Thijs Tromp – Lol hebben in nutteloze praktijken

We bakken er in dit leven weinig van. De zin van het leven, het doel, de opdracht die we moeten vervullen zijn allemaal veel te groot. Je zou er cynisch van worden. Thijs Tromp niet. Die heeft er lol in. Humor stelt je in staat het leven in zijn volle ernst aan te kunnen. Heeft Jezus trouwens ooit gelachen? Theoloog Thijs Tromp heeft wel een idee. Naast zijn baan als directeur van Reliëf (de  christelijke vereniging van zorgaanbieders) is hij onlangs benoemd als bijzonder hoogleraar diaconaat aan de PThU.

 

Wat vind je belangrijk?

Veel te veel. Ik vind bijna alles interessant en er zijn zo veel mensen belangrijk voor me. Er is zo veel waarvan ik hou en er is zoveel waarvoor ik me zou willen inspannen. Maar als ik het in een zin moet samenvatten vind ik het belangrijkste dat mensen om elkaar geven. Het tweede dat ik daaraan nadrukkelijk wil toevoegen is dat ik bij dat omzien naar elkaar erg gesteld ben op de lichte variant. Omzien naar elkaar en om elkaar denken, dat krijgt al snel een zware lading. Omzien naar elkaar rijmt te gemakkelijk op moeten. En met het moeten komt een klassiek rolpatroon mee: er is iemand die hulp nodig heeft en er is iemand die komt helpen. Als er dan is omgezien en de hulp is geboden zegt degene die hulp nodig had keurig: dankjewel en de helper zegt: graag gedaan. Dat is het patroon van de dankbaarheid, de loodzware variant van omzien. De lichte en in mijn ogen veel betere variant begint op een vergelijkbare manier. Iemand dacht dat een ander hulp nodig had, maar aan het eind wisten ze niet goed meer wie nou het initiatief had genomen en  zelfs niet meer wie nu wie had geholpen. Daar kunnen beiden dan smakelijk om lachen. Ik ben eigenlijk altijd op zoek naar dat plot in de verhalen van hulp.

Heb je zelf ook zo’n verhaal?

Ik heb best veel van dat soort verhalen. Dat komt doordat ik een onverbeterlijke helper ben. Ik ben bijzonder gevoelig voor een appel om hulp en geef er vaak gehoor aan. Er is maar één probleem: ik ben er niet zo goed in. Helpen lukt me eigenlijk alleen als degene van wie het appel uitgaat mij in staat stelt om er toch nog iets van te maken. Mijn eigen hulpvraag is steevast: help mij helpen. Die omkering van de rollen is voor mij steeds belangrijker geworden: ‘Hallo, ik geloof dat ik hier iets moet betekenen, maar ik weet waarachtig niet hoe. Zou je me een handje willen helpen? Alleen als de ander mij een beetje helpt, lukt het me om mijn bemoeizucht te transformeren in iets wat lijkt om echte hulp. Dat relativeert enorm en er komt ook humor. Die humor, die altijd met de rolomkering meekomt, daarnaar ben ik op zoek. Dat zit in het grote, maar ook in het kleine. Ik heb jarenlang een oudere zuster uit onze gemeente naar de kerk gereden. Een bijzonder mens! Het werd met de jaren steeds ingewikkelder om haar in mijn auto te krijgen. Kijk, praten kan ik wel, maar fysiek iemand helpen vind ik een drama. Ik zag dat zij dat zag. Zij kreeg er steeds meer lol in had om mij te plagen met mijn onhandigheid. Ze gaf me op

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.