Een reformatorische studentenrevolutie

Illustratie, Een reformatorische studentenrevolutie

Ooit moest uitgeverij Kok een boek van dr. Jan Hoek uit de handel nemen. Hij bestreed in dat boek de dwalingen van Harry Kuitert in diens Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Hoek was echter iets te uitbundig geweest in de beschrijving der dwalingen voor hij aan de verwerping ervan toekwam. Zestig van de driehonderd pagina’s waren citaat. Daarmee verloren potentiële kopers van het boek van Kuitert de prikkel om tot aanschaf over te gaan, zo was de redenering. En dat Kuitert naast zijn geloof ook nog aan geld en goed moest gaan twijfelen, om het nota bene aan de onwankelbare Hoek te gunnen, was niet de bedoeling.

Zelf wil ik iets vergelijkbaar ongeoorloofds doen. Om een indruk te geven van hoe inert de rol was van de reformatorische wijsbegeerte binnen de kettingreacties op de studentenrevolutie, wil ik graag uitgebreid citeren uit de roman Onder professoren van Willem Frederik Hermans. Het citaat is veel langer dan de wet op het auteursrecht toestaat. Je kunt een tekst van iemand anders niet presenteren als je eigen column. Daar staat tegenover dat Hermans zelf binnen dit citaat integraal een collegeprogramma reformatorische wijsbegeerte opneemt, dat we toch met onbezwaard gemoed het geestelijk eigendom mogen noemen van dezelfde rechtspersoon die de uitgeefster is van Soφie.

Sleutelroman

De Groninger universiteit waaraan Hermans als lector geografie verbonden was, betichtte hem van onderpresteren en legde een verband met zijn nevenactiviteiten in de bellettrie. Dit verwijt leidde via een artikel in Trouw zelfs tot Kamervragen en een onderzoek van overheidswege. Uiteindelijk nam Hermans zelf ontslag om zich volledig aan het schrijverschap te kunnen wijden. Onder professoren was het eerste resultaat daarvan. Het boek is te beschouwen als een sleutelroman waarin de gramstorige Hermans wraak neemt op zijn voormalige superieuren, collega’s en studenten.

Een van de hoofdrolspelers is president-curator Kaeckebeke, van gereformeerden huize. Kaeckebeke worstelt zich op zekere avond verveeld door de correspondentie. En dan volgt nu dat lange citaat, inclusief de stijl- en spelfouten van Hermans.

“Het enige dat hij interessant vond, was een kopie van een mededeling die in de rubriek ‘mededelingen’ van het universiteitsblad moest worden geplaatst. CENTRALE INTERFACULTEIT stond erboven. En daaronder stond: Colleges Reformatorische Wijsbegeerte. ‘Prof. Dr. K.J. Popma hoopt zijn colleges reformatorische wijsbegeerte te hervatten van 16.15-17.00 uur en van 17.05-17.50 uur in de Klassieke Zaal van het Hoofdgebouw aan de Kleine Zusterstraat. Van elk college wordt zo mogelijk van tevoren een gecyclostileerd overzicht beschikbaar gesteld op het college zelf. Het onderwerp van deze cursus is: De zin van menselijk lijden, antropologisch bekeken. De gedachtengang liep vanaf menselijke kennis omtrent het menselijke, via interpretatie en ervaring, pedagogie en expressie, naar zelfontmoeting en verantwoordelijkheid. In het komende semester wordt deze gedachtengang voortgezet: Messias en messianisme (russisch en judaïstisch); het absurde in het leed, beschouwingen van Jaspers en Camus; menselijk lijden een vreemde indringer in het mens-zijn; zichzelf zijn in de interpretatie van het lijden; zichzelf herkennen als wijsheid, sapientia in de antropologie van Linnaeus; het eervol ambt van mens te mogen zijn; ik-zeggen en ik-jij-verhouding; Iwán Karamázow, zijn theologische ontwikkeling, karaktergroei en ziektegeschiedenis; de middelste fase van deze ontwikkeling; de Groot-Inquisiteur; religieuze opstandigheid en geseculariseerde Kerk; het dogma van Gods wanbeheer; leed en ziekte correlaat; Iwáns ontmoeting met de duivel; de boze, zijn incognito en dubbelzinnigheid; wereldomvattende wereldinterpretatie; ‘Ich habe die Wahrheit gesehen’; Auftrag und Schicksal des Menschen’; – ‘

Sprak Iwán Karamázow Duits? Kaeckebeke kon het zich niet herinneren, maar ja, hij kon zich ook niet herinneren of hij het boek ooit gelezen had. Toch wist hij drommelsgoed waar het over ging, al zou Prof. Dr. K.J. Popma dat natuurlijk nog veel beter weten. Kende Russisch. Dat zag je aan de accenten op Iwán en Karamázow.

Kaeckebeke las verder: ‘het rijk en [moet zijn: van (AD)] de duisternis en zijn vreemdheid; dichterlijke interpretatie; in den boze; vervreemding; oorsprong en bestemming; objectivering; breuk en heling; heil en groei; mede-lijden; mede-menselijkheid en naastenliefde; voorbehoud en opschorting van oordeel; wereldbeschouwing, levensbeschouwing, wereldbeeld; lichamelijk verloop van de ‘ziel’; vermoeidheid-ziekte-dood; dood-situatie; theologische bezinning; leed en kwaad; slijtage en ouderdom; crucis tolerantia; verstandhouding tot de dood; dichterschap; blijvende menselijkheid; schade en gewin; hulp tot inzicht; draaglijke onwetendheid en docta ignorantia.’

