Argumenteren voor het bestaan van God

Illustratie, Argumenteren voor het bestaan van God

Het bestaan van God is een serieuze optie voor een weldenkend mens. Voor deze stelling vindt Jeroen de Ridder minder medestanders dan hij dacht. Naast steun krijgt hij van medegelovigen ook kritiek na publicatie van ‘En dus bestaat God’. In een tweedelig essay reageert hij op deze kritiek en verklaart hij zich nader.

Er is in de laatste veertig jaar een heropleving van filosofische interesse in godsargumenten binnen de Angelsaksische analytische filosofie. Met behulp van geavanceerd filosofisch denkgereedschap, zoals bijvoorbeeld de modale logica of bayesiaanse kansrekening, zijn oude bezwaren tegen deze argumenten weerlegd en zijn er nieuwe verbeterde versies van sommige argumenten ontwikkeld, die niet vatbaar zijn voor bestaande bezwaren. Weinig of niets daarvan was tot nu toe doorgedrongen in Nederland. Daarom publiceerde ik er samen met Emanuel Rutten een boekje over, En dus bestaat God. Wij vonden het belangrijk om daaraan aandacht te geven vanuit historisch oogpunt. Het ontwikkelen van argumenten voor Gods bestaan is een essentieel onderdeel van de christelijke traditie. Christelijke theologen en filosofen — en later natuurfilosofen en -wetenschappers — hebben dit altijd gedaan, zowel de vroege kerkvaders, als de ontwikkelaars van de moderne wetenschappen. In de middeleeuwen behoorde het zelfs tot de hoofdstroom van de christelijke filosofie. Deze traditie willen we voortzetten.

Daarnaast willen we met ons boek gelovigen helpen. Het bestaan van God kan op redelijke, argumentatieve wijze aannemelijk worden gemaakt door uit te gaan van min of meer oncontroversiële aannamen om vandaar via redelijke en transparante stappen te redeneren naar de conclusie dat er een persoonlijke eerste oorzaak bestaat. Geloof is dus niet slechts een sprong in het diepe, een blind vertrouwen, een onof buitenredelijke aangelegenheid. Dat lijkt me winst in een intellectueel klimaat waarin veel mensen waarde hechten aan een ‘wetenschappelijke’ of evidence-based benadering van vragen en problemen.

Ten slotte kunnen argumenten voor het bestaan van God ook nuttig zijn in apologetische discussies of gesprekken met agnosten die interesse hebben in geloof. We willen laten zien dat het bestaan van God een serieuze optie is voor een weldenkend mens.

Reacties

Ik was dan ook oprecht verbaasd over sommige negatieve reacties op ons boekje. Natuurlijk snap ik dat overtuigde atheïsten er niets in zien en er daarom negatief op reageren. Ik snap verder ook dat niet iedereen zin en tijd heeft om kennis te nemen van godsargumenten, laat staan om er zelf actief over na te denken. Mensen hebben nu eenmaal verschillende karakters en verschillende interesses. Professionele filosofie is soms een taaie onderneming die niet voor iedereen is weggelegd. We kunnen onze tijd maar één keer besteden en er zijn tal van andere belangrijke en interessante zaken om je mee bezig te houden. Allemaal waar, maar dit levert geen redenen op om tegen godsargumenten te zijn. Persoonlijk heb ik maar weinig interesse in en tijd voor zaken als ornithologie en waterballet, maar ik ben er daarom niet tegen.

Medegelovigen

Verbazingwekkender vond ik de reacties van sommige medegelovigen of collega’s uit theologische faculteiten. Met abstract filosofisch geredeneer over God help je niemand, zo vonden zij. Bovendien zeggen filosofische argumenten voor Gods bestaan niets over de God die we in de christelijke Bijbel tegenkomen. Die laat zich niet vangen in kleinmenselijke concepten en argumenten. Debatten over de rationele houdbaarheid van theïsme en atheïsme zijn op z’n best zinloos. Erger nog: ze leiden alleen maar af van waar het in het christelijk geloof werkelijk om draait. Gelovigen kunnen zich er dus maar beter niet mee bezig houden.

Voordat ik op deze bezwaren inga, wil ik iets zeggen over de stijl of methode van argumenteren. Het is lastig om een brede en veelzijdige beweging zoals de analytische filosofie kort te karakteriseren, maar ik wil hier toch proberen om enkele kenmerken te noemen die typerend zijn voor de analytische wijze van filosofiebeoefening en die derhalve ook terugkomen in het debat over het bestaan van God. Eerst iets over de ambities van analytische filosofie.

a. Analytische filosofie wil objectief correcte analyses van concepten geven en objectief ware verklarende theorieën ontwikkelen op de gebieden waar de natuurwetenschappen geen vat op hebben, bijvoorbeeld metafysica en (meta)ethiek. Het effect hiervan is dat analytische filosofen — meer dan sommige andere geesteswetenschappers — het als hun core business zien om expliciete waarheidsclaims te maken over de onderwerpen waar ze over schrijven. Ze geven niet zomaar een mogelijke interpretatie of interessant perspectief, maar claimen dat hun analyse of positie de juiste is. Hoewel dit misschien overambitieus lijkt — wie wil nu serieus volhouden dat hij de waarheid gevonden heeft als er al eeuwenlang zoveel onenigheid over is? — valt dat mee als je je realiseert dat analytische filosofen vaak heel kleine en bescheiden waarheidsclaims maken. Ze zeggen niet zomaar dat ze nu hebben bewezen dat mensen wel (of geen) vrije wil hebben, maar beweren dingen als: ‘Het bezwaar van filosoof X tegen het argument voor vrije wil van filosoof Y is niet overtuigend.’ Of: ‘Dit argument laat zien dat theorie T van filosoof Z niet goed kan verklaren waarom fenomeen F zich voordoet.’ Zelfs wanneer ze wel grotere waarheidsclaims maken, zijn die gebaseerd op een bouwwerk van zorgvuldig afgewogen kleinere waarheidsclaims.

