Ernst in de religiositeit van Gerard Reve

Gerard Reve

Kunnen we ooit achterhalen of iemand meent wat hij zegt? is de vraag waarmee Paul van Tongeren zijn artikel op de vorige pagina eindigt. Aart Deddens denkt dat dit, zeker in het geval van Reve, vrijwel onmogelijk is. Niettemin kan de ernst zich in interviews onwederstandelijk opdringen. Zo ook in een tv-interview door Adriaan van Dis met Gerard Reve uit 1985. Ten slotte bespreekt hij kort het verwijt van Mulisch dat Reve ironie voor zijn ernst misbruikte.

Een rol spelen als schrijver is iets anders dan een rol spelen als acteur. Alleen de allergrootste acteurs kunnen aan hun rol vasthouden. Ongeoefende acteurs (zoals schrijvers) vallen soms uit hun rol, en dan komt hun eigen menselijkheid en ernst naar voren. De camera legt alles onbarmhartig vast. Hoewel, ook weer niet alles. “Zijn gebit was onverzorgd en hij stonk ietwat,” zegt Adriaan van Dis in een terugblik op zijn interview met Gerard Reve. Dat krijgen we als kijker natuurlijk allemaal niet mee, maar “ook zijn grappen waren sleets”, vervolgt Van Dis. Dat ben ik niet met hem eens.
De grappen waar hij op doelt, waren waarschijnlijk geen grap. Het was de omkering van de omkering. Min maal min is plus. Als Reve enkele malen de formule hanteert: “Wanneer de kerk dit zegt, bedoelt zij iets anders”, rekenen de toehoorders op ironie, maar wat ze stiekem krijgen is het tegengestelde van die ironie: ernst. De ‘werkelijkheid achter de werkelijkheid’; noem het mystiek, noem het gnostiek. Dat moet de eigenlijke reden zijn waarom Adriaan van Dis het gesprek teleurstellend vond en verzuchtte dat het soms beter is om je literaire helden niet van nabij mee te maken. Reve meende op sommige momenten wat hij zei, en daar reken je gewoon niet op. De camera bleek daarbij een gedienstige indicator: wanneer ironie in aantocht was, glinsterden de ogen van de Koninklijke Volksschrijver en zocht hij bijval in het publiek, wanneer hij ernstig was, keek hij met priemende ogen en een verbeten trek om zijn mond naar het tafelblad, terwijl hij intussen arglistig alle bewegingen van de vragensteller in de gaten hield.

Ernst en ironie samen

Een bekend trucje van Reve is om ernst en spot in één zin te combineren. Een onschuldig voorbeeld gaf hij in het interview ten beste. Onschuldig, omdat de spot hemzelf treft: “Alle kunst is religieus, want beide, de religie en de kunst, duiden de werkelijkheid. Alle kunst is dus religieus. Het religieuze doortrekt m’n werk, maar je kunt toch niet zeggen dat het roomse traktaatjes zijn.”

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.