dat soort vragen. Hij wist zelfs met welke vraag hij naar welke profeet moest gaan voor een gunstige afloop. De waarzeggers van onze tijd zitten bij het Centraal Plan Bureau. Zij rekenen alle mogelijke beslissingen van de regering door naar de toekomst. Zelfs partijprogramma’s bij verkiezingen worden doorberekend. Na een lange periode van ideologische stilte, viel er daarom dit jaar gelukkig weer wat te kiezen, was de boodschap van het CPB. Wilt u zorg? Toets dan SP. Wilt u lekker hard rijden? Toets dan VVD. Wat zien de ambtenaren van het CPB precies, als ze in de toekomst kijken? Zouden de onvoorziene kosten voor de legermacht die we op de been moeten brengen om een bevrijdingsfestival te organiseren, of een concert van Guus Meeuwis te laten plaatsvinden, anders uitpakken als Groen-Links in het kabinet had gezeten? Was het dan vrediger, minder bedreigend? Of waren we misschien minder bang? En hoe is ‘de neus van Cleopatra’ verdisconteerd in het scenario? Het ironische van deze en andere waarzeggerij is dat we ons laten leiden door kennis, waarvan we weten dat ze op drijfzand is gebaseerd: de werkelijkheid is veel te complex en we kunnen veel te weinig overzien om eenvoudige extrapolaties te maken. En toch willen we het weten. Maar we doen er uiteindelijk niks mee. De profeten in het Oude Testament leggen deze ironie bloot. Het mooiste voorbeeld geeft Micha. Maar eerst Jona, de profeet zijns ondanks.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.