Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
Emoties, wat zijn dat? Over voetbal, verkiezingen en veel meer PDF Print Email
Written by   

Het is 14 juni 2010. Vanmiddag speelt Nederland tegen Denemarken op het WK voetbal in Zuid-Afrika. Vanochtend surveilleerde ik op school bij de laatste toetsweek van dit schooljaar. Ik was een van de weinigen die niet iets met oranje aanhad. De meeste collega’s hadden een oranje T-shirt, een oranje broche of een ander oranje detail aan of op. Veel leerlingen hadden zich ook uitgedost in oranje. Buiten klonk het gezoem van de vuvuzela’s, de voetbaltoeters die dit jaar alomtegenwoordig zijn. De kinderen mochten in het oranje naar de crèche en een van de leidsters kwam met oranje berenlaarzen binnen. Op straat hangen vlaggetjes en veel huizen zijn versierd met ballonnen. En vanmiddag begint het pas.

We leven in een emotiecultuur. Zeggen ze. De voetbalgekte in Nederland is daar een mooi voorbeeld van. Maar de Tweede Kamerverkiezingen waren ook een mooi voorbeeld, daar kom ik later in dit artikel nog op terug. Wat zeg je als je zegt dat we in een emotiecultuur leven? Je kunt het opvatten als een beschrijving van een stand van zaken. Namelijk dat in onze cultuur emoties een belangrijke rol spelen. Je kunt het ook waarderend opvatten en zeggen dat bijvoorbeeld de emoties die door het WK voetbal opgeroepen worden verbindend werken. Mensen voelen zich betrokken bij het Nederlands elftal en daardoor bij Nederland. Of ze voelen zich betrokken bij elkaar, omdat door het dragen van oranje kleding mensen herkenbaar zijn als leden van een groep. Er zijn ook mensen die de uitspraak dat we in een emotiecultuur leven negatief opvatten. Zij zeggen bijvoorbeeld dat emoties oppervlakkig zijn en dat we in een oppervlakkige cultuur leven waarin alles door hypes bepaald wordt. Hypes zouden dan door emoties of emotioneel gedrag veroorzaakt worden.

Emotie: affect en evaluatie

Maar wat zijn emoties eigenlijk? Is een emotioneel persoon oppervlakkig, want niet rationeel? En werken emoties verbindend, zoals bij de voetbalgekte rondom het WK? Mariëtte Willemsen is universitair docent filosofie en heeft zich veel beziggehouden met emoties. In het eindexamencahier Denkbewegingen. Inleiding in de filosofie van emoties beschrijft zij de stand van de discussie op dit gebied.[i] Emoties zijn ook in de filosofie een belangrijk onderwerp geworden de laatste jaren. Daarom is het een mooi thema voor een eindexamenonderwerp. Het is een thema dat iedereen persoonlijk raakt en je kunt er grote vragen uit de geschiedenis van de filosofie en de actualiteit mee bespreken. Van Aristoteles tot Ajax, alles kan aan de orde komen bij het thema emoties.

De meeste mensen zullen op de vraag: ‘wat zijn emoties’ antwoorden met: ‘gevoelens’. Of ze geven voorbeelden als antwoord: jaloezie, woede, verliefdheid, angst. Daarmee zijn we er nog niet. Want wat zijn gevoelens dan? En wat is de overeenkomst tussen zulke verschillende gevoelens als angst en verliefdheid? Een belangrijke vraag is of emoties iets lichamelijks zijn. Zijn emoties ‘bewegingen van de ziel’, zoals Descartes zei, of zijn het fysiologische processen, zoals William James dacht?

