Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
Eindelijk een toetsbare verklaring voor de vrije wil PDF Print Email
Written by   

De Amerikaanse neurowetenschapper Tse ontwikkelt een empirisch toetsbare hypothese die laat zien hoe vrije wil in de hersenen werkt. Hiervoor bedient hij zich van de taal van de neurowetenschappen. Daarmee wordt het niveau van louter filosoferen over de vrije wil ontstegen, hoewel Tse ook aan het filosofische debat over de vrije wil zijn steentje bijdraagt.

Recentelijk is een nieuw boek verschenen van Peter Ulric Tse: The Neural Basis of Free Will: Criterial Causation. Dit boek draagt bij aan het debat over de vraag of mensen een vrije wil hebben of dat het feitelijk een illusie is, dat we handelingen bewust en uit vrije wil voltrekken. In de Amerikaanse media is het boek onthaald als een moderne klassieker die wellicht het debat over de vrije wil zal veranderen. In deze bespreking zal ik dan ook een wat lange aanloop nemen om duidelijk te maken wat de positie van het boek is.

Determinisme is een gepasseerd station

Het debat over de vrije wil is als een gebed zonder einde. Al sinds mensenheugenis wordt erover gediscussieerd in hoeverre onze handelingen werkelijk vrij zijn of onderdeel zijn van en dus bepaald door een groter plan. En de hele geschiedenis door lijkt er sprake te zijn van een golfbeweging: nu eens zijn de voorstanders van de vrije wil in de meerderheid, dan weer de sceptici. Op dit moment lijken de tegenstanders en sceptici van de vrije wil het hoogste woord te hebben.

Determinisme lijkt niet langer de doorslaggevende reden om de vrije wil te ontkennen. De these van determinisme houdt kort gezegd in dat alles wat gebeurt, veroorzaakt is door eerdere oorzaken volgens bepaalde causale wetmatigheden. Alles wat gebeurt, gebeurt noodzakelijk. De neurofilosoof Marc Slors schrijft in zijn boek Dat had je gedacht! dat voor de meeste mensen het idee dat de wereld gedetermineerd is betekent dat de vrije wil niet bestaat: ,,De redenering loopt ongeveer zo: gedrag bestaat uit lichamelijke bewegingen en is daarmee gewoon onderdeel van onze natuurlijke wereld. Als alles in die wereld door vaststaande, uitzonderingsloze, deterministische wetten wordt geregeerd, dan dus ook ons gedrag. Als determinisme waar is hadden we nooit anders kunnen doen dan we deden’’ (Slors, 24-25).

In de neurofilosofie zijn er twee posities die met deze deterministische visie werken. Compatibilisten proberen te laten zien hoe vrije wil kan bestaan zelfs als de wereld deterministisch is. Libertariërs daarentegen stellen dat vrije wil incompatibel is met determinisme, en dat de determinismethese moet worden afgewezen ten faveure van de echte vrije wil. Met de opkomst van de kwantummechanica heeft deze deterministische visie echter sterk aan geloofwaardigheid ingeboet. Op kwantumniveau – dat wil zeggen het niveau van het allerkleinste – lijkt determinisme afwezig. Maar wat indeterminisme op kwantumniveau voor implicaties heeft voor discussies over vrije wil, is nog lang niet duidelijk.

Twee voorwaarden voor vrije wil

Slors maakt duidelijk dat de vrije wil aan twee voorwaarden moet voldoen (Slors, 39). Allereerst moeten we opties hebben om uit te kiezen. Als determinisme klopt, hebben we die optie niet, maar zoals gezegd is het helemaal niet zeker of de determinismethese klopt – waarschijnlijk is ze onwaar. Er is echter nog een tweede voorwaarde: de keuze die we uiteindelijk maken, moet onze eigen keuze zijn. En Slors geeft aan dat met name die tweede voorwaarde de inzet is van de wetenschappelijke discussies over de vrije wil: ,,niet de gedetermineerdheid van onze beslissingen, intenties en handelingen, maar het gebrek aan ‘eigenheid’ daarvan’’ (Slors, 41).

Dat gebrek aan eigenheid is te wijten aan het feit dat het lijkt alsof vooral onbewuste processen de dienst uitmaken. In bijvoorbeeld de boeken van Ap Dijksterhuis, Victor Lamme en Daniel Wegner wordt gesteld dat, hoewel we het gevoel hebben dat onze handelingen berusten op beslissingen die we bewust hebben genomen, ze feitelijk door louter onbewuste processen tot stand komen. Er zijn talloze experimenten gedaan die onomstotelijk laten zien dat onze handelingen voor het overgrote deel berusten op onbewuste processen.

