Evolutie: raar maar waar?

Illustratie, Evolutie: raar maar waar?

Gijsbert van den Brink krijgt bijval van Marnix Medema. Met het accepteren van de evolutietheorie kunnen de kernpunten van het christelijk geloof prima overeind blijven.

Je zou kunnen zeggen dat evolutie een rare theorie is: de ene diersoort ontstaat uit de andere in een tijdsbestek van miljoenen jaren dat de menselijke verbeelding ver te boven gaat. Schijnbaar toevallige veranderingen in het DNA door invloed van zonlicht of kopieerfoutjes zouden hebben geleid tot complexe systemen die nog veel ingewikkelder in elkaar zitten dan de meest hightech computer die ooit door mensen is ontworpen. Toch is er veel bewijs voor deze wetenschappelijke theorie. In zijn nieuwe boek En de aarde bracht voort vraagt Gijsbert van den Brink zich af: “Wat als het waar is?”

Veel wetenschappelijke theorieën zijn moeilijk te geloven. Neem het heliocentrisme, dat stelt dat de aarde om de zon draait, en niet andersom. Elk kind kan begrijpen dat dit tegen elke menselijke intuïtie indruist: immers, je ziet dagelijks de zon om de aarde draaien, en aan niets is te merken dat de aarde met een duizelingwekkende snelheid van meer dan 1500 kilometer per uur om zijn as draait.
Toen hersenwetenschappers Laura-Ann Petitto en Kevin Dunbar in 2004 aan een cohort studenten filmpjes lieten zien van twee vallende metalen ballen van verschillende grootte, waren alleen de natuurkundestudenten niet verbaasd dat de kleine en lichtere bal net zo snel viel als de grote en zwaardere bal.1 Nog interessanter is dat fMRI-data lieten zien dat het conceptueel begrip van de natuurkundestudenten kwam doordat hun naïeve intuïtie van verbazing geremd werd door andere hersenactiviteit: sommige wetenschappelijke waarheden lijken blijkbaar dermate onlogisch dat we die alleen onderkennen als we zo overtuigd zijn dat we ons ‘boerenverstand’ kunnen uitschakelen.

Tegen de intuïtie

Evolutie is ook zo’n theorie die tegen de menselijke intuïtie indruist. Maar voor christenen is niet alleen de theorie zelf intuïtief onlogisch; het is ook intuïtief onlogisch dat de theorie zich kan verdragen met wat zij van kinds af aan voor waar houden: de verhalen die zij reeds als twee- of driejarigen ingeprent kregen en die het fundament vormen van hun wereldbeeld. Want is het intuïtief logisch om te geloven dat God het verhaal van Adam en Eva liet optekenen, terwijl de mens in feite afstamt van een aapachtige? En is het intuïtief logisch dat God doelgericht schept door middel van ogenschijnlijk doelloze mutaties in het DNA? En dat een goede God een wereld schept waarin dierlijk lijden onmiskenbaar een vereiste is voor de ontwikkeling van het leven? Je zou zeggen van niet. Maar wat als het tóch waar is? Wat als dwars tegen al onze intuïtie in het leven op aarde zich echt ontwikkeld heeft van eencellige wezens tot alle diversiteit en complexiteit van planten, dieren en mensen die nu op aarde te bewonderen zijn? Wat als de mens inderdaad een organisch geheel is met, ja, zelfs familie is van al het leven op aarde? En wat als de menselijke soort nooit uit één enkel paar heeft bestaan? Zit er dan niets anders op dan het christelijk geloof overboord te gooien? Is dan, in de woorden van Paulus uit 1 Korinthe 15, ‘de verkondiging zonder inhoud en het geloof zinloos’?

En als je denkt dat dit scenario niet relevant is omdat evolutie toch niet geloofwaardig is, think again. De wetenschappelijke data geven namelijk uitstekende redenen om te geloven dat de mens een gemeenschappelijke voorouder heeft met andere dieren zoals de muis, de hond en de chimpansee.2 Zelfs vooraanstaande creationisten geven dit toe.3 Als er op basis van de geologische bewijsvoering nog getwijfeld kon worden, de genetische revolutie lijkt hier een einde aan te maken. Zo zijn er bijvoorbeeld vele defecte genen te vinden in ons genoom, waarvan nog precies te zien is hoe deze kapotgegaan zijn. Een bekend voorbeeld van zo’n ‘pseudogen’ is het gen dat codeert voor het eiwit L-gulono-gamma-lactone oxidase (GULO), dat verantwoordelijk is voor de laatste stap in de aanmaak van vitamine C. Omdat dit gen bij mensen kapot is, kunnen wij zelf geen vitamine C aanmaken en moeten wij het uit onze voeding opnemen. Het gen is bij mensen kapotgegaan door een zogeheten frameshift-mutatie, waardoor tijdens het aflezen van het DNA het leesvenster verschoven wordt; als gevolg hiervan ontstaat er ‘onzincode’ waaruit geen zinnig eiwit gemaakt kan worden. De mens is niet het enige organisme dat een kapot GULO-gen heeft; hoewel vrijwel alle dieren een intacte versie hebben, hebben ook de chimpansee, de gorilla, de orang-oetan en de makaak een kapot gen. En intrigerend genoeg zien we in elk van deze kapotte genen exact dezelfde mutatie. En dat terwijl een willekeurige mutatie op honderden verschillende plekken en mogelijkheden het gen had kunnen kapotmaken. Dit is slechts een van de voorbeelden van ‘forensisch bewijs’ in ons DNA voor gemeenschappelijke afstamming: alles wijst erop dat het gen kapot is gegaan in een recente gemeenschappelijke voorouder van alle primaten, en we kunnen nog zien hoe en waar het ooit defect geraakt is.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.