Het woord ‘emotie’ zelf is relatief nieuw. Vroeger werd het woord ‘passie’ gebruikt voor wat wij nu emotie noemen. Descartes en na hem Hume waren de eersten die het gebruikten naast het woord ‘passie’. Vanaf de negentiende eeuw wordt bijna alleen nog het begrip emotie gebruikt. Een passie wordt sinds de negentiende eeuw eerder gezien als iets dat mensen ondergaan, terwijl een emotie ook een actief element bevat. Dat zit ook in de etymologie van het begrip emotie, dat terug te voeren is op het Latijnse werkwoord ‘movere’, dat ‘bewegen’ betekent. Een emotie is dus een gemoedsbeweging, als je alleen kijkt naar de betekenis van het woord. Toch bestaat er geen eensluidend antwoord op de vraag wat een emotie is, hoewel er sinds William James zijn artikel ‘Wat is een emotie’ schreef veel gediscussieerd is over de definitie van dat begrip (112-115). Er zijn grofweg twee mogelijke antwoorden. Aan de ene kant is er de stroming van degenen die in navolging van James de nadruk leggen op het gevoelsaspect van de emotie. Zij benadrukken het fysieke aspect. Het trillen van de handen bij het zien van een gevaarlijk blaffende hond, samen met het besef dat je staat te trillen is de emotie. Ik tril niet omdat ik bang ben, ik ben bang omdat ik tril, zegt James (112). William James benadrukte het lichamelijke aspect zo, dat andere elementen op de achtergrond raakten.

De andere stroming benadrukt juist het cognitieve aspect. De zogenoemde cognitivisten stellen dat een emotie over iets gaat en daar iets over zegt. Een emotie is intentioneel en omvat een oordeel, zeggen zij. Dat oordeel is de emotie. Als ik bijvoorbeeld een gevaarlijk blaffende hond voor me zie, is het een evaluatief oordeel van mij over die hond dat die gevaarlijk is. Als ik geloof dat deze hond gevaarlijk is, als ik dit oordeel geloof, dan is dat de emotie: ik ben bang. Zoals James het lichamelijke aspect benadrukt en geen oog meer heeft voor andere aspecten, zo hebben cognitivisten de neiging het cognitieve aspect van emoties zo te benadrukken dat het lichamelijke en het gevoelsaspect uit de emotie lijken te verdwijnen.

Volgens mij is het van belang beide aspecten te benadrukken. Een emotie heeft een affectief en een evaluatief element. Een emotie is dus niet alleen een gevoel, maar het is een gevoel met een evaluatie van dat gevoel.

Wat zegt dit nu over de voetbalgekte in Nederland? In elk geval kunnen we constateren dat die gekte ergens op gericht is, namelijk op het voetbal. Het bevat ook een overtuiging, een evaluatief oordeel, of die nu redelijk is of niet, namelijk dat Nederland het WK zou kunnen winnen. Is die voetbalgekte zelf een emotie of liggen er emoties onder? Als dat laatste het geval is, zou het bijvoorbeeld gaan om vreugde en verdriet. Of misschien opwinding. Dat is vermoedelijk de beste omschrijving. Dan zou de emotie ‘opwinding’ zijn, veroorzaakt door het voetballen van het Nederlands elftal. Die opwinding brengt fysieke verschijnselen met zich mee als trillen, onbeheerst schreeuwen, meebewegen met de spelers, vooral als ze op doel schieten. Voor Martha Nussbaum, een van de belangrijkste cognitivisten, is het ook nog van belang dat datgene waar de emotie op gericht is voor de persoon in kwestie waarde heeft (99-111). Het moet belangrijk zijn. Kennelijk is voetballen van het Nederlands elftal voor veel Nederlanders van zo groot belang dat ze in oranje kleding uitgedost naar hun werk gaan of zelfs vrij vragen. Een complicerende factor bij de voetbalgekte is dat dit een collectieve emotie lijkt te zijn, terwijl we als we aan emoties denken meestal denken aan individuele ervaringen. Dat hoeft dus niet altijd het geval te zijn.

