De verbeelding aan de macht

Illustratie, De verbeelding aan de macht

Kunnen we iets leren van de geschiedenis? De studenten van 1968 in Duitsland dachten van wel: wij gaan het radicaal anders doen. Zij braken met de generatie van hun ouders. Maar sommigen van hen vervielen door hun radicalisering al snel in vergelijkbare fouten. Anderen gingen ‘de lange mars door de instituties’, totdat zij zelf tot het establishment behoorden. Door dat alles heen heeft Duitsland zich echter toch ontwikkeld tot een stabiele democratie in het centrum van Europa.

L’imagination au pouvoir’ was één van de kreten die in mei 1968 in Parijs op de muren geschreven stond. Het was de opkomst van de graffiti. Parijs vormde dan ook de kern van wat tegelijkertijd een internationale beweging was. Was het een revolutie? Of was het een rimpeling in de vijver? Het was gek genoeg allebei: slechts een rimpeling gelet op de hoeveelheid geweld, maar een revolutie als je kijkt naar wat ze cultureel en mentaal tot stand heeft gebracht. Na 1968 is onze wereld ingrijpend veranderd. Niet iedereen vindt dat een verandering ten goede. Misschien was het resultaat van de revolutie wel het tegendeel van wat werd beoogd.

Mei 1968

Met de mei-revolte van 1968 deed een nieuwe, naoorlogse generatie van zich spreken. Zoals we nu spreken van de generatie millennials, zou je 1968 kunnen zien als het jaar waarin de ‘naoorlogsen’ zich manifesteerden: mensen die in de jaren rond 1968 volwassen werden, maar met een heel ander beeld van volwassenheid dan voorgaande generaties. Volwassenheid is niet langer het je inpassen in de veilige tradities van de voorvaderen en in de kluisters van het verleden, maar staat voor een periode van experiment en zelfontplooiing in een wereld die aan je voeten ligt.

Bij ‘mei 1968’ gaan de gedachten meestal direct naar Parijs en de studentenopstanden aldaar. In Frankrijk ging het destijds om een brede beweging: grote arbeidersstakingen in de industrie (vooral bij het nationale symbool Renault) en studentenopstanden in de universiteitssteden. Op het hoogtepunt zag president Charles de Gaulle zich zelfs genoodzaakt onder te duiken om zijn bewind vanuit een veiliger oord te kunnen voortzetten. Ruim twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog was Frankrijk opnieuw in rep en roer.

Maar ook in Duitsland was er in die periode veel aan de hand. Daar was het spannender dan in Frankrijk. Waar in Frankrijk het studentenverzet langzamerhand overging in het zichzelf verterende postmodernisme, bleek het op zichzelf nog redelijk vreedzame protest in Duitsland na verloop van tijd om te slaan in het geweld van de Rote Armee Fraktion. Tegelijk lijkt 1968 echter een belangrijke rol gespeeld te hebben in de doorbraak van Duitsland in de richting van een stabiele democratie.

Naoorlogs Duitsland

Hoe ernstig de ontberingen ten gevolge van het oorlogsgeweld in Duitsland ook waren, de Duitsers konden zichzelf moreel gezien niet als slachtoffer ervaren. Zij waren immers de aanstichter van alle ellende. Het is dus ook niet vreemd dat de Duitsers zich na de oorlog, in diep stilzwijgen gehuld, aan de herbouw van hun eigen land hebben gezet. Gezien het verhoudingsgewijs grote aantal gesneuvelde mannen, speelden met name ook vrouwen (‘Trümmerfrau’) – niet zelden oorlogsweduwen – een belangrijke rol in het opruimen van de puinhopen en het herbouwen van de verwoeste dorpen en steden. De economie herstelde zich – mede met Amerikaanse hulp – wonderlijk snel en vooral West-Duitsland had binnen enkele jaren al weer een hersteld aanzien. Het is nog altijd bijzonder om te zien hoe zwaar gebombardeerde Duitse steden snel na de oorlog zelfs hun historische centra weer in oude staat zagen herrijzen.

Deze eerste jaren na de oorlog was er nog geen sprake van verwerking van het nabije verleden. Het ging om de tweede nederlaag in minder dan dertig jaar! Zeker na de massale vernietiging van de laatste oorlog was er helemaal niets meer om trots op te zijn. Het Duitse volk moest zichzelf hervinden.

