Hoe Leiden aan zijn universiteit kwam

Nu heel Holland schaatst en de anderhalvemetersamenleving heeft plaatsgemaakt voor een intieme Anton-Pieckdrukte, is het tijd voor een spannende vertelling van meester Bram over de tachtigjarige oorlog, onder de titel: ‘Er schuilt in het Calvinisme drang, prikkel, aandrift tot wetenschap’. Allemaal de armen over elkaar. Ssssttt!

“Tegen de beste troepen, van wat toen als het eerste leger ter wereld gold, nam Leiden de worsteling op, bijna zonder een soldaat binnen zijn veste; schier alleen door zijn eigen burgers verdedigd. In October 1573 werd het beleg door de Spanjaarden om de benarde veste geslagen, en reeds na drie maanden was er geen brood meer in de stad. Bange hongersnood ging woeden. Met honden en ratten voedde zich de verloren gewaande burgerij. Zoo zwarte honger deed de pest uitbreken, die bijna een derde der bevolking wegraapte. De Spanjaard bood toen aan het wegstervend volk vrede en pardon, maar ook Leiden wist hoe schandelijk het Spaansche woord te Naarden en te Haarlem gebroken was, en antwoordde kloek en fier: Als het moet zullen we onze linkerarm opeten, om met onzen rechterarm nog onze vrouwen en onze vrijheid en onze religie, tegen u, o, tyran te verdedigen. Zoo hielden ze vol. Alles wachtte, of de macht van den Prins van Oranje tot ontzet zou opdragen, maar … de Prins moest wachten op God.

In heel Holland waren de dijken doorgestoken, en al het land om Leiden was onder water gezet. Een vloot lag gereed om toe te snellen, maar de wind dreef het water af, en de vloot kon op de ondiepe plassen niet doorkomen. God beproefde zijn volk. Tot eindelijk, op 1 October de wind naar het Westen keerde, en de wateren opdreef  dat de vloot er door kon. Toen vlood al wat Spanjaard was voor de aanzwellende wateren. Op 3 October voer de vloot Leiden binnen, en met dat Leiden ontzet was, was Holland en Europa gered. De doodelijk uitgeputte bevolking kon bijna niet meer voort, maar toch strompelden allen als één man naar het bedehuis. Alles viel neer op de knieën om God te danken. Alleen maar, toen ze ook samen den dankpsalm zingen wilden, was er geen stem meer in de matte keel, en stierf den klank van den zang weg in dankbaar snikken en weenen.

Ziedaar wat ik noemde een eenig heerlijke bladzijde in de met bloed geschreven historie der vrijheid, en vraagt ge me nu wat dit met wetenschap te maken heeft, ziehier dan het antwoord: Als hulde voor zoo dapperen moed is door de Staten van Holland aan Leiden geschonken niet een handvol ridderorden, noch goud, noch eere, maar een School der Wetenschappen, de heel de wereld door vermaarde Leidsche Universiteit.”

Bovenstaand citaat komt uit de vierde Stonelezing van Abraham Kuyper.