Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
Vrijheid moet je actief zoeken PDF Print Email
Written by   

“Mijn veronderstelling is dat de vraag naar onze vrijheid belangrijk en persoonlijk is. Word je geleefd door je omgeving of door de natuurwetten? Zijn we een cluster willoze atomen, of niet? En waarom dan niet? Het antwoord op deze vragen levert een levenshouding op. Het zijn geen obligate vragen. Het kost iets om ze te beantwoorden.” Arjan Visser over zijn lesmodule voor het voortgezet onderwijs ‘Bronnen van vrijheid’. Een autobiografisch geïnspireerde module waarin verschillende visies op vrijheid worden vergeleken.

Bronnen van vrijheid? Wat zijn dat eigenlijk volgens jou?

Vrijheid wordt heel vaak gezien als een woord dat een gemis uitdrukt, een gemis aan dwang. Maar je kunt ook zeggen: vrijheid is juist het hebben van mogelijkheden. Het verwijst dan naar iets wat die vrijheid mogelijk maakt. Dat is dan de bron van vrijheid. Dat kan je geloof zijn, een overtuiging of zelfvertrouwen, maar ook wetten of politieke ideeën. Een voorbeeld: het vertrouwen dat ik heb in mezelf (het geloof dat ik besluiten kan nemen), dat is een bron van mijn vrijheid.

Wat die bron is kan dus verschillen. Dat is geen mal. Het zijn bronnen, meervoud. Een bron is ook iets dat je aan moet boren. Je kunt het niet simpelweg bezitten. Het is niet in een potje of per kilo verkrijgbaar. Op zoek naar de bronnen – dat vind ik een mooie metafoor voor vrijwel elke intellectuele zoektocht.

Op de achterflap schrijf je dat het thema vrijheid je al je hele leven bezighoudt.

Klopt, toen ik een jaar of dertien was, gingen een aantal kinderen in mijn omgeving dood. Toen zijn er bij mij grote vragen gerezen over de zin van het leven. Ik kwam in die tijd ook in aanraking met deterministische theorieën. Het idee dat alles vastligt in hersenprocessen, dat alles vooraf bepaald wordt door natuurwetten. De wetenschappelijke variant van het noodlot.

Ik ben later bodemdeskundige geworden omdat ik iets had van ‘ik kan wel de hele tijd na gaan denken over die vragen, maar ik moet ook iets praktisch gaan doen’. Die vragen hebben me echter nooit losgelaten. Daar ben ik altijd mee bezig geweest. Eerst zelf, later door veel te lezen.

In die tijd heerste die cynische gedachte van het determinisme ook in de Nederlandse literatuur. Denk aan W.F. Hermans. Die schreef bedrukkende boeken. Mijn eerste bronnen van een eigen richting vond ik in de Russische literatuur. Tjechov, Dostojewski, Tolstoi. Vooral Dostojewski vind ik hoopgevend. Dat zit in zijn openheid. Je merkt waar zijn sympathie ligt. Dat kun je invoelen. Dat werd voor mij een bron van vrijheid; dat er mensen zijn die geestverwant zijn, die je kunnen stimuleren – die gedachten kunnen bevestigen. Dat de lijnen die ik voor mezelf had bedacht, door anderen gedeeld worden. Dat je geen verouderd archetype bent.

Opmerkelijk in vergelijking met andere lesmodules is de bespreking van Dooyeweerd. Waarom mag hij niet ontbreken in deze module?

Ik vind hem qua taal erg moeilijk, dat is ontmoedigend. Maar hij voegt echt iets toe met zijn expliciete niet-reductionisme. Zijn stelling is dat reductie vaak ten onrechte wordt uitgevoerd. Je kunt – althans dat gebeurt vaak – allerlei wetenschappen tot elkaar reduceren. Psychologie tot de biologie bijvoorbeeld. In zijn theorie is dat een onjuiste strategie. Dat geloof ik ook. In mijn studie was reductie een terugkerend thema. Er wordt door veel mensen willekeurig mee omgegaan. Maar hoe vaak dat wetenschappelijk is gelukt, dat is erg beperkt. De diverse aspecten zijn eigenlijk verschillende brillen om naar de werkelijkheid te kijken. Als je de ene bril opzet, moet je een andere afzetten. Je kunt ze niet tot elkaar herleiden.

