God en geld

Jan Prij schreef een boek over de verhouding tussen religie, politiek en economie. Hij wil duidelijk stelling nemen tegen het ‘Trumpvirus’. Daarbij gebruikt hij de mythe van Hermes, als boodschapper van de goden, als rode draad in zijn verhaal. Het gaat over de hermeneutiek. Hij bespreekt boeiende alternatieve figuren die de hemel met de aarde weten te verbinden: Moeder Teresa (‘Een heilige met rafelrandjes’), Martin Luther King (‘Onruststoker voor de gevestigde politieke orde’) en Fjodor Michailowitsj Dostojewski (‘In contrast met zijn tijd’). De spiritualiteit van Moeder Teresa botst met de moderne utilist – ‘waarom zou men begaan moeten zijn met het zwakke in deze wereld, waarom is abortus het ergste kwaad en de grootste vijand van de vrede?’ King schudt ons wakker door aan te geven dat het niet gaat over de strijd tussen rassen, maar om de strijd tussen menselijkheid en onmenselijkheid. Dostojewski keert zich niet alleen tegen het utilisme maar ook tegen het sciëntisme – de overtuiging dat we de onveranderlijke waarheden over de mens kunnen onthullen door wetenschappelijk onderzoek (vergelijk een hedendaagse schrijver als Harari die dit met verve poogt te verdedigen).

 

Koffiedik

Volgens Prij  kunnen we de economie pas goed duiden door haar niet als een natuurwetenschappelijke zaak op te vatten, maar als hermeneutische onderneming met communicatie.  Hij vindt de voorspelkracht van de economische modellen van het CPB amper beter dan het resultaat van koffiedik kijken. Dat heeft volgens hem te maken met het feit dat economische vraagstukken worden verengd tot technisch oplosbare kwesties. Over het maatschappelijk verantwoord ondernemen is Prij optimistisch. Hij komt daarvoor met een tiental wegwijzers. Gaaf is zijn pleidooi voor het eerherstel van Job Cohen, die met zijn ‘metafoor van het theedrinken’ een goed begaanbare weg wijst. Theedrinken zou de kern moeten zijn van het politieke. Dit ondersteunt hij met een prachtig voorbeeld uit Denemarken. In de stad Aarhus heeft het stadsbestuur in 2013 besloten om potentiële Syriëgangers niet op te pakken en op te sluiten, maar hun een mentor te geven – thee met ze te gaan drinken. Het aantal Syriëstrijders nam in een jaar tijd af van dertig naar twee.

Naar aanleiding van

Jan Prij, God en geld, Utrecht, 2018