Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
'De grandeur van de rede' - Paus Benedictus XVI over nieuwe verbindingen van rede en geloof PDF Print Email
Written by   

Hoe verhouden religie en rede zich tot elkaar? Tot en met 2011 houden jaarlijks honderden scholieren zich voor hun vwo-eindexamen Filosofie bezig met deze vraag. Aan de hand van het boek Rede en religie van Michiel Leezenberg worden zij ingewijd in de eeuwenoude vragen rond dit thema. Leezenberg benadert rede en religie als twee tegengestelde zaken. Zo zegt hij dat de rede op een bepaald punt ten opzichte van de religie als winnaar uit de bus lijkt te komen (p. 125). Echter, is deze tegenstelling tussen rede en religie wel terecht?

Op 12 september 2006 hield paus Benedictus xvi zijn Regensburger rede. Deze rede kwam volop in het nieuws vanwege vermeende beledigingen die de paus richting de islam zou hebben uitgesproken. Moslims over de hele wereld verzamelden zich op straat en eisten excuses van de paus. Uiteindelijk liepen de rellen met een sisser af toen Benedictus xvi in Turkije een moskee bezocht. Hij bad daar in islamitische gebedshouding richting Mekka.

Een van de nadelige gevolgen van deze rellen was dat de eigenlijke boodschap uit de Regensburger rede ondergesneeuwd raakte: Reason and faith must come together in a new way; een oproep die direct te maken heeft met het thema van het vwo-eindexamen.

Om aan de oproep van de paus gehoor te geven, werd er in september 2008 een congres georganiseerd in Rome – waar anders? – onder de titel The Grandeur of Reason. Honderden theologen en filosofen verzamelden zich in de schaduw van het Vaticaan om na te denken over de verhouding tussen rede en geloof. Wij waren er ook en proberen in dit artikel het congres vruchtbaar te maken voor iedereen die zich bezighoudt met het eindexamenthema. Samengevat willen we de strekking van dit congres vertalen naar de volgende stelling: de uitwerking van het eindexamenonderwerp ‘Rede en religie’ door Leezenberg doet denken aan een categoriefout. Om deze conclusie te onderbouwen, beschrijven we eerst wat onder een categoriefout verstaan wordt. Vervolgens luisteren we naar de analyse van de paus over het ontstaan van de kloof tussen rede en religie. Daarna maken we aannemelijk waarom rede en religie volgens de sprekers op het congres niet als twee zelfstandige grootheden naast elkaar geplaatst kunnen worden. We eindigen met een voorstel om de titel van het eindexamen te veranderen.

Rede en religie een categoriefout

Een categoriefout is een denkfout waarbij iets op een verkeerde manier gecategoriseerd wordt. Een bekend voorbeeld van een categoriefout in de filosofiegeschiedenis komt van Gilbert Ryle (1900-1976). Stel je voor, je studeert in Oxford filosofie en er komt een vriend van je langs. Hij wil graag de universiteit bekijken en je geeft hem een rondleiding langs alle belangrijke gebouwen van de universiteit. Je laat hem de bibliotheek zien, de collegezalen, alle verschillende faculteiten, enzovoorts. Aan het eind van de rondleiding stelt je vriend jou de vraag: “En wanneer laat je me de universiteit zien?” Dat is nu een categoriefout. Je vriend denkt dat de collegezalen, de bibliotheek en de universiteit van dezelfde orde zijn. Wat hij nog niet begrijpt, is dat de collegezalen en de bibliotheek samen de universiteit vormen.

