Heeft lijden schoonheid? (1)

Voordat Käthe Kollwitz haar kunstwerken over de arbeidersklasse met politieke bedoelingen ging maken, werd zij al ontroerd door de schoonheid van lijdende mensen. Is dat niet ongerijmd? Past dat bij elkaar, lijden en schoonheid?

 

Eerst even een persoonlijke ervaring om de alledaagsheid of universaliteit van deze vraag van Soφie te benadrukken. Mijn baas had voorzien dat ik mij de eerste werkdag na de verloren halve finale op het WK-voetbal van 1998 met een enorme kater naar kantoor moest slepen. Ik kreeg een foto van een verbeten kijkende Edwin van der Sar, die zijn gezicht in duizend groeven trok. Hij was niet in staat gebleken ook maar één enkele Braziliaanse penalty te killen. “Mooi verliezen is veel mooier dan mooi winnen”, was de troostende boodschap van de directeur. De foto heeft nog vier jaar naast mijn bureau gehangen, waardoor ik elke werkdag gedwongen werd mij te verhouden tot dit mantra en de schoonheid van het lijden van de ontgoochelde ‘Sar’. Is volgens Hannah Arendt het kwaad oppervlakkig en heeft het goede diepgang (zie het openingsessay van Jan Hoogland) – ten aanzien van schoonheid lijkt deze regel gespiegeld: vreugde is per definitie oppervlakkig, lijden heeft diepte.

 

Koningsbergen

Käthe Schmidt (1867-1945) werd geboren en woonde in dezelfde stad als de grote verlichtingsfilosoof Immanuel Kant, ver in het oosten van Pruisen. Om een indruk te geven hoe ver: vanuit Koningsbergen (nu Kaliningrad) ligt Sint Petersburg 250 km dichterbij dan Amersfoort. Käthe was de dochter van een welvarende en weldenkende zakenman, en kleindochter van een radicaal luthers predikant. McGregor ziet hierin de twee pijlers van haar werk: radicaliteit en religie.

Op dezelfde manier als Kant verruimde Käthe haar horizon door regelmatig te wandelen langs de haven van Koningsbergen. Daar werd ze geraakt door de schoonheid van arbeiders die zware lasten torsten en de schoonheid van Poolse vrouwen op de graanschepen. “Het is eenvoudig een feit dat ik het proletariaat mooi vond (…). Mensen uit de middenklasse spraken me helemaal niet aan. Het burgerbestaan als geheel vond ik pedant”, schreef ze in haar dagboek.

 

Berlijn

Reeds op veertienjarige leeftijd kreeg ze tekenlessen van een kopergraveur. Na vervolgstudies in Koningsbergen en Berlijn trouwde ze in 1891 met Karl Kollwitz, een arts die in Berlijn praktijk voerde onder arbeiders die voor consulten en medicatie geen geld hadden. Karl en Käthe waren sterk begaan met het lot van deze mensen die leefden in ziekte en armoede. Als de lijdende slaaf uit Jesaja 53 waren ze vertrouwd met ziekte.

Hun kleine appartement in de arbeiderswijk Prenzlauer Berg was te klein voor grote doeken met olieverf. Daarom legde ze zich toe op grafisch werk. Dat voert Neil MacGregor althans aan als reden voor haar specialisatie. Volgens anderen zijn haar etsen en litho’s een geschikter middel voor

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.