Met terugwerkende kracht krijgt Dooyeweerd gelijk als je ziet hoe vaak er multidisciplinaire beschouwingen worden gemaakt, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling. Het milieuaspect, veiligheid, woonplezier, et cetera. Die aspectbenadering gebruiken we onbewust allemaal. In die zin is zijn aanpak erg van onze tijd. Je kunt niet met een formule zeggen: woonplezier is 3x, veiligheid is 6y, zo werkt het niet.

Een tijd terug zat ik bij een workshop van een milieuadviesbureau. Een behoorlijk gezaghebbend gezelschap van overheid en bedrijfsleven in mijn vakgebied. Daar werd toen expliciet gebruik gemaakt van de inzichten van Dooyeweerd, waaruit ze een eigen systeem distilleerden.

Welke visie op vrijheid die je bespreekt vind je nog meer aansprekend of overtuigend, naast Dooyeweerd?

Ik heb altijd veel bewondering voor Descartes gehad. Zijn cogito als denkexperiment is echt geweldig. Taylor beweert dat Augustinus al een vergelijkbaar experiment uitvoerde, maar Descartes doet het grondig en expliciet en schrijft bovendien lekker. Dat hele systeem van hem is een tweede, maar hoe hij vraagstellingen neerzet, dat is geweldig. Je kunt het gewoon nadoen. Iedereen kan dat, op ieder moment. Het enige wat je nodig hebt is rust. Dat is super. Je hoeft er niet eens verschrikkelijk intelligent voor te zijn.

De lesmethode is niet altijd toegankelijk geschreven. Je vraagt wel wat van de leerlingen. Is dat een bewuste keuze?

Het eerste gedeelte van ieder hoofdstuk – niet de verdieping – heb ik in de opzet eenvoudig gelaten, althans dat heb ik geprobeerd. De verdieping mocht van mezelf moeilijker zijn. Als je daaraan begint, dan waag je je ook ergens aan. Ik ben er ook van uitgegaan dat een docent dit begeleidt.

Je kunt leuke dingen doen met allerlei experimenten en voorbeelden, maar je moet ook gewoon dingen uitleggen. Dat hoort er gewoon bij. Mijn veronderstelling is ook: dit zijn de vragen die er toe doen in het leven: ben je vrij of niet? Word je geleefd door je omgeving, door de natuurwetten? Zijn we een cluster willoze atomen, of niet? En waarom dan niet? Het antwoord op deze vragen levert een levenshouding op. Het zijn ook geen obligate vragen. Het kost iets om ze te beantwoorden.

Je mag ze eigenlijk niet links laten liggen?

Als je bewust in het leven wilt staan, vind ik van niet, inderdaad. Maar dat betekent ook dat goed onderwijs daar aandacht voor moet hebben. Voorbeeld: bij mij op mijn werk (provinciehuis) zijn vaak debatwedstrijden. Dan komen er allerlei kinderen in driedelig kostuum, de dames in gala. Vlak van tevoren krijgen ze een stelling die ze moeten verdedigen. Socrates zou zeggen: educatief volstrekt onverantwoord. Het gaat niet om de vaardigheid een stelling te verdedigen, maar om het goede te vinden.

Volgens mij heeft educatie ook altijd te maken met mensen ontvankelijk maken voor het goede – wat dat ook moge zijn. Socrates zei: leer mensen niet mooi praten. Sofisten (mooipraters, debaters, de Lagerhuis-kampioenen) moeten te vuur en te zwaard worden bestreden. Volgens mij is educatie niet waardevrij. Ieder moment van de dag ben je bezig met richting, met waarden die je bewust of onbewust overdraagt.

Ik heb hier aan de universiteit weleens les gegeven over Kant. Ik herinner mij een student die retorisch heel sterk was. Het klonk allemaal leuk en heel overtuigend, maar ik had het gevoel dat het hem in de weg zat. Zijn vaardigheid de meest baarlijke nonsens goed te kunnen vertellen zat hem in de weg. Als je alles goed kunt presenteren, ook al is het nog zo onzinnig, dan ga je dat ook doen, dat is een verleiding.