Wanneer we zeggen dat ‘Rede en religie’ een categoriefout is, bedoelen we dat je deze twee zaken niet op hetzelfde niveau kunt plaatsen. Het is niet zo dat er enerzijds mensen zijn die volgens de rede leven en anderzijds mensen die volgens de religie leven. In het boek van Leezenberg worden rede en religie wel als twee zelfstandige, onafhankelijke grootheden naast elkaar geplaatst. Deze visie wordt breder gedragen in onze cultuur, maar heeft ook altijd onder vuur gelegen. De huidige paus kreeg in 2006 het verzoek om op de Universiteit van Regensburg, waaraan hij voordien als hoogleraar verbonden was, een lezing te houden. Hij achtte dit onderwerp zo van belang dat hij zijn voordracht eraan wijdde.

Een kloof tussen rede en religie

Paus Benedictus xvi onderzoekt in zijn Regensburger rede hoe in de westerse geschiedenis de verhouding tussen rede en religie meer en meer een ‘langeafstandsrelatie’ werd. Hij beschrijft hierin hoe tot het eind van de middeleeuwen de menselijke rede, met haar opvattingen over de waarheid en het goede, een authentieke spiegel van God was. De rede stond niet tegenover de religie, maar bracht ons juist tot kennis over God. Om concreet te maken wat de gevolgen zijn van deze opvatting, haalt de paus een dialoog aan tussen de christelijke keizer Manuel II Paleologus (1349-1425) en een geleerde moslim uit Perzië. De keizer bevraagt de moslim op de redelijkheid van zijn geloof en dan volgt het gewraakte citaat waardoor zo veel moslims zich beledigd voelden door de paus: “Laat mij zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht en je zult er slechts slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals zijn gebod om het geloof dat hij predikte te verspreiden met het zwaard.” Hierna legt de keizer uitgebreid uit waarom geweld onverenigbaar is met het geloof in God. Geweld is namelijk onredelijk en onredelijk handelen is altijd in tegenspraak met het wezen van God. Voor de keizer is de rede namelijk een authentieke spiegel van God. De geleerde moslim brengt hier echter tegen in dat God zo ver boven ons uitstijgt, dat Hij niet gebonden is aan de waarheid van onze rede. Wij kunnen wel menen dat geweld onredelijk is en daarom niet verenigbaar is met ons geloof in God, maar onze waarheden zijn Gods waarheden niet.

Het frappante is dat de opvatting van deze moslim in de eeuwen na deze dialoog ook doorgedrongen is in het christelijke denken. Veel van de sprekers op het congres The Grandeur of Reason verwijten Johannes Duns Scotus (1266-1308) dat hij deze beweging in gang heeft gezet. Doordat Scotus Gods vrijheid wilde verdedigen, benadrukte hij Gods transcendentie ten opzichte van onze redelijkheid. Hij stelde dat het enige wat wij van God kunnen kennen zijn wil is. Maar dat wil niet zeggen dat we daarmee ook zijn wezen leren kennen, want God is volkomen vrij om te doen wat Hij zelf wil. Gods wil is namelijk niet gebonden door de redelijkheid, volgens Scotus. Hierdoor ontstaat het begin van een kloof tussen onze rede en God. Wat wij met onze rede over de waarheid en het goede kunnen zeggen, hoeft niet per se in overeenstemming te zijn met het wezen van God, want God is vrij om ons een rede te geven die tot onjuiste kennis over Hem komt.

Tijdens het congres was er grote overeenstemming over het feit dat deze ontwikkeling tot een climax gekomen is in het denken van Immanuel Kant (1724-1804). Kant meent dat we met onze rede op geen enkele manier tot kennis over het goddelijke kunnen komen. Om ruimte te maken voor het geloof, plaatst hij alle metafysische kennis buiten de rede. Zo probeert hij de zuivere, neutrale rede te creëren, die niet bekneld wordt door tradities, geloof en overlevering. Vanaf dit moment zijn rede en religie in het Westen volledig los komen te staan van elkaar. De opvatting dat de rede enkel met verifieerbare empirie en logica te maken heeft, won snel terrein, ook binnen de theologie en christelijke filosofie.