Eigen karakter

Tegen deze achtergrond heeft de omwenteling in de jaren zestig in Duitsland een heel eigen karakter in vergelijking met de omliggende landen en vooral Frankrijk. Wellicht kun je zeggen dat de generatiekloof in Duitsland dieper was. Er groeide daar een generatie op die genoeg had van het zwijgen van hun ouders. Wat was er in de oorlogsjaren precies gebeurd? En wat was de verantwoordelijkheid geweest die hun ouders voor dat gebeuren droegen? Waar hadden hun ouders precies gestaan? Deze omslag begon vroeg in de jaren zestig met het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem. Eichmann was een van de breinen achter de holocaust, vooral verantwoordelijk voor de massale transporten van Joden uit heel Europa naar de concentratiekampen in vooral Polen.

In dit proces werd voor het eerst breedvoerig aandacht gegeven aan de genocide van de nazi’s op de Europese Joden. Er werd zelfs gesproken van ruim zes miljoen slachtoffers. Een aantal dat volgens getuigen ooit door Eichmann zelf was verkondigd. Dit proces dat internationaal heel veel aandacht trok had tot consequentie dat de Duitsers voor het eerst frontaal geconfronteerd werden met de verschrikkelijke gevolgen van de holocaust waardoor hun iedere vorm van ontkenning of relativering onmogelijk werd gemaakt. Het lijkt erop dat pas met het Eichmannproces de later veelgeroemde ‘Vergangenheidtsbewältigung’ begon, waarin de Duitsers leerden om kritisch naar hun eigen verleden te kijken. Dat leidde er tevens toe dat vanaf dat moment ook in Duitsland zelf de vervolging van nazimisdaden veel ernstiger werd aangepakt, vooral waar het de genocide op de Joden en andere bevolkingsgroepen betrof.

Zo begon op 20 december 1963 het Auschwitzproces in Frankfurt am Main, waarin 22 verdachten binnen het eigen Duitse rechtssysteem werden berecht. Meer dan daarvoor werd het verleden bespreekbaar en onderwerp van nadere reflectie.

Studentenverzet

Wat de jongeren precies dreef is moeilijk te zeggen. Maar sterker dan in andere landen, bleek het opkomende verzet in Duitsland ook een politiek radicale achtergrond te hebben. De studentenbeweging (met name de SDS, de Sozialistische Deutscher Studentenbund) bleek nauw verbonden te zijn aan wat wel de APO (de Ausserparlamentarische Opposition) genoemd werd: de oppositie die in het parlement geen of onvoldoende stem kreeg. Deze oppositiebeweging had onvoldoende vertrouwen in de kracht van de democratie en rechtsstaat.

In die context werd in Duitsland de revolte van de jaren zestig voorbereid. Met name de gebeurtenissen rond het staatsbezoek van de Sjah van Perzië bleek een katalysator. De Sjah en zijn echtgenote werden op 2 juni 1967 met veel egards ontvangen in Berlijn. ’s Avonds bezochten zij in gezelschap van de bondspresident Heinrich Lübke en burgemeester Heinrich Albertz van Berlijn de opera ‘Die Zauberflöte’ van Mozart.

Voor het operagebouw stonden zowel aanhangers als tegenstanders van de Sjah het gezelschap op te wachten. De voorstanders bleken gerekruteerd uit in Duitsland verblijvende Iraniërs en uit leden van de Perzische Geheime Dienst (Savak). Volgens verschillende ooggetuigen lokten zij het geweld uit van de eveneens aanwezige tegenstanders, voor een belangrijk deel bestaande uit leden van de SDS, waarbij de Duitse politie niet ingreep en het optreden van de aanhangers van de Sjah oogluikend toestond. Het daaropvolgende politieoptreden tegen de tegenstanders was, zonder duidelijke aanleiding, ongemeen hard. De betogers werden uiteengedreven en één man uit het publiek, Benno Ohnesorg, een pasgetrouwde student wiens echtgenote zwanger was van hun eerste kind werd door de politie doodgeschoten. De dader, agent Karl-Heinz Kurras, werd na zijn daad tot tweemaal toe voor het gerecht gedaagd, maar beide keren ook weer vrijgesproken. Hij beriep zich zonder sterke aanwijzingen op noodweer.

Radicalisering studentenbeweging

De dood van Ohnesorg leidde tot een sterke radicalisering van de linkse studentenbeweging. Het optreden van de politie werd als een nieuw bewijs gezien van het autoritaire karakter van de West-Duitse staat. Was de ‘Entnazifierung’ gestagneerd? In de beleving van de opstandelingen was de Duitse staat geen echte democratie, maar in aanleg een kapitalistische, fascistische en autoritaire staat. Zo was de kanselier die de Sjah van Perzië ontving zelf ooit nog lid van de NSDAP geweest en gold dat voor meer mensen in de machtselite. Hoewel de geallieerden hen na de oorlog hadden ingedeeld in de minst erge categorie van nazi-aanhangers, werden ze door de jongere generatie gewantrouwd.