Emoties en paradigmatische scenario’s

Het ligt voor de hand om te denken dat emoties iets individueels zijn. Het is iets dat ieder mens persoonlijk beleeft. Tegelijkertijd is aan het voetbalvoorbeeld al duidelijk geworden dat er ook een collectief aspect aan emoties zit. Mensen kunnen emoties beleven in een groep. Maar wat nog belangrijker is, is dat mensen in hun cultuur met emoties om hebben leren gaan. Van de groep waar we bij horen, leren we hoe we bepaalde gevoelens moeten noemen en hoe we daarmee om kunnen gaan. Volgens de analytisch filosoof Ronald de Sousa leren mensen emoties kennen door de associatie met paradigmatische scenario’s. Die scenario’s ontstaan in ons dagelijks leven als we kleine kinderen zijn. Later worden ze versterkt door de verhalen en sprookjes die we horen en nog later worden ze aangevuld en verfijnd door literatuur en kunst. Sprookjes zijn dus voorbeeldverhalen waardoor kinderen hun eigen gevoelens en emoties leren kennen en hanteren. Paradigmatische scenario’s hebben twee aspecten: de situatie die bepaalde karakteristieke elementen heeft en het ‘normale’ antwoord op die situatie.[ii] Een paradigmatisch scenario is dus een soort voorbeeldverhaal van een situatie waarin een emotie een rol speelt. Aan de hand van het verhaal van Sneeuwwitje en de boze stiefmoeder leren we bijvoorbeeld wat jaloezie is. Een vraag die hier opkomt, is of emoties aangeleerd of aangeboren zijn. Zowel De Sousa als Willemsen nemen in deze discussie een middenpositie in. Op basis van hedendaags hersenonderzoek concludeert Willemsen dat wat we vaak ‘natuur’ noemen niet vastligt, maar kneedbaar is. Als er al sprake is van een menselijke natuur, dan gaat het om een aanleg die telkens ontwikkeld moet worden, en niet om een vastliggende zijnswijze, aldus Willemsen (40).

Is geloof een emotie?

Een thema dat Willemsen niet bespreekt maar hier goed zou passen, is de verhouding religie en emotie. Is geloof een gevoel of een emotie? En wordt dat gevoel dan wellicht opgewekt door het vieren in de liturgie, door de groep dus? Het begrippenapparaat van de Finse filosoof en theoloog Petri Järveläinen leent zich goed voor de bespreking van dit soort vragen. Järveläinen onderscheidt drie dimensies in een religieuze emotie: de cognitieve dimensie, de dieptedimensie en de pragmatische dimensie.[iii] Dit betekent dat een religieuze emotie gericht is op een object, existentieel relevant is en verbonden is met een religieuze praktijk. De eerste dimensie is de cognitieve. Door Järveläinen de ‘cognitive object condition’ genoemd. Een essentieel element van een religieuze emotie is een gedachte omtrent het goddelijke. Een emotie kan niet religieus genoemd worden als ze niet op de een of andere manier verbonden is met wat gezien wordt als het hogere. Een religieuze emotie veronderstelt een traditie waarbinnen die emotie als religieus geïnterpreteerd kan worden en is gericht op wat gezien wordt als het goddelijke. Deze cognitieve dimensie van een religieuze emotie omvat de inhoudelijke kant van een religieuze traditie, dat wil zeggen de kant van de dogma’s en de leerstellingen.

De tweede dimensie is de dieptedimensie. Dit betekent dat de gedachte omtrent het goddelijke existentieel significant is voor het subject. Een religieuze emotie is voor wie het ervaart geen oppervlakkige emotie. De traditie waarin iemand leeft moet relevant zijn voor die persoon. Deze dimensie omvat de existentiële kant van religie, dat is het aspect van de persoonlijke beleving.

De derde, pragmatische, dimensie is de associatie van de gedachte omtrent het goddelijke met religieuze riten, zoals eredienst, gebed en meditatie. Zonder de praktische, materiële kant van de traditie kan er geen religie bestaan. En zonder verbinding met een religieuze traditie die voor deze persoon existentiële betekenis heeft, kan een emotie niet ervaren worden als een religieuze emotie. Deze dimensie omvat de materiële kant van een religieuze traditie, de kant van de handelingen: de rite.

