Ger Groot: We moeten veel materialistischer worden

Ger Groot

Hij is op en top intellectueel, performer in de collegezaal, een levenslang voorvechter van de popularisering van de filosofie, vermaard schrijver, stierenvechter, theoloog, atheïst, bourgondiër, optimist en gefascineerd door religie. Combineer het maar eens! Zijn boodschap? We zijn nog veel te spiritueel – wetenschap leeft ervan – en we moeten veel materialistischer worden, het leven leven. Hij geeft er zelf uitvoering aan: in november stopt hij als docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Niet omdat hij daar de leeftijd voor heeft, maar omdat zijn Spaanse vrouw Charo met pensioen gaat. Zoals zo vaak volgt hij haar ook nu, zodat zij zich beiden volledig aan elkaar, het leven en het schrijven kunnen wijden, ongehinderd door collegeverplichtingen. Hij is vanaf nu schrijvend zzp’er. We ontmoeten hem in zijn pied-à-terre in Amsterdam – voor ons dichterbij dan hoofdvestiging Brussel en zijn andere pied-à-terre in Madrid.

Uhebt een wonderlijk kronkelend cv, kreeg Ger Groot te horen toen hij enkele jaren geleden aan de Radboud Universiteit solliciteerde voor de functie van bijzonder hoogleraar. Aan ons doet hij het geheim erachter uit de doeken, la femme! Op beslissende momenten in zijn leven lokten vrouwen hem naar een andere kant dan hij voor zichzelf had bepaald. Dat begon al op school. Ger koos bèta op het Ignatius Gymnasium in Amsterdam, een niet-gemengde school. Natuurkunde had zijn bijzondere interesse (deeltjestheorie, quarks) en hij was er ook goed in. Heel goed, al zegt hij het zelf. Het was duidelijk wat hij na zijn examen zou gaan studeren. Maar toen kwamen op een gezegende dag twee meisjes langs van het gymnasium voor de andere kunne: Fons Vitae. Zij nodigden Ger uit om deel te nemen aan hun koor. Dat gemengde koor van Ignatius en Fons Vitae vertolkte wél alle stemmen en trad op in de Dominicuskerk. Hoewel Ger al voor zijn veertiende zonder enig trauma zijn geloof was kwijtgeraakt, betekende de Dominicuskerk een nieuwe omwenteling. “Ik zeg bewust niet ‘bekering’. Laten we het natuurkundig houden: omwenteling. Wat daar gebeurde had met het fysieke te maken en met de ontvankelijkheid van het moment. Het was inhoudelijk ook erg goed, sterk literair gericht. Iedereen was zich ervan bewust: hier gebeurt iets bijzonders en dat was ook zo. De dirigent van het koor was Bernard Huijbers, een jezuïet (toen nog), docent aan het Ignatius, die ook de muziek schreef voor Huub Oosterhuis. Wij moesten dus iedere week aan de bak. Voor heel veel mensen op dat koor heeft het hun leven bepaald. Ik heb een aantal vrienden aan die tijd overgehouden. Het was een vormende tijd. Door deze ervaring raakte ik als bèta meer op het levensbeschouwelijke spoor. Als teken van die omwenteling verwaarloosde ik nadrukkelijk de exacte vakken. Ik besloot theologie te gaan studeren, niet vanwege een religieuze overtuiging en ook niet vanwege de ambitie om een kerkelijk ambt te bekleden, maar vanwege de breedte van de studie. Eigenlijk wilde ik filosofie studeren, maar met opzet maakte ik de omweg van de theologie. De Katholieke Theologische Hogeschool aan de Keizersgracht legde naar goede katholieke gewoonte in de eerste jaren de nadruk op filosofie – de theologie komt pas daarna. Het kandidaats was heel breed opgezet met veel vakken, zodat ik me ook breed kon oriënteren. Daar komt bij, dat ook nogal wat andere koorleden uit de studentenecclesia dezelfde keuze maakten voor theologie. We hadden dezelfde achtergrond en waren bijna allemaal seculier.”

De Bijbel

“Ik ging theologie studeren vanwege al die vakken, maar wat me van al die vakken aanvankelijk het minst interesseerde was de systematische theologie. Dat trok overigens wel bij op het moment dat ik het kreeg. Ik had en heb niet zo veel met de Bijbel. Exegese vond ik wel weer interessant, omdat ik wel veel had met literatuur. Door exegese heb ik een aantal technieken geleerd waar ik nog altijd veel profijt van heb. Close-reading, bijvoorbeeld. De echte technieken: woordjes tellen, kleuren en kijken wat de structuur is van een Psalm of zo. Maar de boodschap van de Bijbel heeft me nooit kunnen raken. Ik heb het boek nog weleens van kaft tot kaft gelezen voor zover me dat lukte. Toen de Nieuwe Bijbelvertaling uitkwam verscheen er een editie in de literaire reeks van Atheneum. Voor de NRC heb ik toen een stuk geschreven over de Bijbel als literatuur. Mijn interesse heeft altijd gelegen bij filosofie en literatuur en de relatie tussen die twee, en bij geschiedenis. We hadden inspirerende docenten, zoals Ben Hemelsoet die legendarisch werd doordat hij Gerard Reve had ingewijd in de geheimen van de ene ware kerk.”

“Na mijn kandidaats ging ik filosofie studeren aan de UvA, maar ik bleef nog wel student-assistent aan de KTHA voor de vakgroep wijsbegeerte. Op een gegeven moment had ik het allemaal wel gezien. Ik was vastgelopen in de liefde, waarop ik besloot een jaar naar Parijs te gaan. Daar heb ik Charo, mijn vrouw ontmoet. Zij is ook filosoof. Vervolgens ben ik haar achterna gereisd. Dat doe je dan. Op het geurspoor. We hebben een paar jaar in Madrid gewoond en daarna in Andalusië, waar ze filosofie gaf in het middelbaar onderwijs. Een jaar was dat heel leuk, maar zeker in die tijd was dat heel erg ver. We hadden zelfs geen telefoon en internet bestond nog niet. We woonden vlakbij Cadiz. De sherrystreek. Mijn schoonfamilie maakte zich nog even zorgen, omdat ze wisten dat ik dat wel lustte, maar het is goed afgelopen. Later ben ik nog korte tijd correspondent voor de NRC geweest en intussen bekwaamde mij in het dagbladjournalistieke werk. Doodvermoeiend maar wel leuk. We zijn vanuit Andalusië in 1983 even in Nederland geweest om af te studeren en te trouwen. Trouwen was niet bepaald conventioneel in onze kring. Maar we hadden er een praktische reden voor. In Spanje hadden we een auto nodig. Ik had een auto op Nederlands kenteken, maar Charo mocht daar niet als regelmatige bestuurder in rijden, omdat we een gemengde relatie hadden. Op het moment dat je buiten de gebaande wegen komt, merk je hoe nuttig die paden zijn en hoe weinig vanzelfsprekend dan héél veel dingen worden. Overigens wilde ik ook wel trouwen, hoor. Maar het officiële excuus was: zij moet die auto kunnen gebruiken.”

Staatsgreep

Tijdens zijn verblijf in Spanje maakte Ger Groot de staatsgreep mee van 1981. Franco was in 1975 overleden, maar zijn geest waarde nog altijd rond. “Op zijn sterfdag waren er grote manifestaties van de franquisten. Toen heb ik wel mijn ogen uitgekeken. Iedereen met gestrekte rechterarm, overal kraampjes met op cassettebandjes opgenomen toespraken van Goebbels. In februari 1981 kwam de staatsgreep eroverheen. Dat waren bewogen tijden. Kort daarna kwam de verkiezingsoverwinning van Gonzalez. Toen kwam Spanje economisch in een stroomversnelling. Spanje trad midden jaren tachtig toe tot de Europese Unie. Er moest een heel Spaans apparaat worden opgetuigd in Brussel met onder meer een vertaalafdeling en daar is Charo toen terechtgekomen. Zij heeft daar 31 jaar gewerkt en gaat nu met pensioen.”

Journalist

Intussen had Ger een promotieplaats in Nederland. Hij was wetenschappelijk ambtenaar in dienst van het ZWO, gedetacheerd aan de UvA. Daarnaast deed hij steeds meer journalistiek werk, onder andere voor de NRC. En toen kwam er alweer een vrouw tussen. Niet een bepaalde persoon, maar een kwestie. De UvA ontwikkelde een voorkeursbeleid voor vrouwen. “Toen heb ik ontslag genomen. Ik vond dat onacceptabel. Hier wil ik niet werken, dacht ik. Ik was weliswaar niet in dienst van de UvA maar gaf er wel college. Toen ben ik bij Trouw terechtgekomen, waar ik tweeëneenhalf jaar heb gewerkt. Mijn promotie heb ik later afgerond.”

“Mij stond al tijdens de studententijd voor ogen dat ik mij bezig zou houden met het populariseren of vulgariseren van de filosofie. Wat nu publieksfilosofie heet bestond toen nog niet, al had je al wel essayisten als Rudy Kousbroek. Als een van de eersten interviewde ik filosofen – dat zijn ook mensen die je kunt interviewen – voor algemene publiekstijdschriften. In mijn jaar Parijs had ik de grote filosofen meegemaakt. Mijn doctoraalscriptie ging over Derrida’s teksten over Nietzsche, Éperons. Uitgever Henk Hoeks van uitgeverij SUN nodigde mij uit van al die filosofeninterviews een boek te maken. In 1995 had ik intussen een aanstelling als docent aan de EUR. Ik denk dat ik een van de laatsten ben die is aangenomen zonder gepromoveerd te zijn. Nu hoef je daar niet meer mee aan te komen.” Uiteindelijk promoveerde Ger in 2003 op de Nietzschereceptie in Frankrijk: zijn tweede boek. Veel groter is de wetenschappelijke publicatielijst van deze ongelooflijk productieve schrijver niet geworden. “Ik heb maar één artikel in een filosofisch wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd en dat is geschreven door Charo. Een artikel over Bourdieu in het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte. Ons beider naam staat eronder, maar Charo heeft het echt geschreven. Ik heb het vertaald en eindeloos met haar erover gediscussieerd. De academie is wat dat betreft heel dubbelzinnig. Aan de ene kant wil men al die verwetenschappelijking maar aan de andere kant vindt men het ook prachtig als je in de krant schrijft. Daar wordt toch met afgunst naar gekeken.”

Religie en stierenvechten

Ger was in die tijd gefascineerd door het stierenvechten. Hij wilde het mysterie begrijpen en de angst en liefde voelen die daarbij in het geding zijn. Voor Trouw maakte hij er een reportage over, die later een deel van een boek werd. Een vergelijkbare fascinatie heeft hij voor religie. Is het stierengevecht de metafoor voor religie? De strijd bij de Jabbok?

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.