Eindtijddenken

In zijn boek Berichten uit het Feniksnest – Eindtijd of wedergeboorte gaat scheikundige, filosoof en schrijver André Klukhuhn in op het eindtijddenken van het Fin de Millénaire, de tweede millenniumwende in onze jaartelling. Ook de eerste rond het jaar 1000 riep de nodige eindtijdvisioenen op. Toen stonden die nog helemaal in het teken van de religieuze voorstellingswereld van die tijd. Nu zijn het vooral de seculiere eindtijdvisioenen die overheersen. Het referentiepunt van dit boek is overigens niet zozeer de eerste millenniumwende van het jaar 1000, maar veeleer de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw. Ook toen was er sprake van een soort eindtijddenken, vaak aangeduid als het fin de siècle. Middelpunt toen was Wenen als de cultuurhoofdstad van Europa: “Wat betreft de huidige toestand in het Avondland, een ruime eeuw nadien, is er ook weer sprake van de nodige nerveuze spanning en onrust op politiek, economisch, religieus, demografisch en technologisch gebied (…)” (9). Daarmee is de toon van het boek gezet.

Klukhuhn wil nu – bijna twintig jaar na de millenniumwisseling – de balans opmaken. Waar staan wij en wat is ons uitzicht en perspectief? Zoals de ondertitel al uitdrukt, maakt Klukhuhn daarin geen keuze: eindtijd of wedergeboorte. Vandaar het Feniksnest uit de titel, de mythische vogel die uit zijn eigen as herrijst. Alles is nog mogelijk.

Leidraad van het boek lijkt de vraag wat wij van de geschiedenis zouden kunnen leren. De schrijver hinkt wat dat betreft op twee gedachten. Enerzijds maakt hij duidelijk dat de geschiedenis zich nooit herhaalt en de toekomst niet te voorspellen is. Anderzijds wijst hij tegelijk op parallellen tussen de vorige eeuwwisseling en de recente millenniumwisseling. Er is een dreiging van verschillende wereldrampen: het klimaatprobleem, het immigratievraagstuk, economische ongelijkheid, de dreiging van nieuw nationalisme. Maar er lijken ook nog tal van mogelijkheden om daar iets tegen te doen.

 

Leren van de geschiedenis

Mochten we toch iets van de geschiedenis kunnen leren, dan mogelijk van schrijvers uit de geschiedenis die zelf ook diepgaand over de ontwikkelingen van hun tijd hebben nagedacht. Daarvoor behandeld Klukhuhn een paar toonaangevende auteurs uit de jaren tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog: Oswald Spengler (zie het vorige nummer van Sojie), José Ortega y Gasset, Johan Huizinga, Sinclair Lewis en Adolf Hitler. In meerdere opzichten zijn er belangrijke parallellen tussen deze auteurs, waarbij de laatste toch wel sterk uit de toon valt, omdat zijn boek Mein Kampf het reflectieve niveau van de andere boeken mist en veel meer ideologisch is.

Omdat Klukhuhn zelf geen duidelijke stelling kiest, blijft zijn boodschap onbestemd, zo niet oppervlakkig. Een echte conclusie komt er niet, hoogstens drukt de schrijver zijn sterke twijfels uit of wij er wel in zullen slagen om in een wereld waarin het kapitalisme het dominante systeem is, langs democratische weg tot een oplossing te komen van de wereldomspannende problemen waarvoor wij gesteld zijn.

 

Naar aanleiding van                                                        

André Klukhuhn, Berichten uit het Feniksnest – Eindtijd of wedergeboorte, Amsterdam, 2018