Huisje vijgenboompje beestje

Sophie 8e jaargang nr 2, april 2018

Toen het vijftigjarig jubileum van de studentenrevolte uit 1968 bijna op de helft was, besloot ik voor altijd bij mijn lief te blijven en nooit meer te verhuizen. De meetsnoeren vielen mij in lieflijke dreven en mijn erfdeel bekoorde mij. Ik koppelde een monogaam aan een ‘monotoop’ leven en brak met mijn nomadenbestaan, van de ene pastorie naar de andere (als domineeszoon), en van de ene studie naar de andere (noem het generalisme, noem het ADHD). Ooit vestigde het nomadenvolk Israël zich voor altijd in Kanaän, een stille revolutie. Het tijdelijke maakte plaats voor het blijvende (erfdeel); binnen de collectivistische cultuur kwam plaats voor het individuele en private (ieder zijn eigen wijnstok en zijn eigen vijgenboom). Als je het op formule moet brengen, is de Franse Revolutie van 1789 de revolutie van het collectief (de emancipatie van de burgerij en de opkomst van de natiestaat) en de Parijse revolutie van 1968 de revolutie van het individu. Terwijl in 1795 de valbijl van de guillotine regelmatig geslepen werd en de Franse Revolutie in volle gang was, schreef Immanuel Kant Zum ewigen Frieden. In het voorwoord verwijst hij naar een Hollandse herberg met deze naam, waarop een kerkhof geschilderd was. Daarmee verwijst vrede niet alleen naar het einde van de oorlog maar ook naar de dood. Die kan veel oorlogsslachtoffers herbergen, maar je wilt er niet zijn. Wordt de revolutie dus onze dood of zorgt zij voor een thuis? Kants sympathie ligt bij de

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.