De opstand der horden

Illustratie, De opstand der horden

De onvrede van de massamens is te wijten aan de elite. Zij heeft haar morele taak om het volk te verheffen verwaarloosd en teveel de eigen belangen nagejaagd, stelt Jan Hoogland.

De vrees dat Donald Trump weleens gekozen zou kunnen worden is werkelijkheid geworden. Een volgende vraag is natuurlijk of die vrees ook terecht is. Gaat het hier om vooroordelen van iemand uit de links-liberale elite die probeert een zo negatief mogelijk beeld te schetsen van een hem onwelgevallige president? Of is Trump werkelijk een grote risicofactor? De toekomst zal het leren.

In elk geval lijkt het erop dat met de verkiezing van Trump – maar ook met de populistische wind die door Europa waait (Brexit, de opkomst van anti-Europese partijen) – basale zekerheden onder druk komen te staan. Ik denk bijvoorbeeld aan de zekerheid dat de NAVO een hecht bondgenootschap is van landen die vrijheid en democratie als hoge waarden erkennen en pal staan voor de handhaving van de rechtstaat. Of de zekerheid dat een gemeenschap van Europese staten de irrationele sentimenten van nationalisme en daaruit voortkomende spanningen en rivaliteit zou kunnen uitsluiten. Of de zekerheid dat de democratische regeringsvorm ervoor garant staat dat heel verschillende groepen en overtuigingen vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Of de zekerheid dat recht en rede ertoe leiden dat de politiek niet opnieuw in de ban zal komen van op irrationele sentimenten gebaseerd leiderschap. Veilige zekerheden die ons nu reeds ruim zeventig jaar in grote rust en welvaart hebben doen leven.

Ongelijke verdeling

Zou het kunnen dat die stabiele periode nu op haar einde loopt? En hoe zouden we dat moeten waarderen? Want er zitten ongetwijfeld ook een paar heel lelijke rafelranden aan die zekerheden. Bijvoorbeeld dat die ongekende welvaart heel ongelijk verdeeld is over de wereld. Denk aan de opkomst van armere landen, met name in Azië. China en India bevatten gezamenlijk ruim een kwart van de wereldbevolking en eisen terecht het bijbehorende aandeel in de wereldwijde rijkdom op.

Maar ook binnen de westerse wereld zelf lijken de tegenstellingen toe te nemen. Door liberalisering van markten, globalisering en wereldwijde kapitaalstromen is er een elite ontstaan die zich bijna grenzeloos kan verrijken. Volgens recente publicaties van Oxfam Novib zouden de acht rijkste mensen van de wereld evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking. Ongelooflijke tegenstellingen. Bovendien lijkt er in de westerse wereld sprake van een nieuw soort proletarisering: steeds meer baantjes verliezen inhoud en verdwijnen naar de onderkant van de arbeidsmarkt. Met als gevolg een groeiende klasse van mensen die het hoofd alleen boven water kunnen houden door het stapelen van baantjes. Bedrijven betalen steeds minder belasting, particulieren steeds meer.

Bovendien is de welvaartstaat duidelijk op zijn retour. Volgens velen onderdeel van het probleem, maar in bepaalde opzichten natuurlijk ook een oplossing. Enerzijds is duidelijk dat de overheid wel heel veel taken naar zich toegetrokken heeft. Daardoor zijn de overheidstaken onbeheersbaar en onbetaalbaar geworden. Maar anderzijds is de verzorgingsstaat ook een sterk stabiliserende factor in onze samenleving. Immers, hij zorgde voor een enorm stuk herverdeling van rijkdom. Door het garanderen van uitkeringen voor werklozen en arbeidsongeschikten en het toegankelijk maken van voorzieningen als onderwijs en zorg voor iedereen hoefde binnen de welvaartstaat niemand te kort te komen. Met het krimpen daarvan zullen er ook steeds meer mensen in de marges van het bestaan terechtkomen. Wellicht zou je zelfs kunnen zeggen dat de welvaartsstaat er lange tijd in is geslaagd het onbehagen van de gewone burger af te kopen.

Boos

Inmiddels lijkt dat laatste niet echt meer te werken. Sinds de Brexit, de verkiezing van Trump en de sterke opkomst van antiEuropese partijen zijn we ons bewust geworden van het feit dat een groot deel van de kiezers boos is, vol onbehagen zit, ontevreden is en steeds meer geneigd is politici te kiezen die een afkeer hebben van de gevestigde politiek. Of in termen van mijn bijdrage in het vorige nummer van Soφie: zij kiezen voor politici die een hekel hebben aan de politiek opgevat als de kunst om op een vreedzame manier om te gaan met verschillen. De huidige generatie populistische politici loopt te hoop tegen de elite, tegen redelijkheid en tegen onderling respect, omdat deze waarden allemaal worden gezien als leugenachtige waarden van een elite die vooral oog heeft voor het eigen voordeel en belang. Die elite wordt nu plotseling geconfronteerd met het feit dat er een enorme kloof is ontstaan tussen zichzelf en de rest van de samenleving. Anders gezegd: de elite ziet ineens dat haar waarden, waarvan zij dacht dat ze vanzelfsprekend waren en door iedereen werden gedeeld, slechts haar eigen waarden en voorkeuren zijn, waar de massa steeds meer een hekel aan gekregen heeft, niet het minst omdat de elite die waarden zonder veel morele scrupules altijd in eigen voordeel aangewend heeft. Daarmee lijkt de opstand der horden een feit. De opstand der horden is de Nederlandse vertaling van La rebelión de las masas (1930) van Ortega y Gasset, een Spaanse conservatieve filosoof die het boek schreef tussen twee wereldoorlogen. Wie zijn boek leest tegen de achtergrond van de huidige ontwikkelingen wordt niet erg vrolijk en ziet veel voorspeld.