b. Analytische filosofie wil de reikwijdte en grenzen van onze kennis over de wereld in kaart brengen. Hoewel dit op allerlei manieren gebeurt, valt het op dat er veel werk is gemaakt van het weerleggen van radicaal sceptische argumenten: argumenten die concluderen dat we zo goed als geen kennis hebben. Niet omdat er zoveel echte sceptici zijn onder analytische filosofen, maar omdat de denkbeeldige scepticus een belangrijke methodologische uitdaging vormt. Hij bedreigt immers specifieke alledaagse kennisclaims op bepaalde gebieden (lokaal scepticisme) of kennisclaims in het algemeen (radicaal scepticisme). Door de scepticus van repliek te dienen, laat je zien dat — en hoe — we kennis kunnen hebben. Veel analytische filosofen zijn hierbij optimistisch: ze gaan er vanuit dat we wel degelijk kennis hebben en dat de uitdaging dus is om te laten zien wat er mis is met sceptische argumenten.

Stijl van filosoferen

Waarschijnlijk is de analytische stijl van filosofiebeoefening nog meer kenmerkend dan de inhoudelijke ambities. Analytische filosofen proberen veelal de volgende stelregels in acht te nemen.

a. Druk filosofische ideeën uit in beweerzinnen die je bij voorkeur kunt formaliseren en met behulp van logica manipuleren. Analytische filosofen proberen filosofische ideeën ‘op formule te brengen’. Eén effect hiervan is dat analytische filosofen de historische en sociale contexten van ideeën niet als allesbepalend zien voor de inhoud ervan. Je kunt een idee (soms met de nodige moeite) losweken uit zijn context en het dan op zich beschouwen.

b. Prioriteer altijd precisie, helderheid en logische coherentie. Deze regel is misschien wel het meest kenmerkend voor analytische filosofie. Analytische filosofen proberen wat ze zeggen altijd heel precies te zeggen. Eén effect hiervan is dat ze zich vaak druk maken om hele ‘kleine’ claims. Ze kijken of één bepaald argument voor of tegen een premisse van een ander argument steekhoudend is. Dat doen ze niet omdat ze het grote plaatje onbelangrijk vinden, maar omdat ze van mening zijn dat je het grote plaatje alleen op orde kunt krijgen door de details eerst helder te krijgen. Ze proberen hun argumenten ook zo helder mogelijk op te schrijven. Dat betekent overigens lang niet altijd dat hun werk erg toegankelijk is. Juist omdat precisie en helderheid hoog in het vaandel staan, is het nodig om onderscheidingen en technische termen te gebruiken en dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. Je moet je vaak het nodige jargon eigen maken om te begrijpen wat een analytisch filosofisch betoog wil zeggen. Het streven naar helderheid vertaalt zich ook in het zo transparant mogelijk maken van argumentatiestructuren. Hoewel filosofen dat niet altijd expliciet doen, is het ideaal op de achtergrond vaak een quasi-formeel argument dat bestaat uit een aantal premissen en een conclusie. Logische coherentie hangt hiermee samen: ideeën precies en helder verwoorden kan alleen door logisch consistent te zijn (want formeel-logisch gezien kun je uit een tegenspraak alles concluderen) en door de structuur van je argument zo transparant mogelijk te maken en daarbij uiteraard drogredenen te vermijden. (Formele) logica is normatief; je kunt alleen goed redeneren als je logisch correct redeneert.

c. Vermijd metaforen, beeldspraak en ander niet-letterlijk taalgebruik waarvan de betekenis veel meer omvat dan alleen de letterlijke inhoud. Hier is de gedachte dat als je iets kunt zeggen, je het ook letterlijk moet kunnen zeggen. Misschien niet zo fraai, compact of sprekend als met beeldspraak of metaforen, maar dat is, mede gezien a en b, ook niet de bedoeling. Analytische filosofen streven behalve naar precisie en helderheid ook naar begrijpelijkheid en dat brengt met zich mee dat je misverstanden zoveel mogelijk voorkomt en expliciet maakt wat je bedoelt. Het gebruik van metaforen en beeldspraak verdraagt zich niet met dit streven.

d. Definieer concepten waar mogelijk in termen van primitieve concepten die we goed begrijpen. Deze regel heeft ook te maken met het streven naar begrijpelijkheid. Je mag best nieuwe termen introduceren en gebruiken, maar die moet je dan verankeren in andere termen die we beter begrijpen. Iedereen moet uitgaan van bepaalde primitieve of basale termen, maar een analytische filosoof wil ervoor zorgen dat die primitieve termen dan tenminste goed begrepen zijn.

e. Gebruik conceptuele analyse als een bron van ‘data’ of bewijsmateriaal. Veel analytische filosofen gaan ervan uit dat grondig nadenken over concepten vanuit de spreekwoordelijke leunstoel echt iets oplevert. Door na te denken wat een concept betekent, in welke gevallen je het wel en niet kunt toepassen, wat de kern en grenzen ervan zijn en hoe het verschilt van andere aanverwante concepten, kom je iets te weten over hoe de wereld in elkaar zit. Een precieze analyse en de resulterende definitie van een concept maken dat je de wereld nauwkeurig en adequaat kunt beschrijven.

Verder lezen?
De verdere inhoud van dit artikel of deze pagina is voorbehouden aan onze abonnees (u kunt hier inloggen).
Bent u nog geen abonnee, vraagt u dan een proefnummer aan, of registreert u zich direct online voor een abonnement.