Het uur van de waarheid

Dat ‘waarheid’ relationeel is, blijkt dit ten volle in de leugen, omdat de leugen gedefinieerd wordt door de onwaarachtigheid, stelt Jan Hoogland.

In het voorgaande nummer van Soφie heb ik een beschouwing gewijd aan het thema van de Maand van de Filosofie: waarheid. Ik beweerde dat het begrip waarheid een evaluatief begrip is. Met behulp van dit begrip evalueren we de aanspraak van mensen dat de uitspraken die zij doen een juiste voorstelling van een objectieve stand van zaken geven. Vincent Brümmer zegt hierover “dat de begrippen ‘waar’ en ‘onwaar’ gebruikt worden om de constatieve functie van onze uitspraken te beoordelen op zijn geslaagdheid” (Wijsgerige begripsanalyse, 176). In mijn artikel zei ik dat ‘waarheid’ daarmee een ‘bij uitstek relationele term’ is, een term waarmee we elkaars aanspraken op de waarheid van elkaars uitspraken beoordelen en al dan niet erkennen.

In mijn artikel lag alle nadruk op de term waarheid. Waar ik het maar zijdelings over gehad heb, is de vraag naar wat het tegendeel is van waarheid. Het meest voor de hand liggende antwoord op die vraag is, dat tegenover de waarheid de term ‘onwaarheid’ staat. Van ‘onwaarheid’ is sprake in het geval er een negatieve beoordeling wordt gegeven van de geslaagdheid van een uitspraak over een objectieve stand van zaken. Zo’n negatieve beoordeling kan aanleiding zijn tot een correctie of tot een dialoog over de waarheidsclaim.

 

Intentie

Met de term ‘onwaarheid’ is echter nog niets gezegd over de intentie van degene die iets poneert dat als onwaar beoordeeld wordt. Als ik tegen mijn vrouw zeg dat bij de supermarkt het brood in de aanbieding is en zij na terugkeer zegt dat het brood helemaal niet in de aanbieding was, dan is duidelijk dat zij met eigen ogen heeft geconstateerd dat mijn uitspraak onwaar is. Maar dat zegt nog niets over mijn intenties.

Nu kan ik niet gemakkelijk een reden bedenken waarom ik over de broodprijs zou liegen tegenover mijn vrouw. Wellicht was mijn uitspraak gebaseerd op het feit dat ik iets over de aanbieding had gelezen in ons ‘huis-aan-huisblad’, maar niet gezien had dat deze pas de volgende dag zou ingaan. Er is dan sprake van een vergissing, geen bewuste misleiding. Maar als ik wist dat mijn uitspraak niet klopte, dan was er sprake van misleiding of zelfs van leugen.

In het essay dat ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie is uitgegeven door Stichting Maand van de Filosofie: Kinderen van Apate – Over leugens en waarachtigheid, gaat de filosofe Alicja Gescinska in op de vraag naar de leugen. Zij geeft in dit essay een definitie van de leugen die uit vijf onderdelen bestaat: “De leugen is herkenbaar aan (1) de intentie om te misleiden of te manipuleren middels (2) een (niet-noodzakelijk talige) bewering waarvan men (3) gelooft dat zij onwaar is. De misleiding kan (4) jezelf of anderen betreffen en de bewering die gebruikt wordt, kan (5) verschillende morele statussen hebben: neutraal, immoreel of moreel verantwoord” (36).

Gezien de laatste twee onderdelen kun je met deze omschrijving nog verschillende kanten uit, maar een paar dingen lijken duidelijk:

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.