Er bestaat geen religieloze rede

Door sprekers op het congres werd het gedachtegoed van Johann Georg Hamann (1730-1788) gebruikt om duidelijk te maken dat de rede minder autonoom is dan Kant deed voorstellen. Hamann kwam als plaats- en tijdgenoot meteen al met kritiek op Kants filosofie, maar wordt – in tegenstelling tot Kant – pas sinds kort serieus genomen. Hij kwam tot de overtuiging dat de rede beïnvloed wordt door metafysica, traditie en het vermogen om de ervaren werkelijkheid onder woorden te brengen. Deze taligheid van ons bestaan is volgens Hamann met de schepping gegeven, omdat God de wereld door zijn Woord (logos) geschapen heeft. Als onderdeel van ons mens-zijn staat de rede daarom niet los van God, maar is zij van Hem afhankelijk en volop op Hem betrokken. Er bestaat zogezegd geen seculiere, ‘religieloze’ rede.

Meer recent is deze stelling ook verdedigd door Michael Polanyi (1891-1976), die onderwerp was van een discussie in Rome. Deze econoom, scheikundige en wetenschapsfilosoof van Hongaars-Britse afkomst heeft nagedacht over de relatie tussen rede en religie. Hij is met een eigen oplossing gekomen, waarmee hij Thomas Kuhn en Paul Feyerabend inspireerde. Zijn standpunt werd in Rome als volgt samengevat: Faith is fundamental to all scientific knowledge. Volgens Polanyi bestaat er namelijk een fundamentele relatie tussen rede en geloof, waarbij geloof de boventoon moet voeren. Wetenschappelijk denken los van geloof vervalt in traditionalisme, omdat het zich niet openstelt voor het leren kennen van het onbekende. Dit gebeurt wanneer wetenschappers de waarheid willen achterhalen door zich te beroepen op een zuiver redelijke methode. Polanyi stelt daartegenover dat elk rationeel onderzoek begint met het geloof dat het onbekende ontdekt kan worden. En de wetenschapper moet geloven in zijn werk: er is persoonlijke motivatie en wilskracht voor nodig om tot een ontdekking te komen. Ook moet geloof gehecht worden aan eventuele deelresultaten, om het onderzoek als geheel op waarde te kunnen schatten. In alle gevallen zijn de persoonlijke overtuigingen en vooronderstellingen medebepalend voor de waarheid die gevonden wordt. Maar Polanyi gaat verder: puur door middel van redeneren kan het onbekende helemaal niet ontdekt worden. Immers, wanneer we het al kennen, is er geen reden om ernaar te zoeken. En andersom kunnen we niet naar het onbekende zoeken, als we niet weten waarnaar we op zoek zijn. Mensen bezitten als het ware persoonlijke geloofsvoorstellingen van dat wat ze niet kennen, die ze moeten gebruiken om het onbekende te ontdekken. Ook op deze manier is wetenschappelijke kennis volgens Polanyi afhankelijk van geloofskennis: er bestaat geen zuivere rede.

