Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
De aller-allerlaatste keer over schepping en evolutie PDF Print Email
Written by   
Lucas_Cranach_d_03_fmt.jpegGoed, nog één keer over evolutietheorie en scheppingsgeloof dan. Een discussie die voornamelijk onder orthodoxe christenen gevoerd wordt en weer oplaait. Een discussie ook die aangeeft dat ondanks het feit dat orthodoxe christenen onderling veel verwantschap ervaren, eenheid toch ver te zoeken is.

Vond ik lange tijd dat het vooral creationisten waren die een verwarrende bijdrage aan de discussie leveren, nu heb ik eerder aarzelingen bij de verlichte, orthodox-christelijke wetenschappers met hun theïstisch evolutionisme. Niet omdat ik veel bezwaar heb tegen hun zienswijze, maar meer omdat ik mij verbaas over hun zendingsijver.

Voor mij is het heel simpel. De Bijbel vertelt een verhaal over het ontstaan van de wereld, over het ontstaan van dieren en mensen, over de herkomst van het kwaad in de wereld en over de manier waarop God zijn schepping wil herstellen. Een verhaal dat de eeuwen door voor gelovigen een betrouwbaar antwoord gaf op oorsprongsvragen. Voor mij doet het dat nog steeds. Maar niet in letterlijke zin als een soort verslag van feiten. Het ‘letterlijk nemen’ van dit verhaal is zelf een typisch moderne ontsporing. Het is een poging het Bijbelse verhaal te lezen als een ‘verklaring’ van het begin of van de oorsprong die de concurrentie aan zou kunnen met andere (wetenschappelijke) verklaringen. Die leeswijze is volgens mij geheel vreemd aan het verhalende karakter van de eerste hoofdstukken van Genesis.

Aan de andere kant staan mensen die een wetenschappelijke verklaring proberen te geven van het ontstaan van de aarde, van de soorten en van het leven zoals het nu is. Ik betwijfel ernstig of de wetenschap überhaupt in staat geacht moet worden dergelijke verklaringen te bieden: daarvoor zijn de instrumenten van de wetenschap te beperkt. Dat besef van de beperkte reikwijdte van wetenschappelijke verklaringen lijkt onder wetenschappers echter niet breed gedeeld te worden.

 

Open wetenschap

In de wetenschap is wat mij betreft alles geoorloofd, zolang de wetenschapper zich maar open opstelt, argumenten tegen zijn zienswijze serieus neemt en zich niet opsluit in de eigen tunnelvisie. Bovendien is de wetenschap op zoek naar verklaringen, niet naar al dan niet geloofwaardige verhalen. Dat de wetenschap daarbij tot een theorie over de evolutie is gekomen, kan daarom niet verrassen. Het lijkt mij de enige mogelijkheid om tot een rationele verklaring van het ontstaan van de wereld en de soorten te komen. Het scheppingsverhaal is geen verklaring, want het kan niet rationeel worden gereconstrueerd op basis van waarneembare feiten.

Eén ding weet ik wel: voor de echte vragen die ik heb rond de oorsprong van de wereld en de herkomst van ons leven heb ik weinig aan de evolutietheorie. Zij is voor mij niet meer dan een rationele reconstructie vol gaten en lacunes. Zij verklaart misschien wel iets, maar zegt mij eigenlijk maar heel weinig over de bedoeling van de adembenemende rijkdom aan soorten en de enorme variatie aan levenswijzen, vormen en kleuren in de scheppingswerkelijkheid. Laat ik die op mij inwerken, dan ben ik veel meer geholpen door het verhaal van een geniale kunstenaar met een grenzeloze fantasie dan met de reconstructies van de wetenschap.

 

Zending drijven

Wetenschappers die zich aan een verklaring van de oorsprong willen wagen en dat doen vanuit een open houding, hebben mijn zegen. Hoge verwachtingen zal ik ten aanzien van hun bevindingen niet koesteren. Erin geloven doe ik zeker niet. Ik vind ze hoogstens min of meer plausibel. Daarom begrijp ik ook niet goed dat verlichte orthodox-christelijke wetenschappers plotseling missie zijn gaan drijven om de evolutietheorie onder gelovigen meer ingang te doen vinden. Wat mij betreft zouden zij het kunnen laten bij het prediken van een open wetenschappelijke houding die christenwetenschappers ertoe uitdaagt om op een onbevooroordeelde manier van de evolutietheorie kennis te nemen of daarmee te werken. Maar om het als een waarheid te gaan uitdragen ‒ daar zie ik niets in. Sterker: het lijkt mij geen recht te doen aan de enorme beperkingen die aan een wetenschappelijke manier van benaderen van oorsprongsvragen kleven. Ik hoor van deze verlichte wetenschappers liever verhalen over de beperkingen van de wetenschap en het in hoge mate geconstrueerde karakter van wetenschappelijke bevindingen. Dat verandert wat mij betreft niet zo veel aan de inhoud van hun boodschap, maar wel aan de pretentie waarmee zij die voor het voetlicht brengen.

Maar ook al die gelovigen en theologen die maar blijven hangen in de groef van het letterlijk lezen van het Bijbelse verhaal over schepping en zondeval, zou ik willen oproepen in te zien hoe ‘modern’ het is om het Bijbelse verhaal als een ‘verklaring’ te lezen van het begin en het ontstaan van leven. Het Bijbelse verhaal is iets heel anders en feitelijk ook veel meer dan dat. Het geeft betekenis aan de schepping en het leven vanuit een heel ander perspectief. Een perspectief dat in geen enkel opzicht door de evolutietheorie onderuitgehaald of vervangen kan worden.

 

Ander perspectief

Ik noem een voorbeeld om aan te geven dat het in Genesis om veel meer gaat dan om het ontstaan van leven, namelijk het Bijbelwoord: “Met smart zult gij kinderen baren!”

Waarom is het veelal als wonderlijk beschreven proces van de geboorte van een kind tegelijk in allerlei opzichten zo pijnlijk en waarom is een geboorte oorzaak van lijden? Is dat een natuurgegeven? Kunnen we ‘verklaren’ waarom het zover gekomen is? Is er sprake van een nog niet voltooid evolutieproces? Of is de pijnlijkheid van de bevalling op zich een uiterst nuttig en functioneel onderdeel van het voorplantingsproces en dus evolutionair verklaarbaar? Ook al zou een dergelijke verklaring plausibel zijn, voor pijnbestrijding of het acceptabel maken van het lijden dat met de voortplanting gegeven is, helpt het allemaal niet veel. Een evolutietheoretische verklaring laat het verklaarde feit tegelijk onbegrepen voortbestaan. Verklaren is nog iets heel anders dan begrijpen.

Wanneer we het Bijbelverhaal lezen wordt over dit onderwerp meer gezegd. De zinsnede ‘met smart zult gij kinderen baren’ is onderdeel van een met de zondeval door God uitgesproken vloek. Daarmee is een verhaal gegeven. Een verhaal van mensen die leven in de ruimte van Gods gunst, maar die zich buiten die ruimte geplaatst hebben door in overtreding te gaan tegen Gods verbod van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. Mensen die daarmee Gods gunst verspeeld hebben. En die als uitdrukking daarvan een vloek meekrijgen: iedere keer wanneer je met moeite resultaat bereikt in je werk of iedere keer wanneer je met pijn kinderen baart, is dat in dit verhaal een herinnering aan het feit dat jij als mens door eigen keuzes en door eigen handelen buiten de ruimte van Gods gunst terechtgekomen bent.

Dit verhaal levert geen verklaring van de vruchteloosheid van onze arbeidsinspanningen of van het lijden bij het krijgen van kinderen. Het geeft er echter wel een betekenis of een plot aan. Een verhaal dat mensen met een existentiële dimensie van hun bestaan confronteert. Een wetenschappelijke verklaring kan dat nooit tot stand brengen. Maar het verhaal van de Bijbel gaat hierin recht op zijn doel af.

 

Confrontatie

Ik doe hier geen uitspraak over de vraag of dit verhaal ‘waar gebeurd’ is. Velen zullen het verhaal als een mythe beschouwen. Zij zullen het wellicht ook niet aanvaarden als openbaring van een goddelijke waarheid. Toch kunnen zij zich daarmee nog niet van de existentiële kwestie afmaken. Want er zit onmiskenbaar iets confronterends in het Bijbelverhaal: de existentiële vraag naar jouw en mijn verhouding tot het kwaad in de wereld. Is het kwaad slechts een natuurlijk gegeven, een evolutionaire oneffenheid? Zit het kwaad in de boosaardige ander? Zit het in de sociale structuren? Zit het in de ongewenste, collectieve neveneffecten van ons handelen? Of zit het kwaad diep in onszelf als mensen die met hun rug naar God toe zijn gaan staan?

De Bijbelverhalen geven niet zozeer antwoord op deze vragen, maar confronteren ons ermee en wel op zo’n manier, dat het moeilijk wordt eromheen te gaan. Ook als wij de confrontatie liever uit de weg gaan, brengen Bijbelverhalen ons in aanraking met vragen van zonde en schaamte, schuld en boete. Aangenaam of niet, daarmee gaan deze Bijbelverhalen veel verder dan de platte waarheid van wetenschap en evolutietheorie.

Wat wij niet moeten doen is de platte waarheid van de wetenschap uitspelen tegen de verhalende waarheid van de Bijbel. Veel beter is het om daar waar mensen strijdigheid tussen geloof en wetenschap vermoeden of ervaren erop te wijzen hoe beperkt en geconstrueerd wetenschappelijke verklaringen zijn. Daarmee wil ik niet zeggen dat deze niets met waarheid te maken hebben, maar wel met waarheid in een zeer beperkte zin.

Volgens mij is er met de nieuw opgelaaide discussie over christelijk geloof en evolutietheorie niets te winnen. Ik denk dat het goed is dat christenen elkaar de ruimte geven om met een vrijmoedige en open houding wetenschap te bedrijven. Tegelijk denk ik dat christenwetenschappers er goed aan doen duidelijk te maken dat wetenschap niet het eind is van alle tegenspraak, maar slechts een bescheiden poging tot nogal eendimensionale verklaringen. Zo eendimensionaal dat ze de waarheid van de Bijbelverhalen in geen enkel opzicht bedreigen. 

 
 
Sophie