Wat is de rol van het bewustzijn?

Maar dat roept dan uiteraard de vraag op hoe het bewustzijn zich verhoudt tot onze handelingen. Heeft het bewustzijn überhaupt enige invloed op onze handelingen, of is dat slechts schijn? En als ons bewustzijn geen echte invloed op onze handelingen heeft, kunnen we dan nog wel zeggen dat mijn handelingen ook echt mijn handelingen zijn? Wanneer onze handelingen louter door onbewuste processen tot stand komen, gaat dat dan niet ten koste van ons gevoel aan eigenheid?

Victor Lamme en Daniel Wegner stellen tamelijk radicaal dat het bewustzijn niets toevoegt aan onze handelingen. Onze handelingen zijn louter en alleen het product van onbewuste processen. De vrije wil is dan ook een illusie: we denken weliswaar dat bepaalde handelingen werkelijk onze handelingen zijn, maar uiteindelijk is het ons onbewuste dat de dienst uitmaakt. De vrije wil is dus slechts een illusie. En ons bewustzijn is slechts een bijverschijnsel van die onbewuste processen, het is een ‘epifenomeen’, het doet niet echt iets, het voegt niets toe. Ons bewustzijn is slechts, in de woorden van Victor Lamme, een ‘kwebbeldoos’, als het ware een sportcommentator in een hokje dat voortdurend verslag doet van wat er allemaal gebeurt.

Het ‘zelfprogrammeren’ van de hersenen

Slors is echter een andere gedachte toegedaan. Hij meent dat de ‘kwebbeldoos’ wel een functie moet hebben, omdat anders onduidelijk blijft waarom zoiets als bewustzijn ooit geëvolueerd is (Slors, 172v). Slors erkent weliswaar dat veel van onze handelingen hun oorsprong hebben in het onbewuste, maar meent dat het bewuste daar wel degelijk invloed op heeft. Allereerst fungeert het bewustzijn om onze handelingen te interpreteren als onze handelingen. Die interpretatie heeft weer invloed op onbewuste processen; er is dus sprake van een soort feedback-mechanisme waarbij mijn interpretatie mijn onbewuste beïnvloedt en zo toekomstige handelingen stuurt. Wanneer ik autorijd en merk dat ik langzaam richting vluchtstrook rijd, dan brengt die bewuste waarneming allerlei onbewuste processen op gang die ervoor zorgen dat ik mijn rijgedrag corrigeer.

Daar komt nog bij dat het bewustzijn het onderbewuste kan ‘programmeren’: ,,Langetermijnintenties (en wellicht ook sommige korte) als gedachten, overwegingen, motivaties enzovoort zetten je onbewuste ‘ik’ in een bepaalde ‘stand’, zodanig dat je onbewust geneigd bent om op een bepaalde manier op bepaalde prikkels te reageren. Op deze manier voer je je intentie uit’’ (Slors, 168). Met andere woorden, via je bewuste ben je in staat om je onbewuste te ‘programmeren’. Aangezien ook je onbewuste deel uitmaakt van je ‘ik’, gaat het dus om ‘zelf-programmeren’. Je bewustzijn heeft dus volgens Slors wel degelijk invloed op je handelingen, zij het via allerlei onbewuste processen.

De programmeertheorie van Peter Tse

Peter Ulric Tse zit in zijn recent verschenen boek verbazingwekkend genoeg op hetzelfde spoor als Slors. De overeenkomst tussen beiden is opmerkelijk, te meer daar Slors’ inspiratiebron (de filosoof Roy Baumeister) in de ellenlange literatuurlijst achterin Tse’s boek helemaal niet voorkomt. Dit lijkt dus een mooi voorbeeld van wat wel ‘serendipiteit’ genoemd wordt: toevallige ontdekkingen die volledig onafhankelijk van elkaar gedaan worden, alsof ze ‘in de lucht’ zaten. Maar anders dan Slors, die vooral op een filosofisch niveau argumenteert, richt Tse zich met name op de neurowetenschappelijke inzichten. Met andere woorden: waar Slors een redenering opzet waarin hij laat zien dat bewustzijn en vrije wil filosofisch wel degelijk mogelijk zijn, laat Tse zien hoe dit daadwerkelijk in de hersenen functioneert.