Met spijt dat het uit was, bereikte Drs. Kaeckebeke het einde van de tekst. Zijn ogen gleden weer naar boven om een aantal van de pakkendste onderwerpen die professor Popma zou aanroeren nog eens letterlijk over zijn tong te laten gaan. Jazeker, letterlijk. Je kon hem zien prevelen onder het lezen: ‘Sapientia in de antropologie van Linnaeus; … leed en ziekte correlaat… het dogma van Gods wanbeheer… het rijk van de duisternis en zijn vreemdheid… crucis tolerantia… docta ignorantia… in den boze…’

Het was toch mensonmogelijk dat er aan een universiteit hogere onderwerpen werden behandeld? Maar hoeveel studenten gingen luisteren naar professor Popma? In sommige jaren niet een. NIET EEN. Dat was dan ook de reden waarom professor Popma ongeveer driemaal per cursus een zo uitvoerige inhoud van zijn colleges publiceren liet in het mededelingenblad. Dat deed geen een andere professor. Hoe slecht ze ook waren, die andere professoren, hoe vervelend ze ook stonden te zeuren, studenten kwamen er toch wel, want er was voor gezorgd dat hun colleges verplicht waren. Een student die al te veel wegbleef, zou het zuur kunnen opbreken.

Niets van dat alles bij de verheven Popma. Sapientia… crucis tolerantia… zo was Popma! En er kwam geen een student. Jarenlang al kwam er geen een student. Soms kwam er een, een keer. Dan zat Popma een halve dag in de trein om alleen voor die ene student zijn reformatorische wijsbegeerte te gaan ontvouwen, want Popma gaf dezelfde colleges ook nog elders in het land (hij was gevestigd te Utrecht).

En ik weet al jaren dat de toestand zo is, zei Kaeckebeke bij zichzelf. Al jaren is het zo, en ik heb er niets aan kunnen veranderen. Op die manier wordt de universiteit zoiets als een bloemenkwekerij, waar de bloemen stelselmatig worden vertrapt. Er gebeurt van alles: de nieuwste machines om te ploegen en te zaaien krijgen ze, er wordt geharkt, geschoffeld en gesproeid, er worden tonnen kunstmest uitgestrooid, maar van de bloemen komt niets terecht en dat kan niemand wat schelen. Mij kan het wel wat schelen, maar ik ben machteloos geweest. Zo nu en dan heb ik er andere hoogleraren over aangesproken, maar die bepaalden zich ertoe meewarig hun hoofd te schudden. Ze waren natuurlijk weer andere soorten wijsbegeerte dan de reformatorische toegedaan: de hegeliaanse, de sartriaanse, de thomistische, de marxistische of de marcusiaanse (wat dat dan allemaal ook wezen mocht). En hij had niet het recht gehad die heren tegen te spreken, laat staan met zijn vuist op tafel te hameren en te zeggen: eerst Popma en dan kunnen we verder zien; desnoods tot Hegel en Marx, maar Popma eerst. Geen academicus heeft recht op de eretitel van geleerde, als hij zijn Popma niet in de zak heeft. Maar zulke praat hield hij alleen wel eens ’s nachts in bed, als hij de slaap niet vatten kon.” (einde citaat)

Ik was graag die ene student geweest die wél naar het college van Popma was geweest. Hoewel, waar moet je gaan zitten, in die Klassieke Zaal van het Hoofdgebouw aan de Kleine Zusterstraat? Ondanks de wetenschap dat zijn omvangrijke oeuvre niet uitmunt door heldere belijndheid heb ik prachtige opstellen van Popma gelezen over zonde en ziekte in zijn boek Wijsbegeerte en Antropologie. Voor dat college van Popma uit Onder professoren had ik dus zelfs wel reclame willen maken en fondsen willen werven… Ik ken hem niet als spreker, maar hij zal het al gauw beter hebben gedaan dan Hermans, die de roem had van niet goed college te kunnen geven. Hermans verzuimde bovendien zonder opgaaf van reden zijn eigen colleges en kwam soms zelfs niet opdagen bij tentamens die hij geacht werd af te nemen. Het enige wetenschappelijke boek dat Hermans publiceerde ging over bodemerosie (1960). Dat hij in dat boek fulmineerde tegen de kinderbijslag is een indicatie van focus en wetenschappelijk gehalte.

Peer review

Hermans’ afkeer van de demokratiese vernieuwing en de studentenrevolutie kan ik navoelen, maar liever was ik een student van Popma geweest, al had ik alleen al uit nieuwsgierigheid ook wel bij Hermans willen plaatsnemen. Het kan niet meer. Popma en Hermans hebben beiden hun intrek genomen in de eeuwige vrede. In onze tijd zou Hermans boek Erosie van geen enkele peer een positieve review hebben gekregen. Misschien dat Popma’s proefschrift daarvoor nog wel in aanmerking kwam. Popma zelf was er in elk geval van onder de indruk. Eens liet hij op college weten dat hij van zijn proefschrift honderd exemplaren had laten drukken, waarna hij trots meldde dat hij ze alle honderd nog had, als een soort Intelligence Agency van de Ideeënwereld, dat slechts één spy review kende: die van hemzelf.

We zijn vijftig jaar verder. Daarin is het aantal studenten reformatorische wijsbegeerte oneindig toegenomen. Dat is nog eens een revolutie.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.