Voorwoord

Sophie 8e jaargang nr 3, juni 2018

In de muziek bestaat het genre van de prelude. Ooit was de prelude bedoeld als voorspel op een fuga of suite. Maar in de romantiek werd het een werkje op zichzelf. Tot mijn favorieten behoren de preludes van Chopin, opus 28. Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat door ze te bundelen die preludes hun zelfstandigheid weer verliezen. Je koopt de bladmuziek van de 24 preludes en je studeert ze allemaal in, tenminste, die preludes die je aankunt. Of je koopt een cd, en je draait ze allemaal achter elkaar. Je weet, na de gedragen prelude nummer vier komt de zenuwlijderige nummer vijf. Ik heb er zeven geoefend, maar speel nu alleen nog maar nummer vier. Ik vond dat ik één prelude moest overhouden, om het karakter van romantische zelfstandigheid te waarborgen. Toen ik in de brugklas zat, las ik in de Openbare Christelijke (!) Bibliotheek en Leeszaal aan de Havenstraat in Hilversum een artikel over de interpretatie van die vierde prelude van Chopin. Het artikel was niet te leen, dus knoopte ik de strekking goed in mijn oren: de prelude bestaat uit twee delen die min of meer een herhaling zijn van elkaar. Onderdruk in het eerste deel de melodielijn in de rechterhand en benadruk het verloop van de akkoorden in de linkerhand. Onderstreep in het tweede deel juist de melodie en ondersteun die met een krachtige linkerhand. Wat je op die leeftijd leest is waar, dus speelde ik het stuk jarenlang volgens die instructie. Tot ik twintig jaar later las, dat Chopin maar één stuk van zichzelf op zijn begrafenis wilde laten spelen: zijn prelude nummer vier. Dat zegt veel over Chopin. Terwijl hij zijn roem dankt aan zijn virtuositeit en chromatiek (volgens Liszt kon Chopin

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.