De schuld van het geboren-zijn

Sophie 7e jaargang nr 2, april 2017

Is vergeving een onmogelijke mogelijkheid? vraagt Renée van Riessen in haar openingsessay, op basis van disputen van Joodse intellectuelen die de concentratiekampen hadden overleefd. Na het lezen van Renée, herlas ik een interview van Germaine Greer met Primo Levi:

Levi – Ik heb Het proces van Kafka vertaald voor een Italiaanse literaire reeks (..). Ik ben er ziek van geworden. Toen ik de vertaling af had, kwam ik in een diepe depressie terecht, die zes maanden heeft geduurd. Ik denk dat ik weet waarom. Dat boek is ziekteverwekkend. Het is een boek als een ui, een boek dat uit vele lagen bestaat. Maar het is vooral het gegeven dat iedereen berecht en veroordeeld en terechtgesteld wordt, voor een misdrijf dat hij niet heeft begaan, waarvan hij niet eens weet wat het is.
Greer – Zoals het misdrijf Joods te zijn.
Levi – Precies.

In een ander interview met Ferdinando Camon zegt Camon tegen Levi: “Ik denk dat christenen en katholieken, de mensen die zijn geboren en opgegroeid in de christelijke of de katholieke cultuur, hier te maken hebben met een probleem dat ze niet kunnen aanvoelen, waarvan ze zich ook geen voorstelling kunnen maken, en dat ze daarom niet kunnen begrijpen. Namelijk te moeten boeten voor de schuld van het geboren-zijn. Want ik geloof dat deze ‘schuld’ de Joden onderscheidde van de politieke gevangenen of de partizanen of de krijgsgevangenen. Zij moesten boeten voor een verloren veldslag of voor politiek verzet.” Levi antwoordt: “Het is inderdaad zo dat die veroordeling werd aangevoeld als een onbegrijpelijk

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.