Emoties in de retoriek van Geert Wilders

Het leuke aan het boek van Mariëtte Willemsen is dat ze niet alleen de verschillende posities in het emotiedebat beschrijft, maar dat ze in een hoofdstuk over retorica en een hoofdstuk over film ook laat zien hoe emoties werken. In één hoofdstuk laat ze aan de hand van beroemde toespraken en met behulp van de klassieke retorica zien hoe emoties in toespraken werken. Bij de retorica gaat het, net als bij voetbal, om groepen mensen die beïnvloed of overtuigd moeten worden. Een mooi actueel voorbeeld, dat nog niet in het boek van Willemsen opgenomen kon worden, is het taalgebruik van Geert Wilders. Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni jl. kwam er een boekje uit over het taalgebruik van PVV-voorman Wilders. Wilders slaagt er met zijn taalgebruik uit de jaren ’50 en zijn zelfbedachte woorden in om grote groepen mensen aan te spreken. Jan Kuitenbrouwer, zelf columnist, schreef: De woorden van Wilders en waarom ze werken.[iv] In feite is dit een retorische analyse van het taalgebruik van de PVV-leider. Aan het boek van Kuitenbrouwer over Wilders en zijn succes kunnen we zien dat de antieke retorica allerminst verouderd is. Willemsen laat zien dat de klassieke retorici al wisten hoe ze mensen met woorden konden bespelen. Emoties waren voor Aristoteles, Seneca en Quintilianus, net als voor Wilders nu, belangrijke middelen om toehoorders van toespraken voor zich te winnen. Sprekers moesten dus goed op de hoogte zijn van de leer van de welsprekendheid, waarin het ontroeren (movere) van de toehoorders een grote rol speelde. Wie lesgeeft ziet hier meteen tal van mogelijkheden voor zich. Het een wat passiever: analyse van beroemde toespraken, of actuele redes, het ander wat actiever: leerlingen zelf een overtuigende rede laten maken over een actueel onderwerp, gebruik makend van klassieke retorica.

Horrorparadox

Het andere hoofdstuk waarin Willemsen laat zien hoe emoties werken gaat over film. Ook dat hoofdstuk leent zich gemakkelijk voor lessituaties. Je hoeft geen hele horrorfilm in de klas te gaan bekijken om de horrorparadox duidelijk te maken. (Horrorparadox: a) horrorfilms zijn angstwekkend, b) we genieten van horrorfilms, c) we genieten niet van wat angstwekkend is.) Bij de bespreking van deze paradox komt het belang van de verbeelding aan de orde en wordt ook duidelijk hoe mensen met emoties om leren gaan. Filmmakers, en andere kunstenaars, laten ons, de kijkers, werelden zien die voorstelbaar zijn. Filmmakers en romanschrijvers maken gebruik van hun verbeelding bij het schrijven van een roman of het maken van een film, maar wij als lezers en kijkers zetten ook onze verbeelding aan het werk als we een boek lezen of een film kijken. Wij stellen ons dan een wereld voor en die voorstelling is een bron van emoties (76). Zo leren we, door ons verschillende mogelijke werelden voor te stellen, omgaan met verschillende emoties. De positie van Willemsen is iets minder technisch analytisch dan die van De Sousa, maar inhoudelijk staat haar idee over hoe mensen door middel van hun verbeelding leren omgaan met hun emoties niet ver af van De Sousa’s paradigmatische scenario’s.

Het laatste hoofdstuk voor de – goed gekozen – primaire teksten besteedt Willemsen aan de beschrijving en analyse van drie concrete emoties: medelijden, trots en woede. Het doel van dit hoofdstuk is de rijkdom van deze emoties te laten zien. Bij elk van deze emoties staat een denker centraal die zich met de betreffende emotie beziggehouden heeft. Dat zijn Friedrich Nietzsche bij medelijden, David Hume bij trots en de stoïcijn Seneca bij woede. Van elk van deze drie denkers is ook een fragment bij de primaire teksten opgenomen. De opvattingen van Aristoteles worden steeds als contrast gebruikt.

Is iemand die geen emoties toont geen volwaardig mens?

In het eerste hoofdstuk had Willemsen een voorlopige omschrijving van het begrip emotie gegeven: “Een emotie is een reactie of een respons van een levend wezen op een gebeurtenis of situatie die door dat wezen als belangrijk wordt ervaren” (11). In haar concluderende opmerkingen zegt ze nog een paar dingen bij deze omschrijving. De belangrijkste daarvan is dat ze nog eens benadrukt dat emoties ons laten zien wat we belangrijk vinden. Niet alleen emoties doen dat, maar voor emoties is dit aspect wezenlijk. “Wat ons aan het hart gaat, laten we zien door onze emoties te tonen.” En zij voegt daaraan toe: “Het hoort bij een volwaardig menselijk leven dat we dat doen” (95-96). Ik kan alleen maar instemmen met deze stelling. Tegelijkertijd is het ook een mooi beginstatement voor een lessenserie: iemand die geen emoties toont of kan tonen is geen volwaardig mens.

