Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
Je moet jezelf kennen, zeker in de stad - Terugblik op de maand van de filosofie PDF Print Email
Written by   

Hoer van Babylon? Vergelijkbaar met een klooster? Slagveld van het multiculturalisme? De stad – het thema van de Maand van de Filosofie – roept zeer uiteenlopende associaties op. Het is daarmee een prima thema om de vragen van onze tijd en cultuur op te projecteren. Dit artikel is een terugblik op deze met filosofie overgoten maand. Identiteit en levenskunst blijken terugkerende accenten, ook bij een van de hoofdsprekers: de Zwitser Alexandre Jollien.

April was dus de Maand van de Filosofie. Dat betekent een maand lang dagelijks filosofische activiteiten – uiteenlopend van lezingen tot exposities, filmbesprekingen en prijsuitreikingen – door heel het land. Allerlei bibliotheken, instellingen en stichtingen kunnen eraan mee doen door iets te organiseren. Hoogtepunt is de Nacht van de Filosofie. Inmiddels hét jaarlijkse evenement waarop filosoferend Nederland zich presenteert aan het grote publiek.

Het moet dan natuurlijk wel een beetje leuk zijn. Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker – moet de organiserende stichting gedacht hebben. Wie de Nacht van de Filosofie bezocht, liep dus het risico usual suspects als Ad Verbrugge, Frank Ankersmit of een ietwat overenthousiaste filosofiedocente met een paar leerlingen tegen het lijf te lopen. Maar je kon ook een (surrealistische) film gaan kijken. Of hij kon een filosofische stadswandeling door Amsterdam maken, een socratisch café bezoeken, een workshop ‘Van wonen in het paradijs naar wonen in een vinexwijk’ meemaken. En wie bij al deze mogelijkheden het woord nog te weinig vond spreken, kon zich wenden tot een van de exposities met beeldende kunst. Filosofie was even heel toegankelijk – en voor elk wat wils.

Het thema is een decor

“Wat is een stad anders dan een groot klooster?”, schreef Erasmus eens, wijzend op de gelofte, geschreven constitutie en vrije abtverkiezing waarvan de stad zijn parallelle instituten heeft. Anderen zullen de stad eerder associëren met de hoer van Babylon – het symbolische brandpunt van de antichristelijke macht. Weer een ander zoekt naar de impact van de architectuur van een stad op onze gelukservaring, zoals Alain de Botton doet. Met andere woorden, je kunt er alle kanten mee op. Het thema is dan ook een decor. Dat je er alle kanten mee op kunt, is een voordeel. De keuze van het thema wordt door de organisatie zelf als volgt ingeleid:

In 2008 woont voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad; in Nederland is dat al sinds 2001 zo. Leven wij straks in een totaal verstedelijkte wereld? En zo ja, is dat een verheugende ontwikkeling? De Verenigde Naties zijn, in een onlangs verschenen rapport, lovend over deze opmars van verstedelijking. De stad biedt immers de beste mogelijkheden voor economische groei en de meeste kansen om te ontsnappen aan armoede en sociaal of politiek isolement. We denken blijkbaar niet anders dan de oude Grieken: alleen in een stad, een polis, kan de mens een volwaardig leven leiden, en zijn streven naar het goede leven verwezenlijken. Wordt in dit optimisme over de stad niet te veel macht aan de stad toegedicht? De stad is synoniem met diversiteit, maar kan de hedendaagse stad met haar eigen diversiteit omgaan? De stad wordt gezien als een grote emancipatiemachine, maar verstedelijking veroorzaakt ook haar eigen sociale problemen zoals de prachtwijken van Vogelaar. De moderne stad wordt bovendien getekend door alle problemen van de moderniteit: vervreemding, ontworteling, verlies van de traditionele gemeenschapsbanden, verlies van de ‘menselijke maat’. Wordt de verstedelijkte wereld van morgen wel die utopie, dat gedroomde oord van het goede leven, een domein van vrijheid en openbaarheid?

