Ruud Lubbers: God staat ook aan het eind

Ruud Lubbers

Ruud Lubbers willen we met ere gedenken door een aantal kenmerkende citaten weer te geven uit een interview dat wij met hem hadden over het Handvest van de Aarde, waarvan hij mederedacteur was. Het interview is onder de titel ‘Ecologie gaat boven economie’ geplaatst in het herfstnummer van Beweging in 2006.

In het jaar 2000 verscheen het Handvest van de Aarde, een levensbeschouwelijke en ethische vloer onder de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties (vrede, armoedebestrijding etc.). Het was de uitkomst van de ontmoeting in 1992 te Rio de Janeiro van wereldleiders, ngo’s en vertegenwoordigers van inheemse volken. Daar brak het inzicht door, dat om te aarde te behouden voor volgende generaties, het hoognodig was om ecologie voorop te stellen, vóór economie.

U beschrijft uw aanwezigheid in Rio de Janeiro als een soort bekering.

“Het is voor mij in elk geval geen plotselinge bekering geweest en ik zie toch wel een constante in mijn leven. Het viel mij in de jaren zestig in Rotterdam op hoe snel de tuinmeubels onder het roet zaten, wat in mijn jeugd nog niet het geval was. Ik begon me er druk om te maken. Vandaar dat ik toetrad tot de Rijnmondraad om over milieuvraagstukken mee te kunnen denken. Spoedig daarna kwam het Rapport van de club van Rome uit. Tijdens de oliecrisis, heb ik als minister van Economische Zaken doelstellingen geformuleerd voor de ontwikkeling van alternatieve en duurzame energie (Petten).”

Het Handvest bestrijkt allemaal linkse thema’s en u blijkt zich daar altijd sterk voor te hebben gemaakt. Toch hadden wij niet dat beeld van u.

“Ik heb in elk geval nog niet alles verteld. Ik heb mij in de jaren zestig en zeventig altijd laten inspireren door bevrijdingstheologen, zoals Leonardo Boff. Hoe wonderlijk is dat gegaan! Omdat ik zijn boeken had gelezen in mijn jeugd dacht ik toen ik zijn naam op de deelnemerslijst van de conferentie in Rio de Janeiro zag staan: die man zal wel honderd jaar zijn. Ik ontmoette vervolgens mijn grote idool en wat bleek? Hij was een leeftijdsgenoot! (…)

Waarom hebt u zich als minister-president niet kunnen profileren als de christen-radicaal die u bent?

Dat heeft denk ik te maken met de thema’s die toen aan de orde waren en de prioriteiten die we moesten stellen. Het was in economische zin heel zwaar weer: bezuinigingen en nog eens bezuinigingen. Verder waren de abortus- en euthanasiewetgeving en de kernwapendiscussie thema’s die alle aandacht opeisten.

Het Handvest roept op tot demilitarisering, zozeer dat het zelfs onmogelijk wordt voor landen om nog als agressor op te treden. Als wij u in de tijd van de kernwapendiscussie hadden opgeroepen om zich hieraan te houden, hoe zou u dan gereageerd hebben?

(Na een lange stilte) “Ik vind dat moeilijk. Ik zou u beslist serieus genomen hebben, maar ik weet niet of het een oplossing was geweest in de dilemma’s waar ik toen voor stond.”

De doelstellingen van het Handvest zijn zeer ambitieus en de realisering lijkt ver weg. Moedeloosheid en cynisme (zie pagina 2) liggen dan wel op de loer.

“Omdat het lange-termijndoelstellingen betreft moeten we er juist mee bezig zijn. De politiek wordt al veel te veel beheerst door het kortetermijndenken. De media maken daar gebruik van; er moet gescoord worden. Ook het bedrijfsleven heeft deze beperkte blik, het wil investeringen direct terugzien. In deze Bermudadriehoek van kortetermijndenken door politiek-media-bedrijfsleven wordt alles naar beneden gezogen. Daartegen verzet ik mij en dat is zo’n diepe overtuiging dat ik er niet snel moedeloos door wordt.

Veel komt aan op good governance. Je moet goede voorbeelden laten zien. Laten we het bedrijfsleven nemen in het begin van de jaren negentig. Het kreeg toen allerlei milieumaatregelen opgelegd waarvan wij te horen kregen: dit kan nooit! Die normen zijn veel te hoog! Toen hebben we als regering gezegd: zoek bedrijven die voor de muziek willen uitlopen, de enhancers. Zeg: als jullie erin slagen de doelstelling te halen, wordt het als norm opgelegd. Daarachter zat voor die bedrijven het verlokkende idee dat je een voorsprong opbouwt door alleen al mee te doen. Schoon produceren werd een competitie. Dat heeft weer een aanzuigende werking op belegggers. (…)

Maar ik ben het met u eens, een doelstelling van ‘geen oorlog’ of ‘geen armoede’ kan bevreemding wekken. We kunnen in ons leven slechts marges van verandering realiseren Toch moet je je doelen wel stellen. Zo heeft het bijvoorbeeld ook gewerkt met arbeidsveiligheid. Bedrijven die er nog nooit over hadden nagedacht, zeiden ineens: we gaan naar nul ongelukken. Dan zie je dat niet alleen die doelstelling gehaald wordt, maar dat er als neveneffect ook veel efficiënter gewerkt wordt.

Wij zullen het waarschijnlijk niet meemaken dat honger en armoede zijn uitgebannen, maar ik weet zeker dat de strijd na onze dood verder gaat als wij die nu inzetten.

U noemt zelf al concurrentievoordeel. Mensen komen pas in beweging als er beloning in het verschiet ligt.

“Natuurlijk. Deugdzaamheid houdt niet als het niet wordt beloond. Toch ben ik ervan overtuigd dat de processen van schone productie niet op gang zouden zijn gekomen als er in de hoofden van de CEO’s van de bedrijven niet de ethische overtuiging was geweest van de noodzaak.”

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.