 

Dr. Desiree Berendsen is godsdienstfilosoof en docent filosofie op het Corderiuscollege in Amersfoort.

Voor wie meer wil lezen:

  • Het basisartikel van William James over emoties is: W. James, ‘What is an Emotion?’ in: Collected Essays and Reviews, New York 1969 [1884], 244-275, vertaald fragment in Denkbewegingen, p. 112-115.
  • Een zeer gematigde navolger van James is Peter Goldie. Hij probeert het gevoelsaspect weer terug te krijgen in het door cognitivisme gedomineerde emotiedebat. P. Goldie, The Emotions: A Philosophical Exploration, Oxford 2000.
  • In zekere zin is ook al het neurofysiologische en neuropsychologische onderzoek naar emoties gebaseerd op James’ pionierswerk. Een van de belangrijkste neurowetenschappers in het emotiedebat is Antonio Damasio, bv. Descartes’ error: Emotion, Reason, and the Human Brain, New York 1994, en The Feeling of What Happens: Body, Emotion and the Making of Consciousness,Londen 2000.
  • Cognitivisten zijn bijvoorbeeld Robert C. Solomon, o.a. The Passions: Emotions and the Meaning of Life, Indianapolis, IN, 1993, en Martha C. Nussbaum, o.a. Upheavals of Thought: The Intelligence of Emotions, Cambridge 2001 (vertaald door Patty Adelaar als: Oplevingen van het denken. Over de menselijke emotie, Amsterdam, Ambo 2004. Fragment in Denkbewegingen, p. 99-111). Ronald de Sousa is een gematigd cognitivist.
  • Voor een heldere begripsgeschiedenis zie Th. Dixon, From Passions to Emotions: The Creation of a Secular Psychological Category, Cambridge 2003.
  • Zie ook A. Lascaris, ‘Levensvervulling in een emotiecultuur. Onderweg naar een nieuwe betrokkenheid op elkaar’ in: Manuela Kalsky, Barbara Leijnse, Leo Oosterveen (red.), Het heil op de hielen. Over de belofte van het vervulde leven (DSTS cahier 11), Nijmegen/Zoetermeer 2003, 29-45.
  • Over religieuze emoties en Petri Järveläinen zie verder in: Desiree Berendsen: ‘Wat is een religieuze emotie?’, in: Wijsgerig perspectief, jaargang 43, 2003, nummer 2, Boom Amsterdam, pp. 17-29. Dit hele nummer van Wijsgerig Perspectief over emoties is geredigeerd door Mariëtte Willemsen en is zeer lezenswaardig.

[i] Mariëtte Willemsen, Denkbewegingen. Inleiding in de filosofie van emoties, Ambo Amsterdam 2010. Verwijzingen naar dit boek vindt u tussen haakjes in de tekst.
[ii] “We are made familiar with the vocabulary of emotion by association with paradigm scenarios, drawn first from our daily life as small children, later reinforced by the stories and fairy tales to which we are exposed, and later still, supplemented and refined by literature and art. Paradigm scenarios involve two aspects: first a paradigm situation providing the characteristic objects of the emotion (…), and second, a set of characteristic or ‘normal’ responses to the situation.” R. de Sousa, ‘The Rationality of Emotions’, in: A.O. Rorty, Explaining Emotions, Berkeley, Los Angeles, Londen 1980, 142/3, oorspronkelijk verschenen in: Dialogue, 18 (1979).
[iii] Petri Järveläinen, A Study on Religious Emotions, Luther-Agricola-Society Helsinki 2000.
[iv] J. Kuitenbrouwer, De woorden van Wilders en waarom ze werken, Amsterdam, De Bezige Bij 2010.
 
Sophie