Het boek van Tse is ongelooflijk ingewikkeld, omdat hij als een jongleur verschillende ballen in de lucht houdt. Enerzijds wil hij een empirisch toetsbare hypothese ontwikkelen die laat zien hoe vrije wil in de hersenen werkt. Hier bedient hij zich van de taal van de neurowetenschappen en spreekt hij dus over neuronen, synapsen, receptoren, etc. Anderzijds wil hij ook een bijdrage leveren aan het filosofische debat over de vrije wil. Tse argumenteert dus op twee verschillende niveaus en laat overtuigend zien dat hij beide niveaus beheerst. Het is dan ook goed om te bedenken dat ik in wat volgt Tse’s ideeën behoorlijk versimpeld weergeef.

Tse stelt – net als Slors en andere filosofen – dat de vrije wil betrekking heeft op de toekomst. Laten we een voorbeeld nemen: stel je wilt een auto kopen. Terwijl je erover nadenkt, bedenk je allerlei voorwaarden waaraan de auto moet voldoen: hij moet bijvoorbeeld blauw zijn, sportief aandoen, een benzinemotor hebben, maar niet al teveel benzine slurpen, niet te zwaar zijn vanwege de wegenbelasting, etc. Tse stelt dat je in feite allerlei criteria vastlegt waaraan jouw droomauto moet voldoen. En op een dag fiets je langs een autogarage en valt je oog toevallig op precies de auto die je zocht. Met als resultaat dat nog diezelfde middag de koop gesloten wordt. Was die koop nu een handeling uit vrije wil?

Enerzijds heb je welbewust voor de auto gekozen. Je hebt immers lang nagedacht over de voorwaarden waaraan de auto moest voldoen. Met als gevolg dat op het moment dat je de auto ziet die aan deze voorwaarden voldoet, de eigenlijke beslissing al genomen was. De keus voor die auto hoeft dus niet bewust te zijn. Maar net als bij Slors ziet ook Tse onbewuste processen als behorend tot je ‘ik’. Met andere woorden: aan het criterium van eigenheid is voldaan: de aankoop van de auto is toch echt je eigen handeling, al is de handeling het gevolg van allerlei onbewuste processen − ook die maken deel uit van je ‘ik’.

Een fysicalistische hypothese in drie stappen

Tse is een fysicalist, wat betekent dat hij van mening is dat het bewustzijn veroorzaakt wordt door hersenactiviteit. Hij geeft direct toe dat we niet weten hoe de hersenen bewustzijn ‘veroorzaken’, maar hij meent (overigens net als Slors) dat een dualisme tussen bewustzijn en hersenen niet langer houdbaar is, zodat fysicalisme de enige optie is. Maar dit betekent dat als het bewustzijn echt invloed heeft op beslissingen die genomen worden en handelingen die verricht worden, dit in de hersenen aanwijsbaar zou moeten zijn. Het interessante van dit boek is nu precies dat Tse een empirisch toetsbare hypothese op tafel legt die laat zien hoe de vrije wil in de hersenen werkt.

Laat ik proberen om Tse’s idee in het kort duidelijk te maken. De hersenen bestaan uit zenuwcellen oftewel neuronen. Die neuronen zijn de informatie- en signaalverwerkers van het lichaam; ze regelen alles wat er in en via het lichaam gebeurt. Neuronen communiceren met elkaar via synapsen. De communicatie kan elektrisch van aard zijn, maar meestal is die chemisch van aard en dan spreken we van neurotransmitters. De synaps bestaat uit een presynaptisch neuron (het neuron dat transmitters afgeeft) en een postsynaptisch neuron (het neuron dat de transmitter ontvangt). Het overbrengen van die transmitters kan tot doel hebben om een neuron ‘aan te zetten’ of juist ‘uit te zetten’. Maar iedere neuron heeft een bepaalde drempelwaarde. Er worden dus net zo veel neurotransmitters overgebracht tot de drempelwaarde is bereikt en het gewenste effect volgt (een postsynaptisch neuron gaat ‘vuren’ of stopt met ‘vuren’).

Het model van Tse bestaat uit drie stappen, waarbij de cruciale idee is dat de interne criteria van neuronen veranderd kunnen worden. (1) Via het bewustzijn, dat informatie van buitenaf opneemt en fysiek en mentaal verwerkt, worden op tijdstip t1 de criteria van een bepaald neuronaal circuit (een cluster van neuronen) veranderd via een snelle ‘synaptische resetting’ waardoor de input van een postsynaptisch neuron veranderd wordt. (2) Vervolgens komen op t2 de verschillende inputs bij het postsynaptische neuron aan, waarna (3) op t3 aan de criteria wel of niet voldaan is, zodat het postsynaptische neuron wel of niet vuurt.

