Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
Slagen met filosofie PDF Print Email
Written by   

Twee oud-leerlingen over de waarde van het vak filosofie

Sinds een aantal jaren kunnen leerlingen in het voortgezet onderwijs kiezen voor het vak filosofie. Hoe kijken oud-leerlingen terug op het vak? Hoe zijn ze erdoor gevormd? Welke rol speelt filosofie nu nog in hun leven? Twee oud-leerlingen geven antwoord op deze vragen. Rik Peels vertelt hoe de eerste les filosofie hem tot verwondering bracht en hoe hij als filosoof verwonderd is gebleven. Caroline Grasmeijer vertelt hoe filosofie haar helpt in haar werk als muziekdocent.

Het begon met verwondering
Geschreven door Rik Peels

Zonder overdrijven kan ik zeggen dat van alle vakken die ik op de middelbare school gekregen heb, filosofie de grootste invloed in mijn leven heeft gehad. Toen ik in 2001 eindexamen had gedaan, ben ik theologie gaan studeren aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn. Ik genoot ontzettend van de studie, maar miste iets wat ik moeilijk onder woorden kon brengen. In mijn tweede studiejaar besloot ik ook een studie filosofie te beginnen, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de combinatie van filosofie en theologie en niet in één van beide vond ik (althans deels) wat ik op dat moment zocht: een houding en een instrumentarium om dieper in de werkelijkheid door te dringen en de dingen te leren kennen zoals ze zijn. Mijn vierde studiejaar heb ik aan de Universiteit van Notre Dame (Indiana, vs) doorgebracht, waar ik veel aan godsdienstfilosofie gedaan heb. Toen ik mijn studie filosofie en theologie afgerond had, werd ik aio wijsbegeerte aan de Universiteit van Utrecht. Onder begeleiding van Herman Philipse en René van Woudenberg schrijf ik op dit moment een dissertatie over The Ethics of Belief, dat wil zeggen de verantwoordelijkheid die we dragen voor de overtuigingen die we eropna houden. In mijn werk, maar eigenlijk ook in wie ik geworden ben, heeft de filosofie diepe sporen getrokken, een proces dat zo’n tien jaar geleden begon, toen ik op school voor het vak filosofie koos.

Mijn eerste kennismaking met de filosofie was een nachtelijk avontuur. Toen ik in vwo-4 voor een of ander goed doel meedeed aan een vierentwintiguurs lesmarathon, kregen we om 5.00 uur ’s morgens van Ieke Haarsma een uur lang les over de vraag: Kunnen planten slapen? Er zijn wellicht existentiëlere vragen in de filosofie, maar toch werd ik geraakt door de vraag. Planten zien we overal om ons heen en slapen doen we (bijna) elke dag. Deze dingen zijn zelfs zo vanzelfsprekend dat ze gewoonlijk aan ons voorbijgaan, dat we ons even wezenloos tot deze dingen verhouden als ze zich tot ons verhouden. De filosofische vraag op die vroege morgen doorbrak naar mijn idee de vanzelfsprekendheid en dwong me met andere ogen te kijken naar dezelfde werkelijkheid. Ik werd gefascineerd door de gedachte dat je meer over de werkelijkheid te weten zou kunnen komen, dat je de dingen beter zou kunnen begrijpen, dat je iets nog meer zou kunnen vatten, simpelweg door er langer en dieper over na te denken. Nu kende ik iets soortgelijks al, bijvoorbeeld uit de wiskunde, maar in de filosofie was het anders: daar werd alles, maar dan ook echt alles, object van het denken, zelfs het denken zelf. De grootsheid en pretentie (vanwege de zojuist beschreven universaliteit) enerzijds en de alledaagsheid en gewoonheid (het denken over het vetplantje op mijn bureau) anderzijds was voor mij iets revolutionairs. Ik besefte toen, denk ik, niet wat er gebeurde, maar terugkijkend kan ik zeggen dat ik verrast werd, niet doordat ik iets nieuws te weten kwam (zoals bij Frans of geschiedenis) of doordat ik een nieuwe methode leerde (zoals bij wiskunde of natuurkunde), maar doordat ik geconfronteerd werd met een andere levenshouding, een andere manier van in de wereld zijn.