Excellentie als beschaving

Ik volg hier de weergave van diens denken door Diederik Boomsma in een mooi artikel uit de bundel Conservatieve vooruitgang – De grootste denkers van de twintigste eeuw (Baudet & Visser, 2010). Deze auteur heeft La rebelión recent ook opnieuw vertaald. De tijd waarin Ortega leefde was volgens hem uniek: “Voor het eerst leven we in een tijd waarin in niets van het verleden meer enige norm of houvast wordt herkend” (Ortega y Gasset, 152). Waar de beschaving haar dragende elite verloor, blijkt de massa zich uiteindelijk tegen de beschaving zelf te gaan keren: “De gewone man, voorheen geleid door anderen, heeft besloten zelf de wereld te gaan regeren.” Deze ontwikkeling kan niet anders dan zich tegen de idee van de beschaving zelf keren, want iedere beschaving is gebaseerd op het onderscheid tussen een dragende minderheid en de meerderheid. De idee van beschaving is gebaseerd op een idee van excellentie, “de heerschappij door de besten”.

Tegen die achtergrond is het ook te verklaren waarom het populisme en de sociaaldemocratie communicerende vaten zijn. Het populisme maakt zich sterk voor de regering door het volk, de massa. Daarin stemt ze overeen met de sociaaldemocratie. Maar sociaaldemocraten zien dat dit alleen kan slagen als er aan een voorwaarde is voldaan: het verheffen van het volk tot een zekere mate van beschaving. Juist waar dat beleid faalt en de verheffing van het volk lijkt te zijn verworden tot de zelfverheffing van de elite, slaat de stemming in de richting van het populisme om.

Ook de schets die Ortega geeft van de massamens, is heel herkenbaar. Diederik Boomsma vat zijn beeld van de massamens samen in drie kenmerken: “Ten eerste: de grondhouding dat het leven makkelijk is en moet zijn, zonder existentiële beperkingen. Dat geeft hem een zeker intiem gevoel van trots en macht. Dat brengt hem er, ten tweede, toe geen hogere morele of intellectuele autoriteit of gezag meer te willen aanvaarden. Zelfgenoegzaamheid geeft hem een ‘gesloten geest’. Hij wil, ten derde, zijn onontwikkelde wensen en verlangens snel vervuld zien, en opleggen via ‘directe actie’” (Boomsma, 101). In zijn recensie (De Volkskrant, 30 mei 2015) van de nieuw verschenen vertaling van het boek geeft Hans Achterhuis het denken van Ortega zo weer: “Het kwade bestaat er volgens hem uit dat de massamens niet beseft waaraan hij zijn enorm gegroeide welvaart te danken heeft. Een dankbare terugblik op de geschiedenis die dit heeft mogelijk gemaakt, ontbreekt bij hem. De waarden en idealen uit de negentiende en de voorafgaande eeuwen zijn grotendeels voor hem verloren gegaan. De massamens ervaart zijn toestand als natuurlijk en vanzelfsprekend, als een gegeven waar hij recht op heeft in plaats van hem te zien als een situatie die ook plichten en verantwoordelijkheid met zich meebrengt.”

In de ogen van Ortega vraagt het streven naar een leefbare wereld en een goede democratie om een vorm van leiderschap waarin mensen die zich positief onderscheiden (“mensen dien hoge eisen aan zichzelf stellen”; Ortega, 133) vooropgaan. Juist daar waar de massa die elite niet meer accepteert en de macht opeist voor “mensen die niets speciaals van zichzelf verwachten” dreigt de barbarij aan de macht te komen en de beschaving ten onder te gaan.

In dit kader spreekt Ortega ook over de hyperdemocratie, een term die terugkeert in het interview met Hans Boutellier, voorin dit nummer. Boomsma zegt het aldus: “Een democratie is gezond als de politieke en culturele elites en de beschavingsidealen die zij vertolken beschermd worden door wetten, tradities en beschaafde gewoonten, die Ortega ‘liberale beginselen’ noemt. Maar die beginselen dreigt de massamens juist te ondermijnen. Zonder correctie vanuit de cultuur ondermijnt het liberalisme dus de liberale waarden”, volgens Boomsma een typisch conservatief inzicht (103). Dat kan leiden tot wat Boutellier het ‘democratische dictatorschap’ noemt, waarbij hij Poetin en Erdogan als voorbeelden noemt en waarbij velen ook angstig het beeld van Trump zien opdoemen: elke wet en traditie kan veranderd worden ten behoeve van de wil van het volk.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.