Er bestaat geen onredelijke religie

De hoofdspreker op het congres was John Milbank (geb. 1952). Hij maakte duidelijk dat de opvatting dat de rede los van de religie is komen te staan, een onchristelijke gedachte is. Milbank en de paus denken op dit punt in dezelfde richting. Milbank benadrukt dat er in het Nieuwe Testament, met name in de proloog van het Johannesevangelie, over de schepping wordt gesproken aan de hand van de term logos. God schept door en met deze logos. Volgens Milbank wordt met deze logos niet alleen het scheppende woord bedoeld, maar ook de ratio, de redelijkheid. Scotus bepleitte dat Gods wil zo vrij is, dat deze ook niet beperkt wordt door de redelijkheid. Milbank is het hier niet mee eens en maakt duidelijk dat God altijd met en door de logos schept en dat deze schepping daarom nooit onredelijk kan zijn. Gods wil en zijn redelijkheid zijn nooit tegen elkaar uit te spelen. Voor christenen betekent dit dat hun religie en hun redelijkheid elkaar nooit kunnen tegenspreken, maar volledig in elkaars verlengde liggen. Rede en religie staan niet los van elkaar, maar zijn in het christelijke wereldbeeld onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Deze gedachten worden in de christelijke filosofie vaker naar voren gebracht, maar Milbank gaat nog een stap verder. Hij gebruikt deze visie niet alleen om christenen aan te sporen hun redelijkheid niet te isoleren van hun religie, hij zet hiernaast ook de aanval in op de huidige religieloze visie op de rede. Volgens Milbank is er in deze visie namelijk geen antwoord op de vraag of onze rede wel op een juiste manier over de wereld buiten de rede nadenkt. Waarom zouden redelijke waarheden in onze geest overeenstemmen met structuren buiten onze geest? Met de verwetenschappelijkte visie op de rede ontstaat een kloof tussen het subject en het object. Wanneer je wilt uitleggen dat de structuren in de rede overeenstemmen met de structuren van de werkelijkheid verval je in religie. Het christendom heeft, volgens Milbank, wel een antwoord op de vraag waarom ons denken werkelijk over deze wereld gaat: deze wereld is geschapen door de logos, dezelfde logos die ons met redelijkheid begiftigt.

Voorbij ‘Rede en religie’

We zijn dit artikel begonnen met de vraag hoe rede en religie zich tot elkaar verhouden. Eerst werd duidelijk dat paus Benedictus xvi constateert dat rede en religie van elkaar vervreemd zijn. Met de paus werd op het congres in Rome het startpunt voor deze ontwikkeling gezocht in het werk van Scotus, omdat hij heeft gesteld dat Gods wil niet gebonden is door de redelijkheid. Een analoge relatie tussen onze rede en de goddelijke logos, zoals nog door de christelijke keizer verdedigd tegenover de Perzische moslimgeleerde, werd daarmee verbroken. Een seculier denken, bij Kant gekenmerkt door een absolute scheiding tussen rede en geloof, won snel terrein.

In Rome werd echter herhaaldelijk gesteld dat een religieloze rede en een redeloze religie niet bestaan. Tegen het bestaan van een autonome, seculiere rede is gerefereerd aan het werk van Hamann, waarin benadrukt wordt dat taal onze redelijkheid beïnvloedt. De verwijzing naar Polanyi maakt op eenzelfde manier duidelijk dat redelijke kennis uiteindelijk afhankelijk is van geloofskennis: er is geloof nodig om tot nieuwe rationele inzichten te komen. Andersom is gepleit tegen de gedachte dat religie los van redelijkheid kan bestaan. God schept zijn wereld immers door de logos. Er is sprake van een zijnsanalogie: de geschapen mens dankt zijn redelijkheid aan God. Christelijk geloof kan daarom niet in strijd zijn met de rede, omdat de rede haar bestaan ontleent aan God.

Juist omdat rede en religie zo onafscheidelijk aan elkaar verbonden zijn, is het niet mogelijk ze als twee zelfstandige grootheden tegenover elkaar te plaatsen. Naar ons idee is dit te sterk gebeurd in de uitwerking van het eindexamenonderwerp door Leezenberg. Om het wederkerige karakter van dit begrippenpaar beter weer te geven en een categoriefout te voorkomen, had het eindexamenonderwerp gezien The Grandeur of Reason beter als volgt getiteld kunnen zijn: ‘Religieuze rede en redelijke religie’.


Verwijzing naar het examencahier: Michiel Leezenberg, Rede en religie: een verkenning, Amsterdam 2007.


Het congres The Grandeur of Reason: Religion, Tradition and Universalism vond plaats van 1 t/m 4 september 2008 te Rome, en werd georganiseerd door The Centre of Theology and Philosophy van de University of Nottingham. Dit centrum staat onder leiding van John Milbank en verzorgt diverse congressen, cursussen en publicaties.

 
Sophie