In vwo-5 en vwo-6 volgde ik filosofie. Wat me vanaf het begin raakte, was de manier waarop onze docent, meneer Haarsma, met ons omging: hij sprak ons aan, niet in de eerste plaats als leerlingen, maar als mensen, als individuen, met meningen en ervaringen, als gesprekspartners in een gezamenlijke zoektocht naar waarheid. Niet dat hij niet bij tijd en wijle als de docent optrad: in de filosofie gaat het ook gewoon om feiten, zoals het onderscheid tussen het noemen en het gebruiken van een term, het onderscheid tussen waarheid en geldigheid, enzovoort. Iedereen mag meedenken, maar wel geïnformeerd door wat er al gedacht en bereikt is. Tegelijkertijd echter legde hij een zekere verantwoordelijkheid bij ons neer, niet (alleen) de verantwoordelijkheid om onze opdrachten te maken of ons eindexamen te halen, maar de verantwoordelijkheid om als denkend mens in dit leven te staan, de verantwoordelijkheid om iets te doen met de ervaringen die we opdeden en de kennis die we verwierven. Tijdens de lessen filosofie werd ik me ervan bewust hoe wij als mensen in de werkelijkheid staan, als wezens die kunnen antwoorden op wat we waarnemen, als vrije geesten die alles mogen onderzoeken. Tegelijkertijd drong zich steeds meer het besef aan me op dat de alledaagse dingen en ook de minder alledaagse dingen op een diepe manier mysterieus en soms zelfs volstrekt absurd zijn, dat het wezen van de dingen ons vaak ontglipt, en dat wat je overhoudt en waar je ook telkens als filosoof weer mee mag beginnen, een diepe verwondering is.

Ik heb veel gehad aan die twee jaar filosofie op het Greijdanus College. Ik kreeg een globaal overzicht van de ontwikkeling van het denken door de eeuwen heen en hoe dit denken beïnvloed werd door allerlei culturele en historische factoren en andersom. Ik maakte kennis met de grote denkers, met Plato, Thomas van Aquino, Descartes, Kant en vele anderen. Ik leerde handige onderscheidingen gebruiken, zoals tussen deontologische, utilitaristische en deugdtheoretische benaderingen in de ethiek. En methodisch leerde ik bij elke stelling of bewering te vragen: (1) Wat? Wat wordt er eigenlijk precies gezegd, wat is de betekenis van de woorden en de zin als geheel?, en (2) Waarom? Waarom zouden we eigenlijk denken dat dat zo is, wat voor redenen hebben we om dit te geloven? Dit zijn allemaal dingen die filosofieonderwijs op de middelbare school mijns inziens dient te omvatten. Er wordt al vele eeuwen nagedacht en de waarde daarvan is enorm. Het zou ontzettend jammer zijn als lessen filosofie ingevuld worden met vaag geklets, met gespeculeer over van alles en nog wat, zonder dat de leerling onderlegd is in de geschiedenis van de filosofie, in de ethiek, in de kennisleer, in de wetenschapsfilosofie, enzovoort. Maar ik ben van mening dat het filosofieonderwijs op de middelbare school pas echt slaagt als het niet alleen de kennis van de leerling verandert, maar ook de leerling zelf, de persoon en de identiteit van de leerling, doordat het de leerling leert om anders naar de werkelijkheid te kijken, doordat het de leerling laat ontdekken hoe intrigerend en verbijsterend de werkelijkheid is en dat de wereld openligt om door ons ontdekt te worden. Dit klinkt misschien wat opgeklopt en wellicht zelfs arrogant uit de mond van een filosoof, maar ik denk echt dat de filosofie dit als geen ander vak de leerling bij kan brengen en deze mogelijkheid brengt ook de verantwoordelijkheid met zich mee om hier wat mee te doen.