Vanuit het thema ‘De Stad’ waaieren dus veel en uiteenlopende vragen uit. Een prima gelegenheid om ons oor eens te luisteren te leggen bij de tijdsgeest – welke vragen leven er in (filosofisch) Nederland anno 2008? Twee onderwerpen krijgen een duidelijk accent: identiteit en levenskunst.

Hoe anders mag je zijn?

“In de stad wordt het ideaal van de pluriforme samenleving zichtbaar”, zegt de een. “Nee, de stad is juist het slagveld van die pluriforme samenleving”, zegt een ander. Hoe anders mag je zijn? Dat die vraag kritisch wordt op het moment dat er grote migratiestromen op gang komen is logisch, schrijft Paul Scheffer in ‘Land van aankomst’. De geschiedenis laat zien dat etnische spanningen een standaardfase zijn in het integratieproces waarin het sociale en culturele compromis van een land op de proef wordt gesteld. Hoe anders je mag zijn, moet opnieuw én samen worden uitgedokterd. Bas Heijne pleit in zijn essay ‘Onredelijkheid’ om de ander, de vreemde, zijn onredelijkheid te gunnen. “Wie zeker is over zichzelf, kan ook open staan voor anderen. Je moet je alleen niet bedreigd voelen.” Zij – Paul Scheffer en Bas Heijne – mogen samen de Nacht van de Filosofie openen met een debat over ‘Het onbehagen van de stadsbewoner’.

Het onderwerp identiteit blijkt nog op een andere manier aanwezig te zijn. De omschrijving van het thema opent met een rapport van de vn dat in de zomer van 2007 werd gepubliceerd. In het rapport wordt gesteld dat in 2008 wereldwijd voor het eerst meer mensen in de stad dan erbuiten wonen. De verstedelijking van de wereld voltrekt zich in een ongekend tempo. Iedere week komt er een miljoen nieuwe stadsbewoners bij. Zo’n 140.000 per dag. Een groei die volgens de vn onomkeerbaar is.

Dit hoeft niet voor extra armoede te zorgen, mits overheden een passend beleid ontwikkelen. Het kan de kwaliteit van heel veel levens zelfs aanzienlijk verbeteren, stelt de vn optimistisch. Ondertussen komen de meeste stadsbewoners de stad letterlijk binnen via de marge, en strijken neer in een sloppenwijk.

Verstedelijking is een verschijnsel dat overduidelijk de nationale en dus ook Nederlandse grenzen overschrijdt. Toch krijgt het internationale aspect weinig aandacht. Net alsof de thema’s waar we in Nederland mee worstelen geen internationale bedding kennen. Dat lijkt de trend te bevestigen dat globalisering niet leidt tot een kosmopolitisch bewustzijn, maar juist tot een vernauwende herwaardering van de lokale of regionale identiteit. Een van de verklaringen van Bas Heijne voor het moeizame integratiedebat.

Levenskunst

Naast identiteit krijgt het streven naar geluk in een chaotische en soms overweldigende wereld een duidelijk accent (en zo komt impliciet toch nog de globalisering aan de orde). Is de stad een platform waarop het creatieve individu in vrijheid zijn leven kan vormgeven? Of toch een plaats die zichzelf en haar inwoners verkoopt in een voortdurend commercieel proces: verlangen opwekken, verlangen bevredigen. Hoe geven we ons leven vorm in deze snel veranderende en onoverzichtelijke wereld?

Het essay van de Maand van de Filosofie werd geschreven door Joep Dohmen, hoogleraar Wijsgerige en Praktijkgerichte Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij pleit daarin voor een nieuwe publieke moraal waarin de grote levensvragen weer aan bod komen: wie ben ik en hoe moet ik leven? Een pleidooi voor levenskunst. In CV•Koers verscheen een kritische bespreking van dit essay, waarin vooral zijn afwijzing van een externe moraal het moest ontgelden. Het maakt levenskunst kleurloos en bovendien doet Dohmen zelf een nadrukkelijk moreel appel: je hebt de opdracht iets van je leven te maken. Wij richten ons nu evenwel op een andere pleitbezorger van de levenskunst.