In de loop van 1968 stapelen de gebeurtenissen zich op. De Vietcong opent het Tet-offensief tegen de Amerikanen en brengt hen grote verliezen toe. Op de 17 en 18 februari 1968 – enkele dagen na de start van dat offensief – vindt in Berlijn een internationaal Vietnam-congres plaatsvindt. Op 4 april wordt Nobelprijswinnaar Martin Luther King jr. vermoord door de racist James Earl Ray. Op 11 april pleegt Josef Bachmann, een jonge man uit rechts-radicale milieus, een aanslag op SDS-leider Rudi Dutschke die zich steeds meer tot het gezicht van de studentenopstanden heeft ontwikkeld. Dutschkes leven kan weliswaar gered worden, maar hij herstelt nooit volledig en overlijdt uiteindelijk in 1979 aan een epileptische aanval die een gevolg is van de door de aanslag veroorzaakte hersenbeschadigingen. Ook deze aanslag vormt weer olie op het vuur van de toenemende tegenstellingen.

Zwart-wit denken

Wat opvalt in deze radicalisering zijn de zwart-witschema’s waarin de opstandige studenten denken. Enerzijds zijn ze heel erg kritisch over de bestaande samenleving en de politiek. Anderzijds denken ze op een naïeve manier utopisch over de mogelijke maatschappijverandering. Leitmotiv van de studenten is het marxistische principe dat de kritische maatschappijtheorie er niet is om de wereld te interpreteren, maar haar te veranderen (de 11e Stelling over Feuerbach). Critici die het bij het denken willen laten, maar weigeren hun kritische denkbeelden in de praktijk te brengen, worden gezien als verraders van de noodzakelijke maatschappelijke vernieuwing. Dat denken in termen van ‘goed en fout’ is kenmerkend voor veel mensen na de oorlog die een sterke drang hadden hun positie achteraf goed te praten: “Wir haben es nicht gewusst.”

Maar het blijkt ook een sterke behoefte te zijn van de daarop volgende generatie, van die mensen die zelf geen enkele schuld hadden aan de oorlog. Götz Aly, één van hen, gaat in zijn boek Unser Kampf – 1968, ein irritierter Blick zurück (2008) zelfs zo ver, zijn eigen ’68-generatie te beschuldigen van dezelfde verblinding als de voorgaande generatie. Hij verdenkt zichzelf en zijn generatiegenoten ervan eigenlijk net zo fanatiek links te zijn geweest als velen uit de generatie voor hen waren in hun enthousiasme voor het rechts-radicalisme van de nazi’s, daarbij opnieuw de schuld buiten zichzelf leggend om zichzelf radicaal aan de ‘goede kant van de geschiedenis’ te positioneren.

Frankfurter Schule

Een van de inspiratiebronnen van de kritische studenten was ongetwijfeld de kritische theorie van de spraakmakende Frankfurter Schule. Deze school was reeds in de jaren twintig ontstaan. Zij vestigde in Frankfurt het universitaire ‘Institut für Sozialforschung’. Al vroeg zagen de Frankfurters het dreigende gevaar van het nazisme en vluchtte een aantal van hen naar de Verenigde Staten. Met name de twee intellectuele leiders van de beweging, Max Horkheimer en Theodor W. Adorno, deden direct na de oorlog van zich spreken met hun Dialektik der Aufklärung, dat in 1947 bij uitgeverij Querido in Amsterdam verscheen. Daarin proberen zij te laten zien dat de holocaust in bepaalde opzichten kan worden gezien als een consequentie van de Verlichting. Zij verwierpen dus de zienswijze dat de holocaust te wijten zou zijn aan een tekort aan Verlichting. Eerder was het een gevolg van het feit dat de Verlichting een eenzijdige, instrumentele en bureaucratische uitwerking had gekregen.

De Frankfurters waren geïnspireerd door zowel de theorie van Karl Marx, ook al waren zij uiterst kritisch over het reële socialisme van de communistische Sovjet-Unie, als door de psychoanalytische theorie van Sigmund Freud. Met name Adorno en zijn leerling Jürgen Habermas raakten intensief betrokken bij de discussies rond de kritische studentenbeweging.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.