Een manier om antwoorden te vinden

Ik wil hieraan toevoegen dat ik, nu ik iets langer (hoewel nog maar een paar jaar!) met filosofie bezig ben, steeds meer ga inzien dat de filosofie haar grenzen kent. De wijsbegeerte is immers een rationele bezigheid; met het verstand probeert ze de werkelijkheid te doorgronden. Maar er is geen enkele reden om te denken dat de rede het enige middel is om je dingen eigen te maken, om de werkelijkheid te zien zoals zij is. Je kunt lang nadenken over gevoelens als liefde of schuld en je kunt er op basis van goed nadenken zinnige dingen over zeggen, maar van iemand houden en berouw hebben zijn dingen die ten diepste pas gevat worden in de ervaring zelf. In de filosofie werken we met primitieven, bijvoorbeeld wat het is voor iets om te bestaan, om eenvoudigweg te zijn,is iets dat me ten diepste ontglipt: ik weet uit de ervaring wat het is, maar woorden schieten tekort als ik het moet uitleggen. Sommige mensen denken dat dit het is en dat er verder niets meer over te zeggen valt, anderen denken dat dit komt doordat ons verstand verduisterd is door zonde of kwaad. Zelf zoek ik het antwoord in een andere richting: ik denk dat ons intellect niet past bij sommige vragen of fenomenen, op dezelfde manier als je met een moersleutel geen wachtwoord kunt kraken. Dat brengt me bij het laatste dat ik wil zeggen.

Een van de dingen die me nog goed bijstaat uit de lessen filosofie zijn de Bijbelstudies die meneer Haarsma voor de pauze deed, als ik me niet vergis bij voorkeur uit Bijbelgedeelten die iets met de natuur te maken hadden, zoals Psalm 104. In de manier waarop hij deze stukken las en er vervolgens vragend over sprak, klonk iets door van de houding van Prediker: verwondering, ontzag, verbazing, verbijstering soms, een zoeken om te kennen, in vertrouwen op de goedheid van God. Er stond iemand voor de klas die zich tegelijkertijd opstelde als leerling van God, als luisterend naar wat Hij te zeggen had, en als gesprekspartner, als iemand die wil en mag vragen: hoe dan?, en: waarom? Als God echt bestaat en als het universum het bouwwerk van zijn handen is, dan moet dat implicaties hebben voor de aard en de zin van de werkelijkheid om ons heen, en ook voor onze plaats en betekenis in dat geheel. Op veel plekken – in de kerk, op school – werden mij antwoorden geboden op deze grote vraagstukken (waar ik overigens nog steeds blij mee ben), maar hier hoorde ik geen antwoorden, maar een manier om antwoorden te vinden. Ik weet niet waarom ik later voor theologie en filosofie zou kiezen, maar deze lessen hebben er zeker een belangrijke rol in gespeeld. Voor sommige leerlingen zal het misschien anders geweest zijn, maar uit mijn eigen leven weet ik dat we de kracht van filosofie en zeker van christelijke filosofie niet moeten onderschatten: het kan je leven voorgoed veranderen.

 

Ze ging verder met muziek
Geschreven door Caroline Grasmeijer

Op het Greijdanus College in Zwolle heb ik van 2001 tot 2003 het vak filosofie gevolgd bij de heren Haarsma en Ter Veen. Inmiddels ben ik aan het Utrechts Conservatorium afgestudeerd als docent muziek. Al een aantal jaren werk ik als docent muziek en ckv aan de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, een middelbare school in Rotterdam. Hier geef ik les aan leerlingen van alle niveaus. Ook ben ik als docent muziek verbonden aan de opleiding Social Work van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle. Filosofie was een vak dat ik verwelkomde toen ik in vwo-4 zat. Dit moest een vak zijn dat op een ander niveau de wereld zou presenteren. Een vak waarin eigen redeneringen van waarde zouden zijn en waar je urenlang mocht wegdromen en nadenken over ongetwijfeld interessante kwesties.