Alles draaide om zijn lichaam

Het thema levenskunst staat centraal bij een van de hoofdsprekers van de Maand van de Filosofie: Alexandre Jollien (1975). Deze jonge Zwitserse filosoof schreef een bestseller in Frankrijk en onlangs werd voor het eerst een boek van zijn hand in het Nederlands vertaald: ‘Blijdschap als levenskunst’. (Uitgeverij Ten Have). Wie de titel van dit boek op waarde wil schatten moet het levensverhaal van Jollien een beetje kennen.

Voor de geboorte van Alexandre raakte zijn navelstreng een tijd lang om zijn nek gekneld. Dat beschadigde zijn hersens waardoor hij motorisch gehandicapt ter wereld kwam en van jongs af aan met pijn worstelt. Zijn leven stond dan ook in het teken van een permanente worsteling met zijn lichaam. Hoe blijf je de pijn de baas? Hoe vergroot je de controle over je spieren? Alles draaide om zijn lichaam, totdat hij op een dag met een oude aalmoezenier in gesprek kwam die vlak bij zijn internaat woonde. Hij adviseerde Jollien dat niet alleen zijn lichaam, maar ook zijn geest verzorging nodig heeft. Dat zette hem op het spoor van de filosofie. Hij schrijft in zijn boek ‘Le metier d’homme’: “Die priester heeft in zijn levensavond zijn erfenis aan mij nagelaten. (…) De man met zijn gele tanden, die wel gauw dood zou zijn, rookte zijn pijp, terwijl de zieke maar aan het woord was, over het internaat, over zijn kameraden. In die uren werkte hij heel gewetensvol aan een project, waar ik nog niets over wist.”

Filosofische oefening

Zijn filosofie is dus direct met zijn levensverhaal en zijn lichamelijke worsteling verbonden. Jollien: “Het gaat niet om de vraag wat er niet klopt, zoals sommige kritische intellectuelen zich afvragen, maar om de vraag wat de filosofie me kan geven.” Nietzsche schreef ooit dat zijn boeken met zijn eigen bloed geschreven waren. Om diezelfde reden. Bij Jollien is filosofie dienstbaar aan het leven, omdat hij dagelijks wordt herinnerd aan de weerbarstigheid ervan. Maar hij maakt je onwillekeurig deelgenoot. Want luisteren naar zijn betoog is een fysieke oefening. Zijn lichaam beweegt voortdurend, onrustig en ongecontroleerd. Soms likt hij een klodder speeksel van zijn lip. Je moet je concentreren om zijn woorden te verstaan want ook zijn articulatie lijdt onder de spasmen. Het is vermoeiend.

Aanwezigen voelen zich daardoor opgelaten – net als de lezer van bovenstaande alinea misschien. En waarom zou je het opschrijven? Het gaat immers om de inhoud? Maar de kracht van zijn woorden zit voor een deel in de lichamelijke worsteling, die invoelbaar wordt door de lichamelijke ervaring van het luisteren naar zijn betoog.

Hillesum en Spinoza

Het zijn twee Nederlandse filosofen die Jollien intensief hebben geholpen. Baruch de Spinoza en Etty Hillesum. Hillesum schreef een dagboek over de impact van de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog op haar innerlijke beleving. Ze was Joods en werd in september 1943 vermoord in Auschwitz. “Hillesum lees ik voor de dagen dat ik worstel met pijn, Spinoza voor de andere dagen.” Spinoza is voor Jollien belangrijk in het verlengde van de Griekse denkers voor wie filosofie primair levenskunst was. “Het sluit theorie niet uit, maar gebruikt theorie om de praktijk de helpende hand te bieden. We denken vaak verkeerd over blijdschap. Vaak zien we het als het resultaat na het oplossen van een serie problemen. Voor Spinoza is het tegenovergestelde het geval. Blijdschap is niet het einde, het resultaat, het is een motor die ons vooruit helpt.”

“Blijdschap moet ontdekt worden in plaats van veroverd”, zei Spinoza. “En dat is in de lijn van de lessen van Epicurus. Het is geen kwestie van het toenemen van ervaringen, maar van het openstaan voor wat is, voor het spreiden van onze armen. Paradoxaal genoeg kunnen we door onze verlangens te beperken tot wat werkelijk mogelijk is het grootste geluk vinden. Want als we illusoire verlangens volgen ligt ontevredenheid om de hoek.”

Bij Hillesum zie je dezelfde worsteling. Geluk is bij haar geen worsteling om iemand anders te worden, iemand met minder beperkingen. Maar een kwestie van haarzelf accepteren en ondertussen aan vooruitgang werken. Dat lijkt op Spinoza’s begrip van vrijheid. Vrijheid is volgens hem niet gemanipuleerd worden door externe omstandigheden, maar aan de bron staan van je eigen verlangens. We zijn niet vrij zolang we de bron van onze verlangens niet kennen. Jollien: “Ik heb dat eens ervaren toen ik een aflevering van de detective Columbo bekeek. Halverwege pauzeerde ik de band en ging naar de koelkast om walnotenijs te pakken. Dit is vrijheid, dacht ik. Ik wil walnotenijs en ik kan het pakken. Maar toen ik later de band terugspoelde bleek er een commercial voor de aflevering te zitten over walnotenijs. Het verlangen naar ijs was niet van mezelf, de vrijheid een illusie. Om vrij te zijn en blijdschap te kunnen ervaren moeten we onze automatische reacties en gewoonten herleiden tot de bron van onze acties.”

Terug naar de stad

In de stad ben je voortdurend omringd door vreemdelingen. Dat zet het zoeken naar vrijheid op scherp. Enerzijds moet je oppassen jezelf niet op te sluiten in je eigen ego – dat is schadelijk voor de mens die, zoals Aristoteles zei, tot zijn recht komt als hij met anderen in een polis samenleeft. Uiteindelijk is jezelf beperken tot enkel je eigen verlangens dan ook schadelijk. Anderzijds is er in de stad het risico om te leven volgens andermans maatstaf. Je loopt het risico te verdwijnen in de meerderheid, te vervallen in een logica van vergelijken.

En dan is het opnieuw Spinoza die houvast geeft voor Jollien. “Onze menselijke verbeelding is erop ingesteld te vergelijken en volmaaktheid te zoeken. Spinoza leverde het bewijs dat nu juist die werkelijkheid al volmaakt is. Alleen door te vergelijken wordt de blinde, de gehandicapte gecreëerd. Langzaam ontdek ik vermogens die me dichter brengen bij de blijdschap. Ik moet ontdekken wie ik ben, om uiteindelijk goed te kunnen antwoorden op mijn menselijke roeping.” Levenskunst en identiteit hebben dus alles met elkaar te maken.

De Maand van de Filosofie is een initiatief van de Stichting Maand van de Filosofie, een samenwerkingsverband van Boekhandels Groep Nederland en Libris, Felix Meritis, Filosofie Magazine, de Internationale School voor Wijsbegeerte, Uitgeverij Lemniscaat en de Universiteit van Tilburg. De Stichting heeft geen winstoogmerk en staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.

Voor docenten biedt de Maand van de Filosofie uitstekende mogelijkheden tot excursies en leren door ervaringen waarbij het vak filosofie nadrukkelijk wordt neergezet als een vak dat betrokken is op vragen uit onze tijd en cultuur.

 

Ludo Hekman is docent filosofie en freelance journalist

 

Voor verwerkingsvragen zie:

 
Sophie