Tegenwoordig heeft het begrip vrijheid een sterk politiek geladen betekenis. Vrijheid is iets dat we moeten beschermen tegen mensen die de vrijheid willen inperken. Dat krijgt in je module weinig aandacht.

Klopt, het is wel belangrijk, maar dat horen de leerlingen al vaak. Het is ook wel een beetje verwarrend. Het gaat in de module over persoonlijke vrijheden, niet over politieke vrijheden (van godsdienst, onderwijs, vergadering, mening, et cetera). Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat vrijheid groter is dan die politieke dimensie. Het heeft ook een metafysische en religieuze dimensie. Ik zou het jammer vinden, als zij het woord verengen tot politiek.

Overigens is dat apart, want streven naar vrijheid werd vaak gekoppeld aan hedonisme: vrijheid, blijheid. Dat lijkt nu voorbij. Het is nu inderdaad meer gepolariseerd rondom politieke vraagstukken. Dat ik me focus op de persoonlijke aspecten van vrijheid heeft misschien ook een autobiografische achtergrond, daar ontkom je niet aan, zo vrij ben je nu ook weer niet.  

Een tegenstelling in je inleiding en in de rest van je boek is die tussen verbeelding en ratio. Wat is daarin precies de tegenstelling en waarom stel je deze centraal?

Filosofie wordt sterk met ratio verbonden. Maar hoe meer ik filosofie lees, hoe meer ik zie dat het steunt op metaforisch taalgebruik – op het scheppen van een inzichtelijke metafoor. Verbeelding en ratio zijn allebei instrumenten om tot de waarheid te komen. Die eerste wordt weleens ondergewaardeerd, maar soms heb je verbeelding echt nodig – meer dan om enkel iets aanschouwelijk te maken.

Het cogito-experiment bijvoorbeeld start met verbeelding. Je verbeeldt je dat er geen mensen om je heen lopen, maar demonen die je misleiden. Dat moet je je kunnen voorstellen, inbeelden. Vervolgens gebruikt Descartes de ratio om daar conclusies uit te trekken: onze zintuigen zijn niet te vertrouwen. Dat zie je dikwijls. Je begint met verbeelding, waar de ratio vervolgens duiding aan geeft.

Het rationalistische beeld is: je bent filosoof, denkt na, denkt na, en als je tot een conclusie komt, verzin je een mooi beeld om het aan het plebs te kunnen uitleggen. Ik denk dat beelden voorafgaan aan de ratio. Maar we hebben beide nodig. In de module heb ik dan ook geprobeerd beide recht te doen.

Je moet niet de illusie wekken dat je met de ratio alles kunt doen. Filosofie is ook creatief scheppend werk. Augustinus en Nietzsche waren creatief scheppende personen, niet enkel analyserend.

Ten slotte, zijn we nu werkelijk vrij? Mijn ervaring doet vermoeden van wel, maar de theorie – ook in jouw module – krijgt het begrip maar moeilijk rond. Wat heeft deze studie je persoonlijk opgeleverd?

Met Kant ben ik van mening dat je je vrijheid nooit rationeel kunt funderen, inderdaad. Dat klopt. Ik ben ook niet bevoegd om een moralistisch eindoordeel aan de module toe te voegen. Ik vind wel dat iemand zijn ervaring van vrijheid niet zou moeten laten bepalen door zoiets als: je moet het kunnen definiëren. Het is toch ruim voldoende dat je het ervaart? Mensen hebben eerst ervaring, daarna zoek je een theorie. Het enige wat je moet doen, is daar integer in zijn (niet objectief dus). Integer wil dan zeggen: dat je iedereen aan het woord laat en onwelgevallige theorieën niet bij voorbaat afserveert of ze een kwartiertje inleidt en dan afbrandt – dat is niet integer.

Filosofie moet zich niet toeleggen op juiste definities, maar toerusten om een eigen weg te vinden. Dat is het hogere doel van filosofie en onderwijs in het algemeen.

 

‘Bronnen van vrijheid’ is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie te Soest (ISBN 978-90-9025071-7) en is aldaar te verkrijgen.

 

Ludo Hekman is journalist en docent filosofie.

 
Sophie