Ik kan mij nog goed herinneren dat de heer Haarsma tijdens een les eens vertelde wat hem zojuist in de pauze was overkomen. Hij was namelijk al wandelend in de gang iemand tegengekomen en had vriendelijk gegroet. Zo op het eerste gezicht niets bijzonders, zou u denken. Een andere collega had hem er daarna op gewezen dat hij zojuist zijn vrouw had begroet! Zo ontdekte ik dat filosofie een alomvattend, geestverruimend vak is. Je moet wel in een ultieme staat van hogere wijsheid verkeren wanneer je zoiets kan overkomen.

Het examencahier over wetenschapsfilosofie heb ik verslonden; dit cahier ligt nog voor het grijpen in mijn boekenkast. Wittgenstein en kunst, wat hield ik daarvan! Ook het existentialisme vond ik mateloos interessant. En ik ging voor de opvatting dat kunst het hoogste zou zijn in alle rangordes. Dat kunst alles oversteeg. ‘Muziek is een hogere openbaring dan alle wijsheid en filosofie’, beaamde ik met Beethoven. Kunst was voor mij ook lange tijd onbevraagbaar, wat overigens soms ook wel een buitengewoon ontspannende gedachte was. Laat de kunst maar zien en horen in plaats van erover te praten.

Filosofie op het vwo betekende ook hard werken. Dat deed ik graag, al pijnigde ik mijn hersens wanneer ik ’s nachts over de grot van Plato doordacht. Het examencahier was ook een taaltechnische worsteling en ik ergerde me aan de altijd terugkerende natuurwetenschappen.

Een zoete gedachte is dat ik met een negen voor mijn centraal examen filosofie mag concluderen dat mijn harde werken niet voor niets is geweest.

Muziek en emotie

De fascinatie voor kunst en filosofie heeft mij nooit losgelaten. Ik ben in het bijzonder geïnteresseerd in de muziekfilosofie. In mijn scriptie voor de opleiding docent muziek heb ik aan de hand van zes werkvormen geprobeerd meer zicht te krijgen op de relatie tussen muziek en emoties bij leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Dit heb ik gedaan onder begeleiding van een filosoof, de heer E. Heijerman. In de praktijk zal iedere muziekdocent beamen dat musiceren ‘iets doet’ met leerlingen. Het luisteren naar muziek, erover praten of zelf musiceren raakt de emoties van leerlingen. Wanneer de relatie tussen muziek en emotie duidelijk wordt gemaakt, kan dit toegepast worden in de muzikale lespraktijk. Om hier meer zicht op te krijgen heb ik mij aangesloten bij de emotietheorie van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum in haar boek Oplevingen van het denken. Zij heeft geprobeerd emoties te analyseren, wat resulteerde in een bepaald model. Dat model heb ik gebruikt om de muzikale emotie nader te begrijpen en uiteen te leggen in karakteristieke elementen. Dit model kan in combinatie met passende werkvormen een handreiking zijn voor muziekdocenten om bewust om te gaan met muziek en emotie in het onderwijs.

Wanneer de muziekdocent zich bewust is van de muzikale middelen die hij of zij kan gebruiken, zal dit in het voordeel werken van de ontwikkeling van de leerling. De docent kan de emotie dan meer sturen en begeleiden.

Muziekfilosofie

Want wat doet de muziekdocent met het gegeven dat muziek en emotie zo verweven zijn? Bij treurig vioolspel of een droevig liefdesliedje is het bekend dat de kans bestaat dat je een huilende leerling in de klas ontdekt. Muziek zet veel in beweging. In andere contexten is die beweging ook doelbewust therapeutisch in te zetten.

In de muziekfilosofie is geschreven over de emotionele werking van muziek, en over de vraag hoe je moet denken over de relatie tussen muziek en emoties. Plato schreef al over de diepe invloed die muziek als aparte kunst op mensen kan hebben. ‘Muziek en emotie’ is een interessant onderwerp. Er doemen allerlei fundamentele, filosofische vragen op. Bijvoorbeeld:

Wat ervaren leerlingen wanneer ze luisteren naar klassieke muziek? Is muziek emotie of amusement? Hoe kan het dat muziek ‘wat met je doet’? Zit er emotie in de muziek zelf of in de luisteraar? Hoor je de emoties van de componist als je naar muziek luistert? Welke emoties kunnen door muziek worden uitgedrukt? Hoe kun je emoties in muziek laten zien en horen?

Opvoeden

Het vak filosofie is een vak dat vragen durft te stellen. Opvoeden, en daarmee onderwijzen, heeft alles te maken met het stellen van vragen. En leerlingen zijn blij wanneer ze horen dat er geen goed of fout antwoord is. Dat hun argumentatie, gedachtegang an sich boeit en dat er niet altijd een sluitende conclusie is.

Met vmbo-1 heb ik bij het vak drama redevoeringen behandeld. Het gaat dan om de kunst van het spreken. De leerlingen gingen nadenken over filosofische vragen en maakten daar een dialoog bij die ze voor de klas presenteerden. ‘Wanneer is kunst kunst?’ Het duo dat zich deze vraag stelde, was in de huid van een schilder en een kunstcriticus gekropen. Het schilderij was steeds niet goed. Na drie keer was het kunst. ‘Kunst is passie, klodders, lijnen’, volgens de jonge criticus. ‘Kunnen koeien denken?’, waarbij de conclusie was dat ze toch steeds voor gras kozen en niet voor iets anders. Daar zullen ze dan wellicht toch over nadenken.

In een ckv-module ‘mooie melodieën’ voor vwo-5 heb ik met de leerlingen onder andere doorgepraat over de vraag wanneer iets mooi is. De leerlingen gaven presentaties aan de hand van een zelfverzonnen muziekfilosofische vraag. ‘Wat is schoonheid in muziek?’ ‘Bestaat er muziek die iedereen mooi vindt?’ ‘Moet muziek mooi zijn?’ ‘Wanneer is muziek muziek?’ Na hun presentaties lieten ze muziek horen die volgens hen mooi was. Hierop volgden interessante gesprekken en discussies. Herinneringen maken muziek betekenisvol, werd er gezegd. Je moet je kunnen inbeelden in gevoelens van anderen. Klassieke muziek is uit vroegere tijden maar toch niet verouderd. Naar muziek van andere culturen moet je vaker luisteren om deze mooi te vinden. Iedereen is uniek, dus iedereen heeft ook zijn of haar eigen muzieksmaak.

Leerlingen vinden het interessant om andere ideeën te horen en proberen uit zichzelf met elkaar tot conclusies te komen. Muziek spreekt jongeren aan. Muziek staat dicht bij hun belevingswereld en helpt in het vormen van een eigen identiteit. Met elkaar discussiëren en tolerant zijn, zijn over het algemeen spontane gevolgen van filosoferen met jongeren. Wanneer klasgenoten met doordachte argumentaties komen en daar muziek aan toevoegen die voor die persoon waarde heeft, wordt dit meer dan gerespecteerd.

Lef

Filosoferen met leerlingen en studenten vraagt lef. Waarheden kunnen onzekerheden worden en een eigen identiteit wordt gevormd. Maar om echt tot de kern van een vak te komen, is filosofie onmisbaar. Het bevragen van aloude waarheden en logisch redeneren is iets dat ook in het christen-zijn waardevol is. Het zoeken naar waarheid en niet iets klakkeloos aannemen is belangrijk om te leren. Filosofie stelt vragen bij je eigen persoon en laat je zo op een heel ander niveau denken. Er wordt een deur geopend waar je een trap ziet en wanneer je die op loopt, en regelmatig naar beneden kijkt, zie je de wereld steeds helderder. Helderder in haar ongrijpbaarheid.

 
Sophie