Gelukkig! Het goede bestaat nog

Toen journalist Stevo Akkerman het boek van Joris Luyendijk over The City had gelezen, Dit kan niet waar zijn, vroeg hij zich af of niet alleen de bankenwereld, maar ook de hele maatschappij was afgegleden in een poel des verderfs. Hij maakte een serie interviews die werden gebundeld in Het klopt wel, maar het deugt niet. De conclusie was zwaar teleurstellend. Onze samenleving zit vol gevaarlijke prikkels die ertoe leiden dat de persoonlijke moraal van medewerkers wordt opgeofferd aan de doelen van het bedrijf of de organisatie. Het beeld dat kopstukken en dissidenten uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de gezondheidszorg schetsten was weinig hoopvol.

Daarna deed Akkerman kennelijk een stapje terug: wat verwachtte ik eigenlijk en waarom? Was dat wel reëel? En zo ontstond een nieuwe serie interviews met schrijvers en wetenschappers over de vraag, wat is dan goed. Ze werden gebundeld in een boek met de gelijknamige titel. Dat is natuurlijk een veel leuker boek. Als je met goede schrijvers praat over goedheid, ben je immers in goed gezelschap.

Arnon Grunberg

In het eerste interview stelt Arnon Grunberg dat goed en kwaad geen absolute tegenpolen zijn: “Er ligt een groot grijs gebied tussen, waarin wij ons allemaal bewegen. Het kwaad zit in het goede, het begint al als jij denkt te weten wat het goede is. Voor mij is een grote bron van kwaad het verlangen naar zuiverheid en dan besluiten: dat zijn de onzuivere mensen, de zondige mensen, de vijanden, die moeten we verslaan of uitroeien om een betere wereld te krijgen. Ik denk dat de acceptatie van een zekere mate van onvolmaaktheid het goede is.”

Marilynne Robinson

Terwijl de meeste schrijvers, zoals Grunberg, een fascinatie hebben voor het kwaad, heeft de Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson juist een fascinatie voor het goede. Haar romans worden bevolkt door good guys. “Omdat ik hen interessant vind! Zou ik een kwaadwillende romanfiguur creëren, dan zou dat een deterministische opgave zijn. Ik bedoel: het zou iemand zijn die onvrij is in zijn keuzes en dus een minder interessant personage. Terwijl ik juist mijn verbeelding wil kunnen loslaten op mijn personages, wat betekent dat ik hun een zekere mate van vrijheid moet geven. Daardoor weerspiegelen ze wat ik zie in menselijke wezens: godzijdank laten zij zich niet dwingen door mijn verwachtingen of die van anderen.”

Terwijl Calvijn doorgaans geassocieerd wordt met een overaccentuering van schuld en erfzonde is Robinson over hem juist positief, en baseert ze mede op hem haar gedachten over goedheid. “Het kwaad komt wat mij betreft neer op de onderwaardering van de mens. Als je uitgaat van het renaissanceperspectief – zoals Calvijn deed – dan is de mens een prachtig en briljant schepsel. En dat maakt goedheid mogelijk. Als je deze dimensie negeert, dan open je de weg naar misbruik, exploitatie, doodslag en de hele rest. Een werkelijk menselijke samenleving, en ook de democratie, is gebaseerd op de waarde van elk mens als zodanig.”

 

Rowan Williams

In een prachtig interview onder de titel ‘Het goede is hoopvol leven met imperfectie’, opponeert de bekende theoloog Rowan Williams over enkele punten met Grunberg.

Voor Williams is het goede niet, zoals voor Grunberg, het tegenovergestelde van het kwade. “Als een schrijver als Augustinus zegt dat het kwaad de afwezigheid is van het goede, zegt hij: goed en kwaad zijn geen primitieve tegenovergestelden. De werkelijkheid is goed, maar de wereld werkt zo dat wij daar afbreuk aan doen, wij schieten tekort in waarachtigheid en het resultaat is wat wij het kwade noemen. Augustinus zegt dat deels in reactie op zijn vroegere overtuiging, voordat hij christen werd, dat goed en kwaad twee even sterke, tegengestelde krachten zijn.”

Het kwaad staat volgens Williams ook niet aan het begin, als tegenkracht van het goede. Het goede is origineel. “Het idee van een defect wijst eerder op een afwijking. Als een theekopje defect is, ontbreekt bijvoorbeeld het oor. Je kunt geen theekop hebben zonder oor, dat is het wezen van de theekop. De eerste theekop, om het zo te zeggen, kan niet al een defect hebben. Daarom is de gedachte dat de uitgangspositie van de wereld beschadigd is of vijandig of chaotisch, niet vruchtbaar. Defect volgt op heelheid, niet andersom. En het is aan ons om ons te verbinden met wat de werkelijkheid aan goeds te bieden heeft.”

Perfectie

Dat het nastreven van het goede ook kwaad kan opleveren, bijvoorbeeld het kwaad van een zuiveringsmotief waarvoor Arnon Grunberg waarschuwde, is voor Williams een teken van ons gebrekkige menselijk verstand. “Ons begrip kan zelfs het goede manipuleren om geweld te rechtvaardigen. Het laat ook zien hoe riskant het is ons streven naar het goede te vertalen in prestaties. Het christelijke perspectief is dit: je zult niet perfect worden door perfect te willen zijn. Hoe meer je dat doet, hoe kwalijker het wordt, want je zet de schijnwerpers op jezelf en je eigen goedheid, terwijl dat gulzige ego juist de bron is van alle problemen. Dat is waarom contemplatie zo belangrijk is. Je kijkt verder dan jezelf, je laat je niet opsluiten door je ego, en dan zie je het goede, het ware en het schone en je realiseert je: dat is waar ik naar verlang.’”

Conclusie

Mooie citaten. Mooie interviews. Je proeft ook keer op keer de fascinatie van Akkerman voor zijn gesprekspartner. Raakte hij in Het klopt wel, maar het deugt niet steeds meer teleurgesteld, dit boek heeft hem duidelijk geïnspireerd. Hoe zou dat komen? Ik voel het volgende boek aankomen: Waarom we wel willen, maar niet kunnen. Tijden veranderen, maar catechismusvragen niet.

Naar aanleiding van

Stevo Akkerman, Wat is dan goed? Rotterdam, 2019