Of om bij ons autovoorbeeld te blijven: op t1 beslis je via een diepgaande reflectie aan welke criteria je auto moet voldoen. Vervolgens worden die criteria als het ware vastgelegd in je postsynaptische neuronen. Je herprogrammeert je hersenen. Op t2 loop je l angs een autogarage en zie je allerlei auto’s die je scant op de criteria waar jouw droomauto aan moet voldoen. Langzaam worden de neurotransmitters afgegeven. Staat jouw droomauto er niet bij, dan wordt de drempelwaarde niet overschreden en vuren de neuronen niet. Je loopt dus de garage voorbij. Maar mocht de auto die aan je criteria voldoen er staan, dan is aan de criteria voldaan en begint de postsynaptische neuron te vuren. En op dat moment beslis je om de auto te kopen. Net als in het model van Slors vinden de meeste processen die leiden tot je handeling op onbewust niveau plaats, maar het bewustzijn ligt eraan ten grondslag. Er is dus sprake van een nauwe samenwerking van bewuste en onbewuste processen, die uiteindelijk resulteert in een handeling die voluit jouw eigen handeling is.

Dit proces van zelfprogrammeren van de neuronen en daarmee de hersenen, of ‘criteriale oorzakelijkheid’ zoals Tse het noemt, kan een kwestie van luttele seconden zijn − zo snel werken onze hersenen − maar het kan ook, zoals in het voorbeeld van de auto, een langduriger proces zijn. En het zelfprogrammeren van de hersenen vindt continu plaats, omdat je hersenen voortdurend bezig zijn informatie van buitenaf te verwerken. In zijn boek beschrijft Tse tot in de kleinste neurologische details, hoe die processen op neuronaal niveau in zijn werk gaan. Dit levert dus een empirisch toetsbare hypothese op van de vrije wil en is daarmee bijzonder interessant omdat daarmee het niveau van louter filosoferen wordt ontstegen.

En wat betreft de kwestie van determinisme: Tse zelf zegt niet in de determinismethese te geloven, maar laat wel zien dat ook als de wereld gedetermineerd is, zijn hypothese van ‘criteriale oorzakelijkheid’ nog altijd blijft gelden. Er is vrije wil, zelfs als de wereld deterministisch is. Een spannend staaltje van compatibilistisch denken.

Toch blijven er kritische vragen die het boek niet oplost. Hoe kan bijvoorbeeld ‘wilszwakte’ verklaard worden? Dus het feit dat ik op het kritieke moment niet in staat ben om te doen wat ik al zo lang van plan was te doen? Waarom kocht ik de auto niet, en heb ik nu, nu de auto aan een ander verkocht is, spijt? Blijkbaar werkt het zelfprogrammeren van de hersenen niet altijd. Wat zijn dan de voorwaarden voor ‘succesvolle’ zelfprogrammering? En waarom gaat de zelfprogrammering soms blijkbaar fout? En hoe vrij ben je eigenlijk nog als je jezelf eenmaal geprogrammeerd hebt?

Dr. Taede A. Smedes is godsdienstfilosoof en theoloog en gespecialiseerd in de verhouding tussen theologie en natuurwetenschappen. Hij schreef ondermeer God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld (Zoetermeer, 2006) en God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen (Amsterdam, 2009).

Naar aanleiding van

Peter Ulric Tse, The Neural Basis of Free Will: Criterial Causation, Cambridge, MA, 2013

Literatuur

Dijksterhuis, Ap. Het slimme onbewuste: Denken met gevoel, Amsterdam, 2007

Lamme, Victor De vrije wil bestaat niet: Over wie er echt de baas is in het brein, Amsterdam: 2010

Slors, Marc  Dat had je gedacht! Brein, bewustzijn en vrije wil in filosofisch perspectief, Amsterdam, 2012

Wegner, Daniel M. De illusie van de bewuste wil, Amsterdam, 2010 (Vertaling van The Illusion of the Conscious Will. Cambridge MA, 2002)

Deze rubriek behandelt het eindexamenonderwerp filosofie voor het vwo. Eerdere bijdragen over de vrije wil verschenen in de eerste jaargang van Soφie, nummer 2, 